Duiven, bijen en reuzen langs de Rotte

Dinsdag 26 juli 2022 inventariseerden we km-hok 98-441. Het hok wordt in stukken geknipt door de Rotte en de aanleg van de A13-16. Daarom besloten we om in drie groepen in plaats van de gebruikelijke twee op pad te gaan. Arend, Wim en ik namen de westkant van de Rotte voor onze rekening.

We begonnen bij de Prinses Irenebrug. Bij de ronde pijlers van de brug, stenen muren, waren we wel even zoet. Er groeit veel Gewoon langbaardgras, nu vergeeld, en Bleekgele droogbloem. Een klein groen plantje stelde ons voor een raadsel en Arend begon derhalve een tasje te vullen in de hoop dit aan het eind van de avond met vereende krachten te kunnen oplossen. Dat lukte, het bleek Liggende ganzenvoet en die is vrij bijzonder.

We bogen af naar de Rotte en inspecteerden eerst een klein parkeerterrein, waar een duivenmelker bezig was met rieten korven, op een rij zaten wel tien nieuwsgierige koppies te pikken. Langs het water behalve aanplant ook Koninginnekruid, Moerasandoorn en Harig wilgenroosje. Verderop langs de Rotte een Peterseliebraam. Maar vooral de lisdodde hield ons bezig: Smalle of Brede. Arend ging vooral af op de standplaats: in het water, maar ik miste het tussenstukje tussen mannelijke en vrouwelijke bloemen. Ook vond ik de bladeren te breed. Aangezien ik altijd heilige bewondering heb voor mensen, die behalve de naam ook de groeiomstandigheden kennen, vulde ik braaf Kleine lisdodde in. Thuis las ik verder en er blijkt zelfs een hybride te bestaan. We corresponderen er nog wat over en Arend onderbouwde opnieuw zijn standpunt. Nu was ik meer overtuigd.

Grote lisdodde – Typha latifolia waarbij de mannelijke bloeiwijze zonder tussenruimte aansluit op de vrouwelijke bloeiwijze eronder. Die vrouwelijke bloeiwijze zet zaad en dat worden die ‘rietsigaren’.

Op een dak waren twee imkers honingraten aan het inspecteren, wat er een beetje surrealistisch uitzag in die kleding. Verder langs de Rotte zagen we Riet, Moerasandoorn, Zwart tandzaad, Bitterzoet en Grote kattenstaart als oeverplanten. We keerden om en sloegen rechtsaf langs de Boezemvaart. Het kroos was een terugkerende determinatiepuzzel: hebben we nu Klein- of Dwergkroos? Maar er was vooral veel Veelwortelig kroos; ons pad was bedekt met een dikke deken van dit kroos, en zelfs de Grote klit zat er vol mee. Op een van de hoofdjes van de klit zat een volkomen uitgehold insect, alleen het exoskelet was nog over. Het moet een Stadsreus geweest zijn. Hoopte hij hier wat te snoepen maar kon hij door de haakjes niet meer weg komen van de klit en is hij zo verhongerd? Of heeft een ander beest hem hier te pakken genomen?

Uitgedroogde of leeggezogen Stadsreus (een soort zweefvlieg) op de Klit

Toen we hier uitgekeken waren, drongen we ons via de bosjes en over de greppel naar de groenstrook langs de Rottebandreef met grote aantallen Groot heksenkruid. De Ruige zegge stond ongewoon hoog en we zagen geen haren, dus die ging ook mee de zak in. Verder Mannagras en een varen, die we uitscholden voor Mannetjesvaren. Maar daarover werden we aan het eind teruggefloten. Het bleek een stekelvaren te zijn. Nu vraag ik me af of het wel allemaal dezelfde waren, want er stonden heel veel varens. Wat waren die anderen?

We keerden weer om en schoten nog even de Terbregse Rechter Rottekade in. Een heer hield ons scherp in de gaten. Uiteindelijk probeerde ik het ijs te breken: “Mijnheer, wat denkt U dat we doen?” ”Wat denkt U zelf?” is het antwoord. Daar heb ik natuurlijk niet van terug. Deze straat leverde weinig plantjes op, maar wel een mooie witte molen tegen een reeds kleurende avondlucht en een gedenkpenning van Rotterdam Stadsherstel 2011 op een verder raadselachtig monument.

Aan het eind van de avond wisselen de drie groepjes nog even de vondsten uit en werden de meeste puzzeltjes en twijfelgevallen snel opgelost. | foto: Josien Hofs

We gingen terug naar de anderen en wisselden onze vondsten uit en losten wat determinatiepuzzeltjes op. Het was weer een prachtige zomeravond en bijna schreef ik erachteraan “en ze leefden nog lang en gelukkig”.

tekst en meeste foto’s: Priscelline van der Pas

Beste openbare ruimte van Nederland

Op de mooie zomeravond van 12 juli kwamen 9 wilde-planten-liefhebbers naar het Kralingse Bos, dat in 2007 de titel Beste Openbare Ruimte van Nederland kreeg. (Die Openbare Ruimte hoeft trouwens niet ‘groen’ te zijn, zo kregen het universiteitsterrein van de EUR en de Binnenrotte die ‘prijs’ ook al eens).

Ons groepje (Willemien, Wimke, Jurriaan en ondergetekende) pakte het stuk ten noord-oosten van de Prinses Beatrixlaan. In het bos vonden we een aardige variëteit aan bosplanten; langs de Boszoom, een doorgaande weg, meer diversiteit aan bermgroei.

Grasland en oeverinventarisatie aan de kant van de Boszoom

In het noordelijke bosdeel voert Jurriaan ons naar een vrij nieuw terreintje langs het Kwekerspad dat gevoed wordt door (regen)water dat er naartoe afstroomt vanuit de hoger gelegen bosrand. Een bijzondere plek met veel water minnende planten die je in de rest van het bos niet veel ziet, zoals Heelblaadjes, Wolfspoot, Watermunt etc. Maar er liggen ook bulten waarop Teunisbloemen en andere zonminnaars zich meer thuis voelen. In dit terrein vonden we een gras dat ik in eerste instantie aanzag voor Naaldaar, maar nee, het was Baardgras, een vrij zeldzame soort die wat in opkomst lijkt.

Baardgras – Polypogon monspeliensis

In het bos verder veel Heksenkruid en Klein springzaad en tot mijn verbazing ook Waterpeper, dat had ik in het bos niet verwacht, kennelijk is het er vochtig genoeg voor. Ook werd ik verrast door de Kleine kaardenbol, een voor mij nieuwe soort, vermoedelijk ontsnapt vanuit de Heemtuin van het Kralingse Bos, die hemelsbreed niet ver weg is. Een andere bijzonderheid die we tegen komen is Ballote, bij nader bestuderen is het de ondersoort nigra, oftewel de Zwarte ballote ipv de Stinkende ballote. Ik vond ‘m dan ook niet erg stinken.

Stinkende ballote – Ballota nigra ssp. meridionalis

De andere groep met Priscelline, Wim, Arend, Astrid en Karel pakte het stuk langs de Kralingse plas. Priscelline meldde: Ik vond het fantastisch langs de plas, er hangt een fijne sfeer. Groepen studenten zijn aan het hardlopen, een vrouw schommelt in een hangmat tussen twee wilgen, en op duister plekje zit een vrouw verscholen onder een boom, je zou ervan schrikken als ze ineens zou gaan praten. Een paar mensen informeren naar wat we doen. De planten langs de oevers zijn prachtig: Groot moerasscherm, Grote kattenstaart, Harig wilgenroosje, Bitterzoet, Grote egelskop en nog veel meer. En dan al die dilemma’s: lopen die bladen nu wel of niet af bij die Verbascum? Toch maar voor Stalkaars gekozen. Vijfdelig of Muskuskaasjeskruid? Op grond van de bijkelk en de app-uitslag kiezen we voor Vijfdelig, maar de geur is juist heerlijk en dat had weer niet gemogen. Thuis geven de sterharen toch de doorslag.

Het was voor beide groepjes een heerlijke avond.

Tekst en foto’s: Josien Hofs




Een lange warme avondinventarisatie in misschien wel de sjiekste wijk van Rotterdam

Woensdagavond 28 juni 2022 – kilometerhok 95-437 Kralingen

Rond half zeven arriveerden een stuk of 12 inventariseerders bij de afgesproken bushalte, gewapend met loep en flora.  We splitsten we ons op en ons groepje nam de noordelijke helft van het hok voor zijn rekening. Een wijk met veel villa’s en wat waterpartijen en uiteraard de nodige wegbermen.  Ook zelfs een stukje “kwetsbaar natuurgebied / Niet betreden” wat we respecteerden door alleen Dick er in te laten gaan. Opvallend was de belangstelling van diverse bewoners die nieuwsgierig waren wat dat vreemde clubje dat ze via hun bewakingscamera’s in het vizier kregen, nu eigenlijk aan het doen was.

Uit een tuin ontsnapte Struisvaren – Matteuccia struthiopteris

De flinke tuinen in deze wijk leverden dan ook heel wat “tuinvlieders” op zoals Puntwederik, Karmozijnbes, IJzerhard, Schijnaardbei, Struisvaren en het zeldzame Gevlekt Havikskruid.

Nadat we in een afvoerput twee varentjes ontdekten, Tongvaren en Smalle IJzervaren, gingen we nog wat meer putjes inspecteren en troffen we veel jonge boompjes aan die op die vrij kansarme plekken aan hun race naar de zon waren begonnen zoals Vlinderstruik en Mahonie.

Putten kunnen vol verrassingen zitten. Na twee leuke varens in één put trokken we er nog een paar open, maar daar bleken jonge struiken en boompjes in te groeien zoals hier Vlinderstruik en Mahonie.

Een ander opvallend verschijnsel vormde de beschoeiing van de singel langs de s‘-Gravenweg. Van veel palen waren de koppen flink aan het rotten en dat vormde een mooie voedingsbodem voor allerlei planten, varens en jonge boompjes zoals de Amerikaanse Tulpenboom.

Het werd 10 uur en met een score van 209 soorten keerden we terug naar de bushalte om nog vijf minuten te wachten op onze collega’s die met een net zo score arriveerden. Maar, we vonden zeker niet allemaal dezelfde soorten, want samen was de lijst wel 286 soorten rijk. Deze sjieke, wijk leverde daarmee een rijke soortenlijst op, misschien wel de sjiekste lijst van Rotterdam.

 Tekst en foto’s: Wim de Kan

Zaailing van de Tulpenboom – Liriodendron tulipifera in een rottende paalkop.
Zo zie je maar weer waarom je niet alles gelijk moet repareren.

Roosjes in de put

Ooit de geur van groene appeltjes geroken vanuit een straatput? Als je zulke avonturen wilt beleven, moet je beslist een keer meegaan op één van onze tweewekelijkse inventarisatie-avonden, want daar beleven wij dat. Op de avond van de 14de juni verzamelen we aan de Nesserdijk in de Rotterdamse nieuwbouwwijk ‘De Esch’, die deel uitmaakt van Kralingen. Eind 19de eeuw werd hier de grootste watertoren van Nederland gebouwd en samen met het oude pompstation en de filterhuisjes zijn dit inmiddels rijksmonumenten. 

We waren met 14 floristen en deelden het hok (95-435) in twee delen. Ik sloot aan bij de groep die het bebouwde deel en een stuk van de Maasoever gingen bekijken. De andere groep ging genieten van het zuidelijker gelegen natuurgebied van de Esch. Josien beschreef na afloop die omgeving als volgt: “een onverwacht bijzonder stukje Rotterdam, met allerlei ruigtes, waterplasjes, een mooie Maasoever en soms ook inzaai langs de wandelpaden.” Bij het uiteen gaan riep Bas: ‘Wie de meeste soorten vindt!’ Ik riep terug: ‘Nee, de mooiste!’

Wegwerkzaamheden maken de Maasoever lastig te bereiken, maar Els beheert de kaart en weet de opbrekingen te omzeilen zodat het groepje ook daar de planten in kaart kon brengen.

Tussen de stenen vonden we gewone soorten als Liggende vetmuur, een late Vroegeling, Harig vingergras en ook mijn favoriete Kleine leeuwenbekjes. Op een muurtje langs een perk vonden we Tong- en een Mannetjesvaren en aan een singel tussen het Riet, Moeraswalstro, Ruige zegge en Zwart tandzaad. Dick spoorde ons aan om richting maasoever te gaan in de hoop daar bijzondere soorten aan te treffen. We liepen echter vast op hekken vanwege wegwerkzaamheden. Maar wij hadden Els, die voortreffelijk kaart leest en na kruip-door-sluip-door langs brandgangen en achterommetjes, waar we de landelijk zeldzame Oosterse raket aantroffen, bereikten we uiteindelijk de in avondzon schitterende Maas. De basalthelling was bedekt met, hier en daar al bloeiend, Wit vetkruid, maar verder viel het wat tegen en troffen we vooral veel  inzaaisoorten aan. We doken de wijk weer in en dubden lang over een soort dravik: is het Zwenk- of toch Hoge of misschien de Spaanse? We komen er niet uit en de plant gaat mee voor grondige determinatie thuis. 

Spaanse dravik – Anisantha madritensis met een veel compactere bloeiwijze dan IJle dravik.
Voor de Rotterdamse Florawerkgroep een nieuwe soort.

We hadden nog een leuk groen gebied tegoed naast een met hekken afgesloten drinkwaterleiding-terrein (DWL). Daar vonden we, op de parkeerplaats in een straatput, de naar groene appeltjes geurende Egelantier. En even later in een tweede put nog één. Wat doen die roosjes in de put? Op de vlucht voor stikstof? Ook in het veld staan er vele en Priscelline wijst me op de mooie bladrand en -onderkant bedekt met kliertjes, die als je ze wrijft de frisse geur verspreiden. Op de foto die ik maakte van gallen van de Gladde rozenerwtengalwesp zijn ze goed te zien.

Bladonderkant van Egelantier (een soort roos) met Gladde rozenerwtengalwesp. Op de onderkant van het blad en langs de bladrand zie je de klieren met klierdruppeltjes die naar appeltjes ruiken.

Ik moest lachen om het beeld van Dick, Els en Arend turend tussen de hekspijlen van het DWL-terrein, onmachtig om de mooie soorten die daar groeien van dichtbij te bekijken. Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant… We klaagden niet, want het was een prachtige lente-avond waarop ons groepje 168 soorten kon noteren.

Arend en Dick sleutelden thuis op de Dravik en het blijkt inderdaad de Spaanse, een nieuwe soort voor de Florawerkgroep. Bij de nabespreking bleken ook de anderen veel moois te hebben gezien waaronder Hartbladzonnebloem, Groene bremzegge, Oosterse klaproos en Grote boogcotoneaster (C. bullatus). Als het om de meeste gaat, dan hebben zij gewonnen want zij noteerden 191 soorten. De mooiste? Dat blijft een kwestie van smaak en daarover valt gelukkig niet te twisten 🙂

tekst en foto’s: Josée van Oers

Els, Dick en Arend proberen tussen de spijlen door de vegetatie van het Drinkwaterleiding-terrein (DWL) te inspecteren op nieuwe soorten, maar dat leverde niet veel op, de planten stonden te ver weg.

Natuur of geen natuur in Vreeland

“Wat is natuur nog in dit land?” Deze vraag rees vrijwel direct bij het begin van onze inventarisatie. De oostelijke helft van het km-hok 95.433, vooral het sportcomplex Varkenoord maar ook Vreewijk, bleek vol te zitten met ingezaaide bermen en velden. We zagen bekende inzaaisoorten als Gewone margriet, Teunisbloemen, Cichorei, Italiaans raaigras en veel klaversoorten. Vooral op plaatsen waar nog niet zo lang geleden de bodem bewerkt was en de vegetatie nog niet gesloten zag het er prachtig bloemrijk uit.

Tussen de ingezaaide soorten hadden zich spontaan enkele grote gele kruisbloemigen gemengd: het bijna uitgebloeide Raapzaad, in volle bloei staande Herik en Grijze mosterd, die nog maar net aan de bloei was begonnen. Later op de avond nog aangevuld met Zwarte mosterd, in een boomspiegel, al anderhalve meter hoog en nog lang niet uitgegroeid.

Ingezaaid terrein rond de sportvelden. Bijna het hele klaverassortiment was aanwezig waaronder deze opvallend groothoofdige Witte klaver. De Liggende klaver, ook op dit veld, staat bovenaan dit bericht.

Toen we in een droge sloot op rijtjes met Echte koekoeksbloemen stuitten en duidelijk was dat deze nog niet zo lang geleden aangeplant waren, was dit de grens: deze noteren wij niet! Natuurlijk vonden wij dit mooier dan geschoffelde perken met Afrikaantjes of rozen, maar natuur? Nog niet. Maar wat als ze er over tien jaar, dankzij passend beheer en geschikt klimaat nog staan?

In het nabijgelegen bedrijventerrein was, voor zover aanwezig, duidelijker wat wij tot natuur konden rekenen en wat niet. Hier geen ingezaaide soorten. Wel heel uitgestrekte steenvlakten (voornamelijk parkeerterrein) met, talrijke pollen met Kransgras, zaailingen van Iep, Es en Spaanse aak, de millimeters hoge Liggende vetmuur en de iets hogere Donkere en Uitstaande vetmuur in de voegen tussen de trottoirtegels en Kruipertjes die zelfs door een dichte deur naar binnen wilden. Ook de bloeiende Akkerwinde die de etalages van enkele slaapkamertoonzalen omlijstten werd genoteerd.

Ook natuur waren enkele tientallen Breedbladige wespenorchissen die zich in een strook open lage beplanting hadden gevestigd. De soort heeft de bijnaam ‘asfalt-orchidee’ omdat hij in tegenstelling tot de andere orchidee-soorten zich veelvuldig op allerlei plekken in stedelijk gebied vestigt, zelfs tot in bloembakken en boomspiegels.

Kruipertje probeert op het bedrijventerrein zelfs naar binnen te kruipen | foto: Dick Hoek

Ook in de aangrenzende woonwijk was het onderscheid tussen natuur en de rest geen groot probleem. In een bosje was tuinaarde en afval gestort. In de, ongetwijfeld bemeste, tuinaarde groeiden nog enkele pollen met Engels gras of een cultuurvariëteit hiervan. Aangevoerd en (nog) niet verwilderd, dus die noteerden we niet. Maar, enkele pollen met Bieslook wel, want: spontaan gevestigd tussen de verharding op meer dan een meter afstand uit een tuin.

Door de droogte van de afgelopen weken was een deel van de grassen in een gazon vrijwel verdwenen en hadden honderden rozetten van Hertshoornweegbree het over genomen. Dat het voorjaar ten einde liep werd duidelijk door de bovengronds al vrijwel afgestorven, maar nog wel herkenbare Zandraket en Vroegeling.

Een gazon bestaande uit rozetten van Hertshoornweegbree | foto: Dick Hoek

In totaal vond ons groepje met Karin, Remco, Willemien en Dick in ons deel van het hok net iets meer dan 200 soorten, de ingezaaide dan wel meegerekend.

Deze avond werden voor mij twee zaken weer eens duidelijk: het (groen)beheer van bedrijfsterreinen kan veel natuurvriendelijker. En vooral in de bermen zou wat meer ruimte gegund moeten worden aan spontane ontwikkeling van natuur zonder inzaai.

tekst en foto’s: Dick Hoek

Zomer in mei

(impressie van het andere groepje over inventarisatieavond 17 mei – kmhok 95-431)

Het is gewoon nog warm in de avond en dat halverwege mei. Met twee groepjes verkennen we het zuidelijkste stuk van de Rotterdamse wijk IJsselmonde en een stukje Barendrecht ten noorden van de A15. Het is een buitenwijk en een groot stuk aangelegd natuur- / recreatiegebied.

Ons groepje met Dick, Wimke en Josée vindt ruim 150 soorten. In het buitengebied is de variëteit het kleinst. Behalve de usual suspects vinden we enkele exemplaren Kraailook. De rest van de verrassingen komt vooral door inzaai zoals een heel veldje Grote Ratelaar op een plek waar je ze niet zou verwachten en relatief vaak zien we Margrieten en Groot Streepzaad, wellicht ook resultaten van eerdere inzaai.  

Nog lang niet alles is in bloei, maar gelukkig weet Dick heel veel in vegetatieve staat te herkennen.  Niet bijzonder maar wel heel mooi vinden we de Vogelmuur en de Vogelwikke. Wat we in eerste instantie voor Japanse Duizendknoop aanzien blijkt de Sachalinse Duizendknoop (nieuw voor de Rotterdamse Florawerkgroep), we zien er twee. In het buitengebied veel Reuzenberenklauw, al gauw een paar honderd. Op de terugweg naar het verzamelpunt treffen we tussen de straatstenen in de wijk o.a. nog Rood Guichelheil, het bloempje in de inzettende schemering al dichtgevouwen, en een boterbloempje dat we na zorgvuldig beschouwen als de Behaarde noteren.

Behaarde boterbloem – Ranunculus sardous als stoepplantje

tekst en foto’s: Josien Hofs

Over randplanten en ezelsbruggen

Deze dinsdag, 17 mei, vond de samenscholing van een tiental plantenzoekers plaats bij een bushalte in Rotterdam Zuid, op de gemeentegrens met Barendrecht. Een groepje van 4 trotseerde die grens en inventariseerde de zuidzijde van het kilometerhok (095-431).

Een hok, door Han omschreven als “met veel rommelig groen, een bosachtig park, oude dijkjes, vaarten, paardenweides, en wat minder toegankelijke delen zoals een kinderboerderij (…) en bouwspeeltuin (…) . Verder nog een nieuwbouwwijkje in het oosten en een jaren 50 wijk in het noordelijk deel en een ingewikkeld snelwegknooppunt met waterpartijen in het zuiden.

Een buschauffeur reed langzaam en aarzelend ons verzamelpunt voorbij (nee, we willen niet mee) en markeerde daarmee een eerste vondst van de avond voor het noordelijk groepje. Straatgras. “Kijk”, zegt Willemien, terwijl ze ons op een ezelsbrug wijst, “hier heeft de bus langsgereden”. De bloeiwijze van straatgras heeft een ‘platte kant’ dwz de steeltjes van de aartjes zijn naar dezelfde kant gericht. Even later weer een randgras van de straat, maar toch net even anders, een look alike. Zijaanzicht van het blad ziet er uit als een bootje, volgens een andere brug dus ook een beemdgras, maar groeit in een dichte pol en de bloeiaartjes staan alle kanten op: Veldbeemdgras. 

Die gele composiet … zie hieronder … – Crepis biennis

Twee minder ervarenen buigen zich over een plant van zeg 50 cm hoog, duidelijk in de nadagen. De plant, hè, de plant. Hersens kraken, wat kan het zijn. Ja, een composiet, een gele, maar daarvan zijn er vele. Hm, stengelblad met oortjes. Plots popt een bruggetje op en wijkt de grijze massa. De onderste omwindselbladeren van de bloem staan af: Groot Streepzaad. 

Moeras vergeet-me-niet houdt stand in een droog grasveld. Een Brede wespenorchis zit klem tussen putrooster en stoeprand (kopfoto) en even verderop, wel in het groen, zien we een tiental van deze stadse orchideeën. Nog meer leuks: IJle Zegge, die telt, want gespot aan een slootkant. Hangende zegge, ook leuk om te vermelden, al die doet niet mee, vanwege de standplaats in een plantsoen. Om te eindigen noem ik nog een opgemerkt bolgewasje. De sterren van de avond, in een schaduwrijke boom- en struikenrand en niet te missen: Gewone vogelmelk.

Gewone vogelmelk – Ornithogalum umbellatum

Was geschreven,

Astrid D

Van Kralingse bos tot Rottekant

Toen de laatste aankwam was Han er ook en konden we beginnen. Het was fris, een open dag in mei met een late zon. Drie fietsen aan een paal en een aan een andere paal. Ons telgebied van vandaag ligt in het voormalige buitengebied van Rotterdam, naast de Rotte; wordt nu doorsneden door de snelweg en is volgebouwd met naoorlogse woningen. Maar hier en daar proef je nog restanten van de Hollandse openheid die hier ooit was. Mogelijk tref je nergens meer de oorspronkelijke grond aan. Misschien nog wel in het Kralingse Bos, dat is aangelegd voordat de grote alles verwoestende machines hun werk gingen doen. De gevolgen van deze energieke aanpak vinden we terug in de opwarming van onze enige aarde. En in de planten die hier nu groeien. Ieder jaar meer warmteplanten, minder koudeplanten dus ook. Tot samen met dit lage Nederland de planten hier ook verdwijnen. Voordat het zover is lopen we in de late avond met de blik naar de grond onze telronde. Ik zat bij het drietal dat met Dick mee mocht. We kregen de Rottekant toebedeeld.

De verzamelplek viel in ons gebied en muntte uit door voor ons herkenbare planten: het voedselrijke reservoir aan planten dat het in ons stiktofrijk wereldje naar de zin heeft en die we dus ook bijna uitentreuren kennen. Wadend door gras vind je Fluitenkruid, Raapzaad en Pastinaak, ertussen Akkervergeet-mij-nietje, Gewone veldsla en zelfs doorgeschoten Veldereprijs. Ook de waterkanten leveren geen bijzonderheden: voedselrijk water met Gele lis, Grote lisdodde en een enkele Dotter. Maar misschien is het onze manier van kijken en zou bijvoorbeeld een Italiaan of een Turk van de kurkdroge grond de plantengroei overweldigend en nieuw en aantrekkelijk vinden. Wij zijn in ieder geval blij dat er iets groeit, anders waren we hier niet.

Pijlkruidkers – Lepidium draba | foto: Dick Hoek

Op naar de Rotte, in sneltreinvaart, want een stuk weg valt buiten het telgebied en je stelt je bij een oude veenstroom een mooie oude rijke vegetatie voor. Helaas is de oever onlangs weer bijgewerkt en is de begroeiing dus naar verwachting: geen diversiteit aan zeggen, russen en biezen, maar een rietkraag met wat planten die daarin thuis horen. In het gras is nog wel een veldje Pijlkruidkers aanwezig, een witte wolk als het in bloei staat. We gaan terug naar de hoge dijk die als geluidswal functioneert tegen het lawaai van de Rijksweg en dat wonderbaarlijk goed doet. Bovenop ligt lavasteen gevat in ijzeren rechthoekige draadcontainers. Dick meldt dat op de lava voor Nederland zeer zeldzame korstmossen groeien. Ze zien er niet uit: een beetje vuilwit spul, dat je er moeilijk afkrijgt. Eindelijk vinden we zowaar Stinkende gouwe. Onder rijden de auto’s.

Bijna 150 planten genoteerd. Dat is behoorlijk, vinden we. Eigenlijk wel mooi voor zo’n stukje doorsnee Nederland. In drie uur, Met z’n vieren. Begin mei.

De andere groep heeft ongeveer hetzelfde aantal planten in wat andere biotopen gevonden. Willemien enthousiast. Ze hoopt op Stijf vergeet-mij-nietje, zou kunnen gezien de aangebrachte grond. Zou mooi zijn.

Het is donker, je kunt nu beter fietsen met je verlichting aan.

tekst: Arend Knibbe

Stijf was het vergeet-me-nietje toch niet, wel Ruw (Myosotis ramosissima)
gemengd met veldsla – Valerianella | foto: Willemien

Wie het kleine niet eert… (in het Kralingse Bos)

Het was een mooie lente avond met zacht weer, licht zonnetje en weinig wind. We verzamelden bij de parkeerplek aan de Kralingse plas bij de 2 molens en waren met zijn achten. Een groepje liep richting noorden en ik liep mee met groepje richting zuiden. Het Kralingse bos is een voedselrijk bos met veel waterelementen en overgangen dus aardig wat verschil in soorten. We kwamen een mooie volle Paardenbloem tegen, volgens Arend de grootste was die hij ooit zag.. Hihihi.. maar even een mooie kiek van gemaakt.

Paardenbloem – Taraxacum officinale | foto: Juriaan van Beek

Wat ik leuk vond is om mooie pol Pluimzegge tegen te komen.. Ik kende deze van de heemtuin aan de overkant van de Kralingse plas maar was me eigenlijk nooit zo op andere locaties opgevallen. Wat ik ook aardig vond was om hier Hop tegen te komen want ik wist dat niet die ook in dit stukje was.

Natuurlijk pakten we ook de grasstroken mee in het park en tot met name Willemiens verbazing zag ze met haar getrainde ogen een heel klein plantje en dat was Kleine Leeuwenklauw! Vrij bijzonder…. Na het eerste plekje zagen we steeds meer locaties, maar toch redelijke plakkaten! en zelfs 50 meter verder bij ander grasveldje ook… Nu is het grappige dat ik met de KNNV Rotterdam, een jaar of 20 geleden zeker, bij de Weidezoom in het Kralingse bos hooguit zo’n 200 meter verderop ook deze plant was tegengekomen! (er vanuit gaande dat de gids goed determineerde). Er is dus waarschijnlijk een populatie al jaren daar maar nog niet echt opgemerkt.

Kleine leeuwenklauw – Aphanes australis | foto: Willemien Troelstra

We zagen ook Gele Waterkers weer uitlopen en Willemien wees ons op de mooie ingesneden onderste bladeren. Dit jaar let ik wat beter ook op de bloeiwijze van de verschillende Esdoorns. De Noorse Esdoorn had ik al week of 3 geleden ongeveer in bloei gezien, nu zag ik eens duidelijk de ook niet zo opvallende bloei van de Spaanse Aak… De Gewone Esdoorn is blijkbaar het laatst van deze 3 algemene Esdoorn soorten.

Goed, we liepen door want begon al ietwat meer naar schemer te gaan en we wilden ook nog stuk bebouwing Kralingen meepakken. Maar we liepen nog grasveldje af en de ogen van Wimke vielen op een ander klein plantje (zie foto bovenaan) en Willemien zag gelijk dat het ging om Klein Vogelpootje!! De naam slaat erop dat de vruchten krommen als een vogelpootje. Een soort die, net als Kleine leeuwenklauw, ook van schrale stukjes houdt en niet of nauwelijks aangetroffen wordt in regio Rotterdam! Mooie bijzondere vondst!

Na nog een mooi veldje met prachtig stuk vol met Gewone Ereprijs, gemengd met Draadereprijs, en de mooie Pinksterbloemen erdoor waren we dan toch in het stedelijke van Kralingen. We liepen straatjes in en kwamen bij een smal achtertuinpaadje met aan beide kanten houten hekken. Daar zagen we onder andere, al in bloei, de mooie Schijnpapaver en Arend zag nog wortelrozet van de Bleekgele Droogbloem op een muurtje. 

Gewone ereprijs – Veronica chamaedrys

Het begon nu echt wat meer richting schemer en we liepen andere route terug, wat meer Oostelijk, over het Fazantenlaantje. Ook daar zagen we nog wat voorjaarsbloeiers als Vingerhelmbloem en vermoedelijk een Oosterse Sterhyacint en nog mooi de Bosanemoon.

Was een mooie avond in een voor Rotterdam natuurlijk, groen, gebiedje. Ons groepje noteerde ruim 150 soorten maar denk dat de bijzonderste wel waren: KLEINE Leeuwenklauw en KLEIN Vogelpootje. Beiden klein en zeer makkelijk over het hoofd te zien, maar voor deze contreien bijzondere soorten! 🙂

Tekst: Juriaan van Beek

ps. Voor wie nieuws over de natuur in het Kralingse bos wil volgen: Ik beheer een facebook groep over het Kralingse Bos. Daar is veel aandacht voor de natuur in dit gebied, ook boswachters en mensen van de heemtuin zitten in de groep. 

Rond de Watertoren – Kralinger Esch

5 april 2022 – de eerste inventarisatieavond van het jaar. Na een wat rommelige start met wat laatkomers door trein en filevertragingen konden we van start. Het was voor ons de vuurdoop van de nieuwe invoerapp VERA. Bij mij lukte het niet gelijk, naar later bleek omdat ik eerst VERA opstartte en daarna pas mijn GPS aanzette; het andere groepje kon wel soepel direct aan de slag.

Ons eerste kilometerhok van het jaar was 95-436, in de buurt rond de prachtige oude watertoren van De Esch. De dijk waar de tram over rijdt vormde de scheidslijn tussen de twee groepen, wij doken snel het woonbuurtje ten noorden van de dijk in en vermaakten ons prima met de variatie van een stukje grasveld, achtertuinen, stoep, stoepgoten, speeltuintje en bossagerand aflopend naar een sloot.

Zo noteerden we al snel een flinke waslijst met algemene soorten: Ridder- en Krulzuring, Veld-, Klimop- en Grote ereprijs en ook grassen zoals Engels raaigras, Glanshaver, Rietzwenkgras, Kropaar en Grote vossenstaart.

Ronde ooievaarsbek – Geranium rotundifolium | foto: Karel Gort

Wat minder algemene soorten waren:

  • Klein glaskruid, langs een schutting,
  • Kruisbes in een rand met allerlei struiken,
  • Zaailing van de Kaukasische vleugelnoot
  • Fijn vedergras tussen de stoeptegels (een sterk toenemende soort in de stad)
  • Gewoon barbarakruid (in de stad vinden we hem niet zo vaak)

Na dit stuk woonwijk begon de schemering al in te zetten, maar staken we nog even over naar de Burgemeester Oudlaan, ten noorden van de Abraham van Rijckevoorselweg om daar een stukje oeverbegroeiing van een singel mee te pikken. Dat vormde een mooie aanvulling op de biotopen en we voegden daar dan ook nog snel veertien soorten aan onze lijst toe, zoals Riet, Grote lisdodde, Gevleugeld hertshooi en Kluwenzuring.

De andere groep had zich ook goed vermaakt met onder andere een stuk rivieroever en diverse vetkruiden. Karel Gort keek ook speciaal uit naar de verschillende (onder)soorten van Vroegeling die tegenwoordig worden onderscheiden en vond Draba glabrescens als nieuwe soort voor de Rotterdamse Florawerkgroep.

Aan het eind waren we wel wat verkleumd, maar het was een mooie startavond van het seizoen. Met zijn negenen (verdeeld over twee groepjes) vonden we 167 soorten.

tekst: Willemien Troelstra | Leadfoto: Priscelline van der Pas
Als je goed kijkt zie je op de leadfoto: Straatgras, Hertshoornweegbree, Liggende vetmuur en Veldereprijs.

De paarse cultivar van Kruipend Zenegroen – Ajuga reptans atropupurea | foto: Karel Gort

Seizoensafsluitende avond in Hoek van Holland

21 september was de laatste avond van dit seizoen die we als Rotterdamse Florawerkgroep op de agenda hadden staan.

Alle kilometerhokken die we gepland hadden voor 2021 waren geïnventariseerd (en zelfs een paar extra), dus we konden ook dit jaar onze slotavond gebruiken voor verdieping in plaats van inventarisatie. Deze keer begaven we ons naar het westelijkste puntje van Rotterdam: Hoek van Holland.

Zeeaster – Aster tripolium | foto: Willemien Troelstra

Karel Gort had daar een kort rondje uitgestippeld waarin heel wat karakteristieke duin- en kustsoorten langs kwamen die we in de kern van Rotterdam niet snel tegen komen zoals Kromhals, Handjesgras en Stekend loogkruid. Passend bij deze kustlocatie troffen we een hele serie planten waarvan de naam begint met Zee-:

  • Zeeaster
  • Blauwe Zeedistel
  • Zeekweek
  • Zeemelkdistel
  • Zeeraket
  • Zeevenkel
  • Zeewinde
  • en … Zeepkruid (-:
Zeevenkel – Crithmum maritimum | foto: Willemien Troelstra

Toen het begon te schemeren begaven we ons naar de Torpedoloods alwaar we nog lekker konden napraten en genieten van een heerlijke maaltijd. Daarbij kwam ook even aan de orde wanneer we elkaar weer zien/wanneer we als groep weer actief zijn.

Josien gaf aan dat ze rond de jaarwisseling in Ommoord een eindejaarsplantenjacht wil organiseren. Mogelijk kunnen we dit jaar op meerdere plekken in de stad meedoen en een wandeling organiseren. In februari/maart komt er een seizoens-startoverleg zodat we in april weer van start kunnen met een nieuwe reeks kilometerhokken. Wordt vervolgd.

verslagje: Willemien Troelstra | kopfoto: Bas Kers

De deelnemers aan de seizoensslotavond van de Rotterdamse Florawerkgroep. Er zijn nog veel meer mensen die regelmatig of af en toe met ons meelopen. Iedereen die meer wil leren over wilde planten in Rotterdam en/of wil helpen om de flora in Rotterdam te inventariseren is welkom. | foto: fototoestel 😉

Groepsuitje naar de Klompenwaard

Op 16 september 2021 gingen 11 RFWGers naar de Klompenwaard olv Bas Kers. We hadden uitermate geschikt weer: droog, zonnig en niet te warm

De vroege vogels (Bas, Wim, Priscelline en Els) hadden al een struinrondje gemaakt (met oa Echt bitterkruid, Viltig kruiskruid en Oostenrijkse kers) toen de rest (Josien, Liesbeth, Melitta, Han, José, Dick en Karin) keurig op tijd bij de Sterreschans aankwamen.

Bas geeft een korte uitleg over dit gebied. Het is de vraag wat we gaan vinden op de oeverwallen. Gezien de overstromingen van juli zou dat wel eens kunnen gaan tegenvallen. Maar dan zijn er altijd nog de rivierduinen.

Eerst richting fort Pannerden. De meest opvallende soorten zijn Grote stekelnoot, Gewone agrimonie en veel Kruisdistel. Na een bekertje koffie bij de ingang van het fort lopen we de Pannerdense Kop op. Hier zien we veel Zeepkruid en veel (knisperend!) Handjesgras. Ook opvallend: Kattendoorn, Glansbesnachtschade, Heksenmelk, oostenrijkse kers en doornappel.

Bastaardzandloopkever

Intussen zijn er ook andere waarnemingen dan planten: diverse sprinkhanen, veel vlinders, Bastaardzandloopkever en andere insecten. We horen de boomkrekel en we horen én zien twee raven. Er staat veel ruige zegge in het zand (je zou denken dat hier Zandzegge staat, maar die zien we amper).

En nu de oeverwal… Er staan diverse kleine kiemplantjes, maar het houdt niet over. Met enige moeite onderscheiden we rode, zeegroene, korrel- en liggende ganzenvoet. Verderop zien we de (tijdens de lunch gedetermineerde) nerfamarant, franse amarant en papegaaienkruid.

Handjesgras, Groot warkruid en Borstelkrans
Cynodon dactylon, Cuscuta europaea, Clinopodium vulgare

En dan, op het rivierduin: bloeiende pijpbloem! Dit maakt het gemis aan oeversoorten helemaal goed. Ook veel Geoorde zuring (vettig blad). In de ruigte aan de westkant van fort Pannerden zien we weer een interessante combinatie van soorten: Wilde marjolein, Borstelkrans en Kruisbladwalstro. Het warkruid op de brandnetel wordt gedetermineerd als Groot warkruid. En Bermooievaarsbek mag dan bekend zijn als stadsplant, hier komt het van nature voor.

Pijpbloem – Aristolochia clematitis

Na de lunch zien we de grote, uitgebloeide stengels van Knolribzaad. Over het Grijskruid vertelt Bas dat dat vroeger  rondom molens te vinden was (kwam met het graan mee).

Dan lopen we een uitdagend stuk terug door brandnetels, over omgevallen boomstronken en dode takken. Hier zijn ook beversporen. En dan zijn we weer bij de nevengeul, waar aan de overkant een paar stieren lopen. Gelukkig gaan we de andere kant op…In de nevengeul liggen boomstammen aan de ketting, hier wordt onderzoek verricht naar de aanwezigheid van macrofauna.

De laatste bijzondere soort was Smalle aster (niet te verwarren met de ook aanwezige zomerfijnstraal!).

We sluiten de excursie af met een drankje bij kasteel Doornenburg waar als vanzelf ook bitterballen op tafel verschijnen. Een prima dag!

Tekst: Els Huijvenaar
Foto’s: van diverse deelnemers

Zestien floristen op struintocht in Capelle

7 september 2021 km-hok 99-441

De straten rond de Capelse Hoofdweg werden dinsdagavond 7 september overspoeld door zestien enthousiastelingen om de vegetatie op te nemen. Ook deze keer werden we aangenaam verrast door de interesse van een paar pas afgestudeerde FLORON-cursisten, Zij volgden de basiscursus die FLORON afgelopen jaar online verzorgd heeft en kwamen nu hun opgedane kennis in de praktijk toetsen en nieuwe planten leren kennen. Het is altijd leuk nieuwe floristen te mogen verwelkomen en op weg te helpen. Onze ouwe rotten in het vak vertellen mooie ezelsbruggetjes zodat kenmerken beter beklijven.

Anna Paulownaboom – Paulownia tomentosa | foto: Melitta van Bracht

Op deze gekke plek bestaande uit bedrijfsterrein met wat kleine stukjes braakliggend terrein, de Hoofdweg met beplante bermen, een wijkpark en een waterrijke woonwijk is van alles te ontdekken en dat hebben we dan ook gedaan. Opvallende soorten waren Zwarte Toorts (verwilderd vanuit inzaai), Anna Paulownaboom (zaailing, moederboom buiten beeld), Steeneik (zaailingen direct onder de volwassen aangeplante boom) , Kaal breukkruid (tussen de straatstenen van een oprit) en Vierzadige wikke. In totaal vond ons groepje in twee uur en twintig minuten 168 soorten.

Toen werd het te schemerig om nog verder te zoeken. Voor het donker gereed zijn met ons halve hok is niet helemaal gelukt want ondanks het mooie weer zette de herfst al lekker in.

Verslag: Melitta van Bracht

Zwarte toorts | foto: Josée van Oers