Handjes of Gladde vingers en een rare ‘muurvaren’

Kilometerhok 90.434, gelegen in het noordoostelijke deel van de Waalhaven, bestaat uit twee brede ‘pieren’ die de haven insteken, vol met bedrijfspanden, parkeerterrein en straten met in de bestrating ingebed een paar weinig gebruikte spoorlijnen. En één braakliggend terrein. Dit bebouwde geheel wordt omringd door basalt glooiingen langs het water. Ondanks dreigende luchten bleef het dit keer gelukkig droog!

Op het afgesproken verzamelpunt bij de bushalte, net buiten het hok, zagen we al twee leuke soorten: Kaal breukkruid en Klein glaskruid, soorten die we later ook binnen het hok tegenkwamen; Klein glaskruid zelfs massaal. Zoals gebruikelijk gingen we in twee groepjes op pad om aan het einde van de avond weer bij het beginpunt samen te komen en wetenswaardigheden uit te wisselen. Ons groepje van drie (Karel, Han en Dick) verkende eerst de kleinste pier en later, in overleg met de andere groep, een deel van de grotere, noordelijke pier.

Het zeer stenige omgeving van de ‘kleine pier’ (Kesterenstraat) | foto: Dick Hoek

De kleine pier viel wat tegen. De mogelijkheden voor spontane plantengroei waren beperkt tot hier en daar minimale randjes langs de bebouwing en tussen de klinkers. Plek voor dwergen zoals Liggende vetmuur, Kransmuur en Hertshoornweegbree. Waarschijnlijk liggen de leukste plekken daar langs het water, voor ons onbereikbaar verborgen achter gesloten hoge hekken. De enige bereikbare groene plek langs het water aan de westpunt was pas gemaaid. Toch vonden we op het schiereiland bijna 80 soorten waaronder massaal Gevlamde fijnstraal, één van de recent ingeburgerde fijnstraalsoorten uit Noord-Amerika die vooral in een stenige omgeving gedijt. Hij is tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de roodachtige top van de omwindselbladeren. Een verrassende eenling was Stijf havikskruid, helaas nog niet bloeiend en daarom moeilijk op naam te brengen. Karel kende de soort echter goed. Enkele jaren geleden was in de Waalhaven ook al een groeiplaats van deze in Rotterdam zeldzame plant ontdekt.

Op de noordelijke pier hadden we meer geluk: een groot braak liggend terrein zag eruit als een bloemenzee en we konden daar wel bij het water. Het blauw van het Slangenkruid vermengde zich met het geel van bloeiend Bezemkruiskruid, Jakobskruiskruid, Keizerskaars, verschillende soorten Teunisbloemen, een enkele Koningskaars en Sint Janskruid. Ook vonden we hier de vrij zeldzame Mierikswortel, een kruisbloemige met grote wortelbladen die doen denken aan de bladeren van een grote zuring. De meeste van deze soorten zijn hier ooit uitgezaaid. In een drooggevallen poeltje groeiden Oeverbies, Grote kattenstaart en Riet.

Braakliggend terrein langs de Sluisjesdijk met een prachtig bloeiende mix van ingezaaide en spontane soorten zoals Slangenkruid, Teunisbloemen, Jakobskruiskruid en Bezemkruiskruid. Links midden de bladeren van Mierikswortel. | foto: Dick Hoek

De andere groep vond als bijzonderheden Zandweegbree (in en naast de rails van de spoorlijn) en Adelaarsvaren (tussen de voegen van een muur!). De exemplaren waren nauwelijks herkenbaar in deze miezerige vorm, totaal anders dan de soms twee meter hoge planten elders (zie foto bovenaan dit bericht). De Waalhaven is één van de twee groeiplaatsen van Adelaarsvaren in Rotterdam. Een tweede groeiplaats is het Schapeneiland aan de Bergse Achterplas. De soort is daar waarschijnlijk terecht gekomen met tuinafval. [verwijderd n.a.v. aanvullende informatie, zie reactie bij dit bericht] Adelaarsvaren is algemeen in het oosten van het land en plaatselijk in de duinstreek.

Op de gezamenlijke terugweg naar de bushalte en onze fietsen kwamen we langs een grote groeiplaats van een rijk bloeiend gras waarvan de bloeiwijze wel wat weg heeft van een hand met gespreide vingers. Wij hadden dat gras herkend als Glad vingergras dat in tegenstelling tot het algemene Harig vingergras een vrijwel onbehaarde bladschijf heeft. Willemien was wat in verwarring en twijfelde, nam enkele exemplaren mee naar huis en mailde al snel: het is Handjesgras! Hét verschil is duidelijk: Vingergrassen hebben een vliezig tongetje en Handjesgras heeft op die plaats korte haartjes, geflankeerd door bosjes langere haren.

tekst: Dick Hoek | foto’s: Dick Hoek en Willemien Troelstra

Handjesgras – Cynodon dactylon, er stond een hele strook van het veld mee vol en het kroop tussen de stoeptegels ernaast. | foto’s: Dick Hoek en Willemien Troelstra

Een gedachte over “Handjes of Gladde vingers en een rare ‘muurvaren’

  1. Anoniem

    De adelaarsvaren op het Schiereiland is wild aan komen waaien. Eind 70-er of begin 80-er jaren werd het einde van de landtong opgehoogd met modder uit de plas en sindsdien is het een voedselrijk gebied met een niet uitzonderlijke plantengroei. Ervoor groeide er rode bies e.d. Toen heb ik het prille begin mogen meemaken van de varen die nu een steeds groter gebied beslaat. Het duurde een paar jaar voor ik hem definitief herkende. Ter plekke was en is geen tuinafval. Elders wil dat wel voorkomen, takkenmassa’s die op de oever gestort worden door rijke onverlaten.
    Arend K.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s