Eindejaarsplantenjacht 2018/2019

Midden in de winter een uur lang speuren naar bloeiende planten, dat is de Eindejaarsplantenjacht die FLORON ieder jaar in Nederland organiseert. Op drie januari organiseerden we als Rotterdamse Florawerkgroep een Plantenjachtwandeling vanuit ‘Stadskwekerij de kas’. Met tien mensen vanuit de Rotterdamse Florawerkgroep plus vier mensen uit de buurt verkenden we in twee groepen de wijk Blijdorp.

We hadden een prima timing: het werd net droog aan het begin van de wandeling en na een klein uur begon het weer te regenen en waren we bijna terug bij de kas alwaar we de ervaringen uitwisselden onder genot van warme drank en koek.

Stinkende Gouwe – Chelidonium majus | foto: Josée van Oers

De lijsten met bloeiende planten waren met scores van 20 en 23 soorten ongeveer net zo lang als vorig jaar. Een stuk of vijftien soorten van de lijst vind je bijna altijd zoals Madeliefje en Klein kruiskruid. Soorten die ons wat meer verrasten dat we ze in bloei aantroffen waren: Zonnebloem, Klein glaskruid, Kransmuur, Liggende vetmuur en Alsemambrosia.

De twee groepen praten na over de gevonden bloeiende planten, in “De Kas” | foto: Josée van Oers
Alsemambrosia – Ambrosia artemisiifolia | foto: Willemien Troelstra
Advertenties

Gezellige slotavond 2018 bij de Kralingse Plas

Met het inventariseren van onze geplande kilometerhokken voor 2018 waren we begin september klaar. Deze avond was daarom vrij te besteden en we sloten het seizoen daarom af met een kort bezoek aan de Heemtuin van de Kralingse plas. Daarna genoten we van een gezamenlijke maaltijd bij restaurant de Tuin.

In de Heemtuin waren we verrast over de verscheidenheid aan inheemse planten die ze daar hebben verzameld. We begonnen bij het moerassige stuk met het vlonderpad waar we (als oefening in het determineren) de Moerasvaren even netjes met de determinatiesleutel van de Heukels op naam brachten. Even verderop vonden we zowel de fertiele als de niet-fertiele bladeren, een mooi bewijs dat we goed hadden gedetermineerd. Andere planten die in dit moerassige stuk onze aandacht trokken waren onder andere Gagel,  Rivierkruiskruid, prachtige horsten met Pluimzegge en daarnaast grasgroene pollen van een andere zegge met breed blad. De conclusie was dat dat Hoge cyperzegge zal zijn: de grote tong was spits, de bladrand opvallend ruw en de bladkleur past daar ook bij.

Vlnr Juriaan, Joost, Els, Han & Arend

De Rotterdamse Florawerkgroep was op bezoek bij de heemtuin in het Kralingse Bos |foto: José van Oers

Via het vlonder over de plas liepen we naar de andere kant van de Heemtuin met een stukje bos en een klein dijkje. Daar zagen we allerlei soorten die we niet vaak zien, maar wel in de omgeving van Rotterdam voorkomen zoals: Bilzekruid (alleen een rozet, maar de bladvorm is zeer herkenbaar), Gewone agrimonie, Groot glaskruid, Wilde marjolein en Hondstarwegras. Voor sommige groepsleden een feest der herkenning,  anderen leerden leuke nieuwe soorten kennen.

Heemtuin Kralingen vlnr Bas, André, Arend & Joost

Rondkijken in de Heemtuin in het Kralingse bos|foto: José van Oers

Toen het begon te schemeren begaven we ons op de fiets en te voet naar de oostkant van de plas om daar in restaurant de Tuin lekker warm te genieten van het eten en elkaars gezelschap. Onderweg werden we getrakteerd op een prachtige zonsondergang. Tijdens het eten werden al plannen gesmeed voor het komende jaar: begin januari weer meedoen aan de Eindejaarsplantenjacht; misschien op excursie naar België en natuurlijk weer een lijn van hokken door de stad inventariseren, waarschijnlijk deze keer de reeks waarin het Noordereiland, Ahoy en de Bergse voorplas ligt.

tekst: Willemien Troelstra | foto’s: Dick Hoek en Josée van Oers

Diner in De Tuin de vier windstreken

Met twaalf leden van de Rotterdamse Florawerkgroep lekker eten en bijpraten in restaurant de Tuin als afsluiting van het seizoen. |foto genomen door een ober van de Tuin

Nutstuinen als wilde planten paradijs

Deze dinsdagavond, 11 september, deden we km-hok 97.436. Dit hok ligt vlakbij metrohalte Capelse Brug en heeft veel verschillende biotopen, zoals dijken, sloten, moestuincomplex, woonwijken, bouwkavels.

De opkomst was met 13 mensen zeker bovengemiddeld en misschien wel het record van dit jaar. Dit was de laatste ronde van het seizoen dus wel begrijpelijk dat velen nog even wilden genieten en meehelpen.

En wederom was het de hele avond droog! 🙂 Dit jaar is het bij mijn weten elke dinsdagavond droog geweest; alleen helemaal in het begin van het onderzoeksseizoen in ommoord/zevenkamp heeft het heel even een paar minuten gedrupt. Maar misschien dat ik er een avond niet bij was met regen maar dat geloof ik niet.

Zoals meestal gingen we in twee groepen op pad. Ik liep dit keer mee met de groep waar Joost de gegevens invoerde. We begonnen op vrij zandige bermen en vonden vrij rap onder andere Hazenpootje, Rood Zwenkgras en Klein Liefdegras. Ook langs de slootkanten viel er weer veel te strepen. Op een bedrijventerrein troffen we Peterseliebraam aan. Kwamen ook regelmatig weer de Bleekgele Droogbloem tegen en eindelijk weer eens de Moerasdroogbloem.

Moerasdroogbloem

Moerasdroogbloem – Gnaphalium uliginosum

De droogbloem stond op een nutstuinencomplex wat een waar paradijsje was. Dat is het leuke van meelopen met de kilometerhokken dat je op plekken komt waar je het bestaan totaal niet van weet. Natuurlijk kom je dan snel verwilderde tuinsoorten tegen zoals Herfstanemoon langs het pad, maar ook soorten die wel echt wild zijn zoals dus de Moerasdroogbloem. We vonden op het nutstuinencomplex wel drie soorten wolfsmelk; Tuinwolfsmelk, Kroontjeskruid en Kruisbladige Wolfsmelk. We zagen ook nog mooi exemplaar van de Korrelganzevoet in zaad.

Terug liepen we over een dijklichaam en stond het aan de overkant vol met Groot Hoefblad. Eerder kwamen we langs een water ook de Boswilg tegen. Van Arend leerde ik die avond dat je die ook kan herkennen als een determinatiekenmerk aan de krul in het blad naar het einde toe. Nu we verder in september zijn is het duidelijk vroeger donker en we zetten dus de terugweg weer in.

Smal vlieszaad - Corispermum intermedium

Smal vlieszaad – Corispermum intermedium

Op een bouwgrond terrein met vermoedelijk pas opgespoten zand stond het vol met Smal Vlieszaad. Dit was voor mij een nieuwe soort 🙂 Ik heb opgezocht wat de site van Wilde Planten van Nederland en Belgie zegt over de vindplaats van Smal Vlieszaad, en dat klopt precies: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetaties) op droge, vrij voedselarme, stikstofhoudende, kalkrijke grond (vrij grof of sterk waterdoorlatend zand, vaak gemengd met grind of schelpgruis en gruisachtige grond). Groeiplaatsen: Opgespoten grond… [en ook langs spoorwegen, waterkanten, kale zandvlakten op industrieterreinen, haventerreinen, zeeduinen, ruigten, omgewerkte bermen en zandafgravingen].

Toen we bij het verzamelpunt terugkwamen en de groep van Willemien ook terug was bespraken we de bijzonderheden. Zo had de groep van Willemien onder andere Glanzige Ooievaarsbek gevonden, wat een leuke vondst is.

Glanzige ooievaarsbek - Geranium lucidum

Glanzige ooievaarsbek – Geranium lucidum

De “oogst” van dit kilometerhok was rijk, ons groepje had al meer dan 180 soorten in twee uur. Het was dan ook zoals beschreven een vrij divers hok, van opgespoten kurkdroog zand tot zompig, moerassige slootkanten en veel er tussenin van bedrijvenbebouwing tot natuur 🙂

tekst: J. van Beek | foto’s: Willemien Troelstra

Braakliggend terrein levert veel leuks op.

28 augustus 2018 – De zuidrand van Rotterdam, op de overgang naar Ridderkerk en Barendrecht was deze avond ons plantenjacht-terrein (km-hok 97-431). Ik mocht samen met vier anderen het Noordelijke deel van het hok verkennen: bedrijventerrein en bedrijventerrein in aanleg.

We deden eerst een rondje over een stukje bedrijventerrein dat al wat langer bestond. De stoep stond vol met Klein liefdegras en Harig vingergras en op de parkeerplaatsen hadden zich vele exemplaren van Bleekgele droogbloem tussen de stenen gevestigd. De sloot tussen bedrijventerrein en de drukke weg die door het hok loopt leverde meer op dan ik had verwacht. Hij stond vol met Loos blaasjeskruid en er dreven nog vier waterplanten in het rond: Haarfonteinkruid, Sterrenkroos, Puntkroos en Dwergkroos. En we konden ook flink wat oeverplanten invoeren waaronder Zwanenbloem.

Loos blaasjeskruid

De bloem van Loos blaasjeskruid – Utricularia australis | foto: Willemien Troelstra

Daarna staken we de IJsselmondse randweg over, een weg die agressief rijgedrag uitlokt. In de spits moet je heel wat geduld hebben om tussen de stromen hardrijdende auto’s over te steken. We belandden toen in Cornelisland, een bedrijventerrein in ontwikkeling waarvan nog een flink stuk braak ligt. De wegbermen en de onbebouwde vlakte boden ons een mooi spectrum aan soorten die van verstoorde grond houden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Determinatie van Papegaaienkruid door Bas Kers en Marja Versteeg   foto: Willemien Troelstra

In het eerste stukje werden we verrast door een prachtige plant: Nachtschone (Mirabilis jalapa) Het was onduidelijk of hij daar was ingezaaid of zich vanuit de omgeving had gevestigd. De begroeiing eromheen duidde niet op inzaai; dus houden we het op verwildering. In de bermen en het braakliggende stuk vonden we bijvoorbeeld het ganzenvoeten kwartet: Mel, Rode, Zeegroene en Korrel en velden vol met Beklierde duizendknoop. Zo laat in de zomer is het op zulk terrein ook het goede seizoen voor Amaranten; die waren vertegenwoordigd door Kleine majer en Papegaaienkruid. Andere bij het terrein passende soorten waren: Tomaat, Moeraskers, Witte krodde, Postelein, Kroontjeskruid en Moerasdroogbloem. We waren iets meer verrast door de vondst van Dubbelkelk, maar die hebben we afgelopen jaar al vaker gevonden en begint dus al een beetje gewoon te worden.

Het leukste om te vinden was de zeldzame Stinkende kamille (Anthemis Cotula). Hij lijkt sterk op Echte kamille, maar de bladslippen zijn wat breder en het blad wat grijzer en hij ruikt minder lekker. En om het zeker te weten peuter je wat van de gele buisbloemetjes van de bloembodem af en dan zie je naast ieder bloemetje een heel smal schubje op de bloembodem staan zoals dat bij de Schubkamilles hoort.

Stinkende kamille - Anthemis cotula

Stinkende kamille – Anthemis cotula | foto: Willemien Troelstra

Het andere groepje had ook een leuke avond. Ze waren onder andere enthousiast over Kaal breukkruid en Walstroleeuwenbek en vonden iets dat mogelijk Oostenrijkse kers is of misschien de kruising daarvan met Gele waterkers. Die puzzel moest nog nader thuis uitgezocht worden.

 

Soorten sprokkelen in IJsselmonde

In IJsselmonde verkenden we de buurt rond winkelcentrum Keizerswaard: ons groepje begaf zich tussen enkele flats, omcirkelde een gymzaal en basisschool, passeerde een stukje water met bossage erlangs, staken toen door naar een oud dijkje met lintbebouwing, en eindigden met een wat nieuwer buurtje. Hiertussen wat kleine waterstroken en plukjes groen.

We scoorden iets meer dan 1 soort per minuut wat voor een stadshok niet veel is. De meeste soorten die we tegenkwamen waren óf hele algemene soorten die je overal wel tegenkomt óf tuinplanten die waren ontsnapt aan de plantenbakken of tuintjes. We kwamen nauwelijks plekken tegen met een echt afwijkend biotoop waar je dan even tien nieuwe soorten bij elkaar vond die ook typisch bij dat plekje hoorden. Alleen de watergangen die we passeerden boden een biotoop met oever en waterplanten die je in de rest van het hok niet tegenkomt zoals diverse krozen, Grof hoornblad, Smalle waterpest, Oeverzegge, Moeraswalstro, Gele lis, en Wolfspoot. Al met al hadden we het gevoel dat we de soorten bij elkaar moesten sprokkelen. Maar…

Bermooievaarsbek - Geranium pyrenaicum vol met klierharen

Bermooievaarsbek – Geranium pyrenaicum

Dat betekent niet dat we ons niet vermaakt hebben, want ook tussen de gewone planten en de tuinvlieders zitten dan wel weer mooie exemplaren of puzzels waarvan het leuk is als je het lukt om ze op te lossen. Zo plaatste bovenstaande ooievaarsbek ons eerst voor een raadsel. Zachte ooievaarsbek was de eerste ingeving, maar daarvoor waren de bladeren nogal groot en we zagen ook een bloeiwijze die daarvoor te groot en te paarsbloemig was. Bermooievaarsbek lag toen voor de hand, maar ik dacht dat die teruggeslagen beharing moest hebben terwijl de stengel deze plant van boven tot onder dicht met klierharen was bezet. Later bleek dat het toch Bermooievaarsbek was en dat ik het kenmerk van de beharing niet goed in mijn hoofd had zitten.

Oxalis triangularis

Oxalis triangularis, een tuinontsnapping tussen de tegels. Een nieuwe soort voor onze groep.

Ook konden we deze avond mooi het verschil tussen jonge exemplaren van Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) en Hemelboom (Ailanthus altissima) zien en ruiken. De Vleugelnoot heeft donkerbruine een beetje viltige knoppen. De bladeren ruiken niet bijzonder als je ze kneust terwijl die van Hemelboom een opvallend muffe geur hebben.

Ook dachten we even Klein vlooienkruid te hebben gevonden; maar dat verwachten we op laaggelegen zones langs rivieren en het Haringvliet en niet midden in de stad. het bleek dan ook Heelblaadjes te zijn, een nauwe verwant die meestal forser en zachter behaard is en waarvan de bovenste bladeren  stengelomvattend zijn.

Toen het al flink schemerde keerden we terug bij de startlocatie. Het andere groepje was er al en zij hadden veel lol hadden gehad met stukken waar was gegraven waar daardoor allerlei soorten van (zandige) bouwterreinen waren opgekomen zoals ganzenvoeten en amaranten (Papegaaienkruid en Kleine majer) en Oeverstekelnoot.

Ze hadden ook twee soorten gevonden waarvan ze niet gelijk precies wisten wat het was. Dat bleken dan ook nieuwe soorten te zijn voor onze groep: Plat handjesgras (Eleusina indica) is slechts op een paar plekken in Nederland gevonden, maar wel al eerder in Rotterdam. En ook Geribde wolfsmelk (Euphorbia prostrata) is een relatieve nieuwkomer die zich langzamerhand in Nederland uitbreidt.

Plat handjesgras - Eleusine indica

Plat handjesgras – Eleusine indica | foto: André de Jongh

IMG_0989 (2)

Plat handjesgras – Eleusina indica | foto: Dick Hoek

IMG_0991 (2)

Plat handjesgras – Eleusina indica | foto: Dick Hoek

 

Langs de rivier bij de Van Brienenoord

Verslag 31 juli 2018. – Meer dan de helft zit er op dit jaar. Vandaar. Iedereen probeert nog een avond mee te pakken in dit zonovergoten Rotterdam. De heetste zomer. Het minste water. Het meeste geel. Het minste groen. De zeer fanatieke tellers.

Knipsel

Ik kies voor Zuid, want Noord is al zwaar bezet, naar het schijnt. Maar ook hier zelfs zeven enthousiastelingen. Iemand komt op het idee de uiterste punt van het Eiland van Brienenoord te tellen met weer een afsplitsing. En daar gaan we gedrieën in de auto naar dit restje wilde natuur in onze natuurvreemde stad. Opzij zien we de overige vier gebiologeerd tellen onder leiding van Dick. Geen oog voor ons dus. Het is een klein stukje rijden door mij onbekend Zuid en daar gaan we een smal bruggetje over, want het eiland is niet verboden voor auto’s. De overkant van de ingang  is omzoomd met een groot veld gele Watergentiaan. We draaien naar rechts een onverhard pad op onder bomen. Het lijkt op de Esch. Het geeft het gevoel buiten te zijn in onbewoond gebied. Maar daar is al het volkstuinencomplex. En wat verderop wordt op een onduidelijke manier in het wild gewerkt aan menselijke bewoonbaarheid. Binnenkort is het ongetwijfeld volop in gebruik en moet de natuur zich schikken naar de mens.

Ons telgebiedje is de uiterste punt, voorbij het viaduct van de Brienenoordbrug boven ons. Er is gemaaid. Er zijn voor ons veel mensen geweest. Vissers ook, weet André. Ze barbecueën zondags om de vis op te krijgen. Het heeft veel weg van een voedselrijk trapveldje. Maar het wijde uitzicht op de rivier is prachtig en de oever ziet er ook natuurlijk uit. Veel van de bekende planten laten verstek gaan. Geen klavers, geen varkensgras, geen vetmuur. Veel niet. En de planten die er zijn, zijn de gewone planten die er waarschijnlijk een eeuw geleden ook al waren. Volgens de kenners van het gebied, André en Han heeft men zo’n vijf jaar geleden geprobeerd er iets moois van te maken: het bekende kuilen graven met een machine en wat inzaaien. Op die manier worden wat mensen een tijdje bezig gehouden. Wat beter is dan niksen. Op één plek buiten ons hok is zo naast het pad water komen te staan en erachter is volgens Han een ontoegankelijk eiland. Dat ziet er aantrekkelijk uit. Han kent het gebied omdat hij er inspiratie heeft opgedaan voor zijn drijvende eilanden. Maar wij zijn op ons stoffige pad aangewezen met rivier en binnenwater. We komen zelfs op dit late uur mensen tegen en dan leggen we uit: we zijn van de plantjes en die stoppen we in de grote computer. De mensen knikken. Ze begrijpen dat.

Bijzonder is het veld met Grote wederik aan het binnenwater en de jonge Walnoot bij de rivier. Ik heb de indruk dat de planten blij zijn eindelijk gezien te worden. Ze zien er echt wel fleurig uit als je ze van nabij bekijkt en dat ondanks de hitte. Han doet een lovenswaardige poging de steile oever af te dalen om een fraai groot waterkruiskruid te plukken. Aan de hand van de flora komen we op Moeraskruiskruid, hoewel we Rivierkruiskruid gezien de plek leuker zouden vinden. We doen er al met al lang over. Het is al bijna donker als André met zijn stutten afdaalt in een kleine afgrond om de modder te bezoeken. Dat levert Ruige zegge op en Moerasvergeetmijnietje. Het echte probleem is er pas als hij met behulp van zijn stutten in de hoogte struikelend weer de begane grond probeert te bereiken. Een echte doorzetter.

Wilde bertram - Achillea ptarmica

Wilde Bertram – Achillea ptarmica

Op het eind bij de loopbrug zien we in het water een forse witbloeiende plant: Wilde Bertram. Nooit eerder gezien in Rotterdam door een van ons drieën. En een witbloeiende Vlinderstruik fors uitgegroeid, alsof hij in onze natuur even goed thuis hoort als de vlier. Bij de auto zit een verfrommeld papiertje onder de voorruit.

Na wat omwegen vinden we elkaar terug bij een café. Dat werd gesloten zodra onze medetellers er arriveerden. De twee andere groepjes hebben beide meer dan tweemaal zoveel planten genoteerd als wij. Zelfs een leeuwenbekje van drie centimeter heeft zich op een parkeerplaats gevestigd om hen te plezieren. Hij heeft nog geen Nederlandse naam. Dat zal wel spoedig gebeuren, want dan bestaat hij echt.

tekst: Arend Knibbe, foto’s: Willemien Troelstra

Mazus pumilus

Mazus pumilus, het ‘leeuwenbekje van drie cm’ zoals Arend dat noemt. Een plantje dat op enkele andere stedelijke plekken in Nederland al was aangetroffen op de verharding en daar matjes kan vormen. Hier was het één plukje in de kieren van de bestrating.

Hopwarkruid - Cuscuta lupuliformis (op dauwbraam)

Nieuw voor Rotterdam, op de zuidoever: Hopwarkruid – Cuscuta lupuliformis (op dauwbraam)

Hopwarkruid - Cuscuta lupuliformis

De bloemen van Hopwarkruid – Cuscuta lupuliformis

Geld in de goot en aardbeien in de berm

17 juli 2018 – Gravenland, startpunt metrostation Capelse Brug, kilometerhok 87-436.

Dat het de afgelopen weken droog is geweest, is duidelijk merkbaar. Vooral op de plekken waar gemaaid is of de schapen gegraasd hebben is het gras geel en verdroogd en nauwelijks meer te determineren. Eigenlijk viel het me daarom toch nog erg mee hoeveel planten er toch nog vrij fris bij stonden.

Het kilometerhok van deze avond verdeelden we min of meer aan weerskanten van de Gravenweg. Ons groepje van vier personen nam het zuidelijke stuk voor zijn rekening. We keken daarvoor eerst ten zuiden van de metrobaan. Op het parkeerterrein van Capelse Brug versierden vele plakkaatjes Kaal breukkruid de verharding en groeide langs de stoeprand Postelein. In de wegberm van de A. van Rijckevoorselweg vonden we diverse soorten (van de meeste nog maar enkele exemplaren) die zullen zijn ingebracht door een inzaaiactie: Slangenkruid, Wilde peen, Wilde reseda, Pastinaak, Grijskruid, Muskuskaasjeskruid, en Knoopkruid.

Postelein - Portulaca oleracea

Postelein – Portulaca oleracea

Bij een sloot konden we wat gangbare water- en oeverplanten toevoegen en onze gezondheid wat opkrikken door het snoepen van de donkere grote vruchten van de Dijkviltbraam. Els, die in ons groepje meeliep, had vroeger leuke soorten gevonden in een grazige maar relatief voedselarme strook net naast het metrospoor. Het viel nu echter erg tegen: een grote gele eenvormige vlakte door het samenspel van schapenbegrazing en droogte en oprukkend Duinriet.

Daarna terug naar de tunnel van het metrostation om aan de Noordkant verder te gaan. Els had vroeger in de zuidwesthoek van het hok een populatie Blauw walstro gevonden. We wilden dus graag bekijken of het nog terug te vinden was en probeerden ons looptempo wat op te voeren. Onderweg kwamen we heel wat andere soorten tegen, zoals een vreemde putplant en een niet-bloeiend uitje tussen de stoeptegels waar we nog geen namen voor weten en in een bloemperk stonden de Brede wespenorchissen prachtig te bloeien.

Brede wespenorchis - Epipactis helleborine

Brede wespenorchis – Epipactis helleborine

De ‘Blauw walstro berm’ bleek flink verdroogd en tussen alle gele sprieten hebben we geen resten gevonden die we konden herleiden tot de gezochte plantensoort. Maar dit hoekje leverde wel diverse andere soorten op zoals Hazenpootje, Muurpeper, drie soorten kamille (Schijf, Echte en Reukeloze), Witte honingklaver en Heelblaadjes. Toen we de terugweg richting metrostation aanvaarden bekeken we de andere wegrand van de Nautastraat en toen voelden we ons onverwacht rijk: enkele exemplaren van Fraai duizendguldenkruid in de goot.

Fraai duizendguldenkruid - Centaureum pulchellum

Fraai duizendguldenkruid – Centaureum pulchellum

Het begon al een beetje te schemeren en eigenlijk verwachten we nu niet zo veel meer te vinden, maar in de berm van de Gravenweg stonden nog een paar leuke verrassingen zoals Aardbeiklaver (die lekker opviel omdat hij al vrucht begon te zetten, zie foto bovenaan), Kleine leeuwenbek, Geelrode naaldaar en Driebloemige nachtschade. Een mooi besluit van de avond. We eindigden met 185 soorten (waarvan een stuk of tien ingezaaid of verwilderd).

Tekst & Foto’s: Willemien Troelstra