Door en door nat op Waalhaven Zuid

Dinsdagavond 30 juni zou de regen wegtrekken; mocht het bij de start van de inventarisatieavond, om half zeven, nog regenen dan zou het een half uur later wel droog zijn, aldus een van de vele regenvoorspellingsapps die ons gerust kunnen stellen dat het prima weer is om naar buiten te gaan. De werkelijkheid was dat het die avond af en toe min of meer droog was tussen de regen door en dat ik thuis gekomen mijn kleding kon uitwringen. Maar de vijf groepsgenoten die waren op komen dagen lieten zich hierdoor niet uit het veld slaan en struinden in twee groepjes over bedrijventerrein Waalhaven Zuid (kilometerhok 90-432).

De helling van het stenige talud langs de havenkant, waar ons groepje van drie in het begin langs struinde, was zeer beperkt begroeid. Bovenop, stond wel wat meer tussen de hoekige betonblokken, onder andere wat struikjes zoals Lavendel, Sleedoorn, Spaanse aak, Rode kornoelje, Es, Lijsterbes en Boswilg. Wat betreft de kruidachtige planten groeide er veel Robertskruid, maar ook flink wat Muursla.

Op de parkeerstrook aan de kant van de bedrijven vonden we flink wat soorten tussen de straatstenen zoals Hazepootje, Kransmuur, Stijf straatliefdegras (voorheen heette dat simpelweg Straatliefdegras) en tientallen exemplaren van Stijf hardgras. Ook doken tussen de stoeptegels enkele Maisplanten op; we verbaasden ons erover dat het ze gelukt was om op die plek te kiemen.

Daarna slingerden we via enkele straten over het bedrijventerrein om weer bij ons startpunt uit te komen. In een groene berm en op een paar meer verrommelde voorterreinen van bedrijven sprokkelden we aardig wat soorten bij elkaar. Ik licht er een paar uit:

  • De eerste vondst van Klein liefdegras dit jaar. Klein liefdegras komt veel later tot bloei dan de ‘weilandgrassen’ omdat het een zogenaamde C4 plant is, die kan pas bij hogere temperaturen groeien, maar als het kan doet hij dat ook heel snel.
  • Middelste teunisbloem; meestal komen we de Gestreepte teunisbloem tegen. De Middelste lijkt daar veel op maar die heeft geen rode knobbels en vlekken op de stengel en bloemkelk.
  • Diels cotoneaster; Deze soort hadden we niet eerder (verwilderd) aangetroffen of in ieder geval niet als zodanig gedetermineerd. In de nieuwe Heukels flora zijn de vaak verwilderende cotoneastersoorten opgenomen. Dat is een goeie stimulans om verwilderde cotoneasters bij onze inventarisaties mee te nemen.
  • Een pol rijk bloiende Heelblaadjes, achter het hek onderaan de grote zendmast.
  • Zaailing van ‘Gekweekte kool’ in de goot, waarschijnlijk Rode kool.
  • Kleine leeuwenbek, langs de randen van een verhoogd parkeerplateau.
Middelste teunisbloem – Oenothera biennis | foto: Dick Hoek

Het tweepersoonsgroepje van Bas en Johan had in hun deel van het kilometerhok een strook met bossages. Zij hadden dan ook de veel meer houtige soorten op de lijst staan zoals: Hollandse iep, Amerikaanse vogelkers, Grauwe abeel, Canadapopulier, Ratelpopulier, Hazelaar, Eenstijlige meidoorn, Zwarte bes, Aalbes, Egelantier, Rimpelroos, Schietwilg, Katwilg, Witte esdoorn. Zijn vonden zelfs een soort die nieuw is voor de Rotterdamse Florawerkgroep: Amerikaanse eik, een soort die je vooral op de Zandgronden aantreft.

tekst: Willemien Troelstra | foto’s: Dick Hoek

Een prachtavond met duinflora op 33 km van de kust

Op dinsdagavond 16 juni was het wat druilerig weer, maar het werd toch een prachtige avond. We verzamelden net ten zuiden van vliegveld Zestienhoven, aan de rand van bedrijventerrein Hoog zestienhoven om kilometerhok 90-441 te inventariseren. Jacqueline die voor het eerst meeliep voegde zich bij drie ‘oud-gedienden’. Terwijl Bas zijn enthousiasme uitstortte over Jacqueline en haar onder andere kennis liet maken met de wereld van de groene sprieten (grassen en russen), noteerden Johan en ik de eerste tientallen soorten op de stoep, in de grasberm daarachter en langs de slootkant.

Toortsen naast een bedrijvenloods waar we net niet dicht genoeg bij konden komen om te zien welke soort het is : Stalkaars of Keizerskaars. De wolken kleinere gele bloemetjes zijn van de Zwarte mosterd. | foto: Willemien Troelstra

Vanaf daar liepen we een flink stuk voetpad tussen een boomsingel en de berm/sloot combinatie. Er kwamen regelmatig wat soorten bij in het genre dat je daar verwacht zoals Veldzuring, Zomereik, Spaanse Aak, Gewoon reukgras, Look-zonder-look en Echte Kamille. Bij een toegang naar een loods van een aannemer stonden wat meer ruderale soorten zoals Zwarte mosterd, Melganzenvoet, Paarse dovenetel, Korrelganzenvoet en nog zo wat. Naast de loods, onbereikbaar door sloot en hek stonden een paar toortsen prachtig te bloeien, vermoedelijk Keizerskaars, maar we konden het niet goed genoeg zien om zeker te weten welke soort.

Daarna liepen we het voetpad af tot we bijna het kilometerhok uitliepen. Het begon te regenen, maar gelukkig zette het niet erg door. We kwamen wat meer op het echte bedrijventerrein terecht en konden onze soortenlijst onder andere uitbreiden met stoepplantsoorten van warmere plekjes zoals Gewoon langbaardgras en Zandhoornbloem. Onze aandacht werd getrokken door een nog onbebouwd perceel waarvan de helft binnen het kilometerhok lag. Dit terrein bleek vol te staan met soorten uit de duinen. De zaden zullen zijn meegekomen met het opgebrachte bouwzand: Zandzegge, Gestreepte teunisbloem (zie foto boven bericht), Strandduizendguldenkruid (met relatief grote bloemen en oranje aanlopende onderste bladeren), Duinlangbaardgras, Scheve hoornbloem (zeldzaam, helemaal uitgebloeid want dat is een echte voorjaarssoort) en een paar exemplaren Slangenkruid.

Strandduizendguldenkruid – Centaureum littorale Onder andere te herkennen aan de smalle blaadjes waarvan de onderste oranje verkleuren, de bloemen zijn iets groter dan die van de andere Duizendguldenkruiden. | foto: Willemien Troelstra

Ook al weten we dat deze soorten niet op deze plek zullen blijven groeien, vonden we het toch erg leuk om ze hier tegen te komen en te herkennen. Intussen begon de zon al aardig te zakken en aanvaarden we de terugtocht richting startplaats. We scoorden hier en daar nog wat soorten zoals Heggenduizendknoop (die goed te herkennen was aan de oude resten die in het hek hingen) Hazenpootje en Hemelboom.

Door de invallende schemering konden we eigenlijk al niet zo goed meer speuren, maar toen viel mijn oog op een paar sprieterige rozetten waar ik Glad biggenkruid in herkende: een soort die wij als groep niet eerder in de stad hebben gevonden (wel een keer bij een uitstapje naar de Maasvlakte) en die ook nog eens beschermd is. Een mooie foto zat er niet meer in, alleen al omdat deze soort alleen in de ochtend bloeit, maar dat kon onze pret niet drukken. We gingen vrolijk nagenietend van deze rijke avond naar huis.

tekst: Willemien Troelstra

Glad biggenkruid – Hypochaeris glabra | foto: Willemien Troelstra

De rage van Botanisch stoepkrijten ging niet aan ons voorbij

Botanisch stoepkrijten / Botanical chalking verovert de wereld via de sociale media. Plantenliefhebbers in allerlei landen speuren stoepen af, terwijl ze met stoepkrijt de namen naast stoepplantjes schrijven. Zo kunnen wandelaars gemakkelijk hun plantenkennis bijspijkeren. Nevendoel is de stoepplanten in het zonnetje zetten zodat men ze minder als ‘onkruid’ ziet.

Minstens vier groepsleden haakten aan bij deze rage en maakten eind mei/ begin juni een of meer ommetjes waarbij ze planten van een stoepkrijtnaam voorzagen.

Een impressie van Botanisch Stoepkrijten door leden van de Rotterdamse Florawerkgroep.
In het midden voorziet Priscelline de Wilde lijsterbes van zijn naam.

Het was leuk om te doen; er kwam regelmatig directe respons. Josée schreef daarover: Op de Bergsingel bij het Kruipertje hoorde ik uit een raam boven me: ‘Wat ben je aan het doen?’ Een oude dame in nachtpon luisterde naar mijn uitleg en reageerde: ‘Ik had al lang moeten wieden en snoeien maar ik kan het niet meer zelf, maar ik krijg binnenkort wel hulp.’ Terwijl ik ‘Eendagsbloem’ opschreef, reageerde ze vrij fel: ‘Ja, nou is het wel genoeg hoor!’ Ik heb haar gerustgesteld dat de regen het weer wegspoelt en schoot daarna inwendig giechelend de zijstraat in.

Priscelline krijtte in Vlaardingen en raakte met een passant in gesprek: “Toen ik bezig was bij de Muursla dacht een vrouw dat ik met Pokemon bezig was. Toen ik haar uitlegde dat het om de beschrijving van de Muursla ging bij die lekkende regenpijp, vond ze dat heel leuk.” Jammer genoeg waren de stoepplanten op het schoolplein weggehaald voordat de school weer begon.

Dick krijtte rond de basisschool Park16hoven aan de Tinbergenlaan,

Willemien maakte een keer een ‘blokje om met plantennamen’ in de Kop van het Oude Noorden De andere keer liet ze een spoor van plantennamen achter op haar route van huis (Heer Vrankestraat) naar werk (Botersloot). In beide gevallen waren er weinig mensen op straat en daardoor ook geen directe respons. Via facebook bleek wel dat buurtbewoners het gezien hadden en eentje het hele rondje was gaan lopen.

tekst en foto’s: Dick Hoek, Josée van Oers, Priscelline van der Pas en Willemien Troelstra

Op expeditie naar het plantenwalhalla van Zestienhoven

Op deze zomerse 3de juni verzamelen we met zijn drieën op gepaste afstand aan de Terletweg voor de ingang van volkstuinvereniging ‘Zestienhoven’. In het kilometerhok 90-439 van vandaag zijn meerdere tuincomplexen, die we niet zullen inventariseren omdat we daar voornamelijk aangeplante en ingezaaide soorten zullen aantreffen. Er blijft echter genoeg te beleven in dit gebiedje dat haar naam dankt aan de zestien boerderijen of hoven die hier na de inpoldering aan het einde van de 18de eeuw gevestigd waren. In de uitnodiging beschreef Dick Hoek het als volgt: het bestaat uit de groene woonwijk Park Zestienhoven in ontwikkeling en een karakteristieke stadsrand met oude en jonge bebouwing, paardenweitjes, parkeerterreinen, een mountainbike terrein, autosloperijen, braakliggende terreintjes, sloten, waterpartijen, beboste groenstroken enz.

Geoord helmkruid – Scrophularia auriculata

Dick is er vandaag zelf bij, kent de wijk op zijn duimpje en heeft al een interessante route voor ons uitgestippeld. De slootkanten van de Terletweg leveren ons naast vele grassen als Kweek, IJle dravik, Gewone kropaar en Gestreepte witbol onder meer ook Look-zonder-look, Harig wilgenroosje en Bosandoorn op. Als we de middenbermen bekijken en een zijpad inslaan, ontkomen we niet aan het besef dat we al sinds april te maken hebben met extreme droogte. Het heeft de Zwarte mosterd echter niet beperkt om hoogtes te bereiken van wel zo’n 2,5 meter.

Dick kiest voor het avontuur en leidt ons dwars door dichte bebossing over en door droge greppels naar de rand van een kleine plas en belooft ons een bezoek aan een verderop liggend ‘Walhalla’. Naast meerdere Klaver- en Wikkesoorten vinden we ontsnapte soorten als Slaapmutsje, Tuinakelei en Italiaanse Aronskelk. In de gloeiende zon staren we door onze loepjes naar geplukt blad en zien de kenmerkende gegaffelde haartjes van Kleine Leeuwentand. We passeren een nog niet bloeiende Wespenorchis, zien langs een waterkant het schitterende Geoorde helmkruid om dan tenslotte aan te komen in Dick’s Walhalla.

Links de meer dan manshoge Zwarte mosterd – brassica nigra Rechts Dick Hoek en Liesbeth den Haan | foto: Josée van Oers

Het Walhalla is een nog niet bebouwd, maar wel opgespoten stuk land en onder het genot van de geluidjes van Oeverzwaluwen die verderop in een zandwal hun nestjes bouwen, juichen we bij het vinden van prachtige soorten als Zandhaver, Slangenkruid, Sikkelklaver, Zanddoddegras, Pekbloem en massaal Duinlangbaardgras. Het is moeilijk om te stoppen, maar de tijd zit erop en met een lijst van 168 soorten kunnen we terugzien op een weer zeer geslaagde inventarisatie-ochtend.

De andere helft van het kilometerhok is dinsdagavond al door Bas Kers en Willemien Troelstra onderzocht.

Verwilderde Pekbloem – Silene armeria een van de soorten die we aantroffen in het ‘plantenwalhalla’ (een stuk opgespoten bouwterrein) in de wijk Zestienhoven waar binnenkort huizen komen. | foto: Josée van Oers
Steenkruidkers

Stenig maar toch fleurrijk Rotterdam West

Dinsdagavond 17 mei – deze keer konden we eindelijk weer een beetje opereren zoals we dat vorige jaren gewend waren: in twee groepjes (een van twee en eentje van drie personen) een deel van een hok verkennen en aan het eind nog even napraten over de vondsten en elkaar een paar puzzels voorleggen. Dit lukte prima terwijl we toch afstand hielden. Een derde groepje heeft op woensdagochtend nog een stuk van het hok verkend zodat in totaal 7 mensen op pad zijn geweest.

Ons groepje verkende vooral de woonstraten rond het Burgemeester Meineszplein, in de basis een stenige buurt zonder park of water. Aan het eind van de avond hadden we dan ook veel stoepplanten genoteerd, planten die zich goed tussen de straatstenen weten te handhaven zoals: Kransgras, Steenkruidkers (afbeelding bovenaan deze blog), Gevlamde fijnstraal, Zandraket, Zandhoornbloem, Stinkende gouwe, Schijfkamille, Kransmuur, Straatgras.

Moerasanemoon – Houttuynia cordata | foto: Josée van Oers

Er zijn gelukkig wel veel bewonersinitiatieven die de stenigheid verzachten met plantenbakken en geveltuinen, maar deze tuintjes waren vaak zo goed onderhouden dat er voor ons niet zo veel te scoren viel wat betreft planten die zich daar spontaan in hadden gevestigd. Aan de andere kant verwilderen er soms juist soorten vanuit die bakken. Die twee aspecten leveren samen een belangrijke bijdrage aan de lijst met soorten zoals Paarse dovenetel, Zomereik, Stippelganzenvoet, Kleverig kruiskruid, Oosterse karmozijnbes, Eendagsbloem, Moerasanemoon en Hazenstaart.

En, hoe dan ook was het een mooie avond. In de eerste straat stonden langs de muren en tuinhekjes vrij veel Klein glaskruid; een charmante soort die twintig jaar geleden nog heel zeldzaam was in Nederland, en nu een gangbare stadsplant is geworden. We konden daar ook gelijk een (voor onze groep) nieuwe soort noteren: Paardengras (weliswaar één miezerig polletje, maar hij stond er wel).

Klein glaskruid – Parietaria judaica | foto: Willemien Troelstra

Een attente buurtbewoner zorgde voor een tweede nieuwe soort: ‘Weten jullie dan ook welk leuke plantje daar bij dat fietsenrek staat?’ We hadden zelf over het geel bloeiende Driebladvetkruid heen gekeken. Ik had de soort een keer, niet bloeiend, aangetroffen in een stad in Noord Italië; door het platte blad dat in kransen van drie staat is hij makkelijk te herkennen. Dezelfde bewoner wees ons ook even op het Dalmatiëklokje dat zich in een put had gevestigd en daar tot bloei was gekomen.

Dalmatiëklokje in de put – Campanula portenschlagiana | foto: Willemien Troelstra

Het andere groepje van deze avond had hetzelfde gevoel over de stenigheid van de woonstraten. Maar, zij hadden compensatie door een stuk Heemraadssingel en de Essenburgsingel waar ze een aardig lijstje water(kant)planten scoorden met als bijzonderheid Gekroesd fonteinkruid. En, zij hadden wel drie nieuwe soorten voor de Rotterdamse Florawerkgroep: Cotoneaster divaricatus, Bonte leeuwenbek en Zuidelijke brandnetel. Het was niet meteen duidelijk dat het Zuidelijke brandnetel was, maar hij viel erg op door de opzij stekende aartjes met vruchten, bij de Grote brandnetel hangen die naar beneden. Het is de derde vindplaats van deze soort in Rotterdam.

tekst: Willemien Troelstra

LightBox Active Image
Zuidelijke brandnetel – Urtica membranacea | foto: Bas Kers

Stoepen en kades in Oud Delfshaven (km-hok 90-435)

Woensdagochtend 6 mei tien uur, de zonovergoten Bartel Wiltonkade aan de Maas ligt er verlaten bij. We zijn in Bospolder, een Rotterdamse wijk die op allerlei fronten proeftuin is en als een van de eerste aardgasvrij zal worden. Ik ben mijn krijtjes vergeten en kan dus niet meedoen aan de uit Frankrijk en Engeland overgewaaide nieuwe rage van botanisch stoepkrijten (de aandacht vestigen op stoepplantjes door er de naam bij te schrijven).

Het is prettig toeven aan de Maas waar we leuke vondsten doen zoals Amerikaanse vogelkers, Glad Walstro en Gele waterkers. Na enkele honderden meters eindigt het kilometerhok. We verlaten de kade en belanden in de open binnentuin van een nieuwbouwblok. We puzzelen op een ontsnapte Goudsbloem, die we volgens Heukels Tuingoudsbloem mogen noemen en staren enigszins geschokt naar de gemummificeerde resten van een dood konijn, pal naast een verlaten kinderspeelplaats. Ik heb er melding van gemaakt bij de gemeente en kreeg toegezegd dat het diertje zal worden opgeruimd.

Zoals op bijna al onze inventarisaties vonden we ook nu Grote Weegbree. Bij Vroege Vogels radio hoorde ik dat deze, van oorsprong Europese soort, ook wel ‘White man’s footstep’ wordt genoemd. Het zaad is via de schoenzolen van zeevaarders verspreid en de plant komt inmiddels over de hele wereld voor. Leuk weetje. We verlaten de nieuwbouw en vinden verderop tussen ongebruikte tramrails Hertshoornweegbree in grote getale en Ruige zegge. Als we richting binnenhavens lopen, komen we langs een kleine helling van basaltblokken die berstensvol bloeiende Oosterse morgensterren staat. Zo talrijk hebben wij ze nog nooit gezien en van inzaaien lijkt hier geen sprake.

Zwartsteel – Asplenium adiantum-nigrum | Josée van Oers

Smullen doen we bij het afspeuren van de kademuren van de Voorhaven. Naast overvloedig bloeiende Muurleeuwenbekjes, zien we honderden Steenbreekvarens, enkele Mannetjesvarens en als kers op de taart de zeldzame Zwartsteel. Om de variatie in onderzochte typen terrein hoog te houden, duiken we de zijstraten in. Aan de Schans, op de oude molenromp die luistert naar de prachtige naam: Het Vertrouwen, vinden we, naast Muurvarens en Kompassla, een varen waar we niet direct uitkomen. Foto’s van het blad en van de sporen doen ons later thuis ontdekken dat we ten tweede male een Zwartsteel op ons pad hadden. Leuk!

In de Albregt Engelmanstraat straalt een opzoomersfeer ons tegemoet. Bewoners hebben veel aandacht besteed aan kleurrijke bloembakken en geveltuinen en wij boffen met het kunnen bijschrijven van leuke ontsnapte exemplaren van Groot Trilgras en Hazestaart. De tijd is gevlogen, de drie uur zijn alweer voorbij. Op de terugweg naar onze fietsen ontdekt Dick op de valreep bij de oude tramrails nog een Liggende ganzerik. Zeldzaam én voor onze werkgroep een nieuwe soort. Jippie!
Met een tot ziens aanvaarden we voldaan de fietstocht naar huis.

tekst: Josée van Oers

Liggende ganzerik – Potentilla supina | foto: Dick Hoek

Waalhaven oostzijde – veel water en veel verrassingen

Dinsdag 21 april 2020 – Dit keer gaat slechts één team van twee personen op pad: Liesbeth den Haan en Dick Hoek. Het kilometerhok van deze week (90-433) bestaat voor meer dan de helft uit het water van de Waalhaven en met twee teams ben je (te) snel uitgekeken zo dachten we.

Maar, binnen de beperkte vierkante meters blijkt wel veel variatie in biotoop aanwezig: bedrijventerrein met uitgestrekte parkeervelden, steenglooiingen met basaltblokken langs de haven, een weinig gebruikte spoorlijn, nog niet gemaaide dijk met bloeiend Fluitenkruid en enkele braak liggende terreintjes. Opvallend afwezig is het biotoop woonwijk: we hebben geen huis gezien. Het weer is zoals het al dagen is: strakblauwe lucht en stevige windvlagen. De wind speelt ons regelmatig parten: tijdens de lunchpauze waait de thee en koffie bijna uit de bekers; een windvlaag werpt het uitgeprinte km-kaartje in de Waalhaven en ook het fotograferen wordt bemoeilijkt door de voortdurend wuivende halmen en bloemen.

Kandelaartje – Saxifraga tridactylites overal tussen de voegen van het parkeerterrein

In de voegen tussen de kinderkopjes van het keurige parkeerterrein waar we hebben afgesproken zijn ondanks de droogte veel voorjaarsdwergen nog goed te herkennen: Zandhoornbloem, Vroegeling, Kandelaartje en Veldereprijs. Kandelaartjes zijn hier zelfs aspect bepalend in sommige boomspiegels. De basaltoevers blijken al gemaaid maar leveren toch enkele leuke soorten op zoals een bloeiende Gewone vogelkers in bonzai-vorm (door het maaien) en Blauw kattenkruid. Daarnaast vinden we, aan de voet van de dijk, soorten die van natte voeten houden: Grote engelwortel, Waterzuring, Wolfspoot en Harig wilgenroosje. Andere water- of moerassoorten zien we niet in het hok.

De vegetatie van de spoorbaan is van een geheel andere aard. Als we langs het nauwelijks gebruikte spoor lopen kraakt het uitgedroogde Vals rendiermos onder onze voeten. De spoorbaan blijkt een hot spot voor leuke soorten: pollen met Buntgras, Klein robertskruid, Muizenoor, Kleine leeuwentand met de kenmerkende gegaffelde haren en het zeldzame Behaard breukkruid. Het Sint-janskruid staat er nog opvallend fris groen bij. De nog niet gemaaide dijk met Fluitenkruid kent geen verrassingen. Met moeite vinden we enkele Pinksterbloemen. Talrijkste soorten zijn hier Glanshaver en Engels raaigras.

Behaard breukkruid – Herniaria hirsuta op het spoorwegemplacement

Na de lunch bezoeken we op Pier 2 twee braakliggende terreinen. Het eerste terrein wordt blijkbaar al langere tijd met rust gelaten. Het levert een keur van bijzondere soorten op: dode stengels met doosvruchten van Doornappel, rozetten van Wilde reseda, bloeiend Rood guichelheil en een sterk behaarde wikke die we verzamelen en na enig gepuzzel Zachte wikke blijkt (een ondersoort van Bonte wikke die in de Heukels flora niet wordt afgesplitst). Het tweede stuk braak is al deels geëgaliseerd en waarschijnlijk in afwachting van bebouwing. Langs de randen bloeit opvallend veel Gewone veldsla. Inmiddels zijn we al langer dan de afgesproken 3 uur bezig en moeten we helaas toch nog een deel van  het hok overslaan. Op de terugweg naar de fietsen zien we nog Oosterse raket met de opvallend lange, afstaande vruchten en enkele Bleekgele droogbloemen. We nemen nog wat moeilijke gevallen mee naar huis voor nadere determinatie. De totaal score komt uiteindelijk uit op 137 soorten.

Tekst en foto’s: Dick Hoek

Wilde reseda – Reseda lutea

Oogst van tweede koppel bij Waalhaven emplacement

Het is woensdagochtend 8 april. Dick en ik hebben om 10 uur afgesproken op het hoekje van de Driemanssteeweg en de Aploniastraat in Charlois. We zijn het tweede koppel dat, in dit door COVID-19 gedomineerde tijdperk, een deel van kilometerhok 90-431 gaan verkennen. We belanden op een zeer rumoerig bedrijventerrein waar hard wordt gewerkt en waar ook een druk bezocht milieupark is gesitueerd. Op een steenworp afstand ligt de A15 die hier ook de Rotterdamse gemeentegrens vormt. 

Het is me opgevallen dat bermen veel uitbundiger bloeien dan vorige jaren en ik had al gefantaseerd dat dit zou kunnen samenhangen met de verbeterde luchtkwaliteit die is ontstaan door de corona-maatregelen. Dick helpt me uit de droom. De bloei is inderdaad uitbundiger maar dit hangt samen met de droogte van 2018 en 2019. Vele grassen stierven daardoor af waardoor het zaad van eenjarige bloeiers meer ruimte kreeg dan gemiddeld. Steeds weer leerzaam zijn mijn tochtjes met de deskundigen van de florawerkgroep.

Grote maagdenpalm – Vinca major | verwilderd op het bedrijventerrein

Het is een stenig, grauw terrein met weinig variatie in soorten, het staat vol met Vroegeling, Kluwenhoornbloem en Kleine veldkers. Leuke vondsten zijn Lidrus, Dubbelkelk en Kransmuur. We twijfelen over de Vergeet-me-nietjes: is het allemaal Akker of ook een andere vergeet-me-niet? Net als andere planten waar we niet direct uitkomen, gaan ze mee in een plastic zak om ze thuis met Heukels’ sleutels op naam te brengen.

We krijgen genoeg van alle herrie en verplaatsen ons naar een groen weggetje met sloot en knotwilgen. Dat levert behalve een ontsnapte Grote maagdenpalm geen verrassingen op. De tijd vliegt, de drie uur die we mogen besteden zitten er bijna op als we nog even snel een uithoekje bij een watertje bekijken. Daar worden we beloond met Beekpunge en Blaartrekkende boterbloem als afsluitende verrassingen.

Ik ben net als sommige geleedpotigen een meesnoeper, want het is Dick die ‘de moeilijke gevallen’ later thuis oplost waardoor we Ruw-vergeet-me-nietje, Grote klaproos en Akkerereprijs aan onze lijst kunnen toevoegen en al met al 117 soorten blijken te hebben gedetermineerd. We kijken halsreikend uit naar de eerste inventarisatieavond waarop we weer in grote getale het veld in kunnen gaan. Zullen we dat in 2020 nog mee gaan maken? De tijd zal het ons leren.

Kleine varkenskers – Lepidium didymum (tot voorkort bekend als Coronopus didymus)

Over Gevlekte fluitenscheerling en andere schermbloemen

Dinsdagavond 14 april verzamelden zich negen leden van de Rotterdamse Florawerkgroep achter hun eigen schermpje voor een virtuele samenkomst. We begonnen met een kwartiertje bijpraten. Daarna gaf ik een lezing over schermbloemen. Alle 21 soorten schermbloem die we als Rotterdamse Florawerkgroep de afgelopen jaren in Rotterdam zijn tegen gekomen passeerden even de revue. Bij sommige look-a-likes stond ik wat langer stil.

Zo opende ik met de foto bovenaan dit bericht. Deze foto maakte ik vlak bij huis, langs de Rotte, iets ten Noorden van het spoorviaduct. Ik meende daar een paar dagen eerder mooie donkergroene glanzende, fijn ingesneden bladeren van Gevlekte scheerling te hebben zien staan. Vandaag zag ik dat er een bloeiwijze in zat. Dat verbaasde me hogelijk, want de enige schermbloem die nu volop bloeit is Fluitenkruid, de andere schermbloemen komen duidelijk later. Toen ik nog wat beter keek bleek dat ik werd gefopt door een Fluitenkruidplant die dwars door de pol Gevlekte scheerling heen groeide. Het was niet zo moeilijk te controleren want Fluitenkruid heeft een groene behaarde en geribde stengel zonder vlekken. Ook is het blad wat doffer en iets minder fijn verdeeld.

Gevlekte scheerling staat veel in de midden- en zijbermen van de snelwegen rond Rotterdam. Daarvandaan zet hij nu ook zijn eerste stappen in de stad.

Gevlekte scheerling – Conium maculatum

Rijke plantenoogst rond het Waalhaven-spooremplacement

Dinsdagavond 7 april was eerste inventarisatieavond van de Rotterdamse Florawerkgroep in 2020. Normaal een geweldige avond om elkaar weer te ontmoeten na onze ‘winterslaap’. Andere jaren startten we met meer dan tien mensen. Vanwege corona gingen we nu in twee groepjes van twee mensen. Dinsdagavond ging ik (Willemien Troelstra) met Bas Kers op pad, woensdagochtend gingen Dick Hoek en Josée van Oers een ander stuk van het kilometerhok verkennen. Ons zoekterrein was kilometerhok 90-431 rond het metro-spooremplacement ten zuiden van bedrijventerrein Waalhaven .

Glanzige ooievaarsbek – Geranium lucidum
De bloemetjes lijken op die van Robertskruid, maar de bladeren zijn niet gedeeld en glanzen sterk. Massaal op een van de bedrijfspercelen langs de Albert Plesmanweg.

Eerst een stukje heen en weer gelopen langs de Albert Plesmanweg, aan de rand van bedrijventerrein Waalhaven. De bermen langs het fietspad leverde veel algemeen grut, weinig verrassends. Met de verrekijker zagen we op het spooremplacement bloeiende Kandelaartjes en Ruw vergeet-mij-nietje. Terug liepen we aan de overkant, langs de bedrijvengevels en opritten en zo. Dat leverde een paar leuke soorten (van die soorten die je niet in ieder hok vindt): Veldsla, Glanzige ooievaarsbek (met mooi glanzend blad en roze bloemetjes vulde het grote stukken van een wat verlaagd liggend veld); wat verderop Klein robertskruid, een nauwe verwant van Gewoon robertskruid maar de bloemen steken minder ver uit de kelk en weer wat verderop een strook onder het hek vol met Kandelaartje gemengd met Ruw vergeet-mij-nietje, zo konden we ze dus alsnog van dichtbij bewonderen.

Richting Groene kruisweg werd het wat graziger en passeerden we een bosje waar we een verwilderde Overblijvende ossentong scoorden. We doken onder de spoorlijnen door om aan de zuidkant verder te zoeken. Aan de overkant van de Groene kruisweg zagen we een intrigerende ‘witte vlek’ onder de bomen. Eigenlijk mochten we dat stuk niet inventariseren, want dat zouden Dick en Josée de volgende dag doen, maar we konden het niet laten en ontdekten daar Armbloemig look, een soort die zich de afgelopen jaren op diverse plekken heeft gevestigd en zich daar dan meestal flink uitbreid (net zoiets als Daslook). Het is een grappig uitje met een bloeiwijze met een paar bolletjes en een paar bloemen (hij doet zijn naam eer aan). Het bleek trouwens dat Dick en Josée het Armbloemig look niet tegen waren gekomen.

Klein robertskruid – Geranium purpureum
Houdt van wat warmere, steniger plekjes dan Gewoon robertskruid.
De bloemen zijn wat kleiner en minder vlak uitgespreid.

Terug naar ons deel van het hok konden we nog heel wat struiken toevoegen en wat waterplanten. Tot onze grote verrassing vonden we ook een pluk Zandzegge, blijkbaar is de berm daar erg zandig. Het begon langzamerhand te schemeren en we sloten af met Heggenduizendknoop die prachtige patronen had gewoven in het hek langs het emplacement. We eindigden met 164 soorten, erg veel voor een inventarisatie-avond begin april, vorige jaren kwamen we meestal niet zo ver. Verklaringen zijn de afwisseling in het hok en een voorjaar dat voorloopt op het meerjarige gemiddelde en misschien ook dat we met zijn tweeën een hoger tempo aan konden houden dan met een grotere groep.

Tekst en foto’s: Willemien Troelstra

Heggenduizendknoop – Fallopia dumetorum
Overblijfselen van vorig jaar in het hek langs het metro-emplacement.
De dunne sprietjes die omhoog steken zijn de resten van de bloeiwijzen.

Eindejaarsplantenjacht met De Kas weer geslaagd

Vrijdag 27 december deden we weer mee aan de jaarlijkse Eindejaarsplantenjacht, op zoek naar wat er in de winter bloeit. Net als vorig jaar organiseerden we de wandeling samen met Stadskwekerij De Kas. De Eindejaarsplantenjacht is een intiatief van FLORON en 2019/2020 is het zesde seizoen dat de jacht wordt gehouden.

De wervingskanalen van De Kas hadden goed gewerkt: met zo’n vijf-en-twintig personen gingen we in drie groepjes op pad, een uur lang zoeken naar bloeiende wilde (en verwilderde) planten in de wijk Blijdorp. Teruggekomen bij de Kas vergeleken we de soortenlijstjes en praatten nog wat na onder het genot van versgemaakte glühwein, chocolademelk of thee.

Afbeelding kan het volgende bevatten: 3 mensen
Korte toelichting bij de start van de Eindejaarsplantenjacht in Stadskwekerij de Kas – foto: Marja versteeg

De plantenlijsten hadden dit jaar 20, 24 en 28 soorten. Samen vonden we 45 soorten. Dat waren wat langere lijstjes dan vorig jaar; toen scoorden we gemiddeld 21,5 soorten. Acht bloeiers werden door alle drie de groepjes gevonden. Maar deze acht staan niet allemaal in de landelijke top 15 van meest gevonden bloeiende planten tijdens de Eindejaarsplantenjacht:

  1. Harig knopkruid
  2. Herderstasje (top 15 soort)
  3. Kruipklokje
  4. Madeliefje (top 15 soort)
  5. Paarse dovenetel (top 15 soort)
  6. Robertskruid
  7. Straatgras (top 15 soort)
  8. Tuinwolfsmelk (top 15 soort)

Tien soorten werden door twee van de drie groepjes gevonden: Gewone melkdistel (top 15 soort), Hoge fijnstraal, Kaal knopkruid, Klein glaskruid, Klein kruiskruid (top 15 soort), Kransgras, Vogelmuur (top 15 soort), Witte dovenetel (top 15 soort), Zilverschildzaad, Zwarte nachtschade.

Vorig jaar vonden we Klein glaskruid en Alsemambrosia verrassende bloeiers; die twee troffen we dit jaar weer aan wat ons dus iets minder verbaasde. Deze keer vonden we het meest bijzonder: Duinvogelmuur, Moerasdroogbloem, Spoorbloem en Ronde ooievaarsbek.

Ronde ooievaarsbek Geranium rotundifolium

Slotavond: struinen en smikkelen bij de Lloydpier

Dinsdag 24 september was de laatste avond van ons planten-inventarisatie-seizoen. Het was maar goed dat we alle kilometerhokken die we wilden doen al hadden geïnventariseerd want het was erg regenachtig en daardoor extra vroeg donker. We konden dus vrij kiezen waar we deze avond eens rond zouden struinen.

Kleine majer met een opvallende bladtekening | foto: Josée van Oers

Onze keus voor de avond viel op een braakliggend terrein op de Lloydpier waar voorheen de “Tuin op de Pier” was. Het is jammer dat deze buurttuin weg is, maar het was nu wel een leuk terrein om pioniers te vinden. Aan de rand begon het met Smal vlieszaad; een paar meter verderop stonden een paar prachtige Doornappels. Iets minder opvallend maar bij nadere beschouwing ook erg mooi waren de drie Nachtschades: Beklierde, Driebloemige en de voor de meeste aanwezigen nieuwe Glansbes-nachtschade, met wat lichter gekleurd blad en een soort gemarmerde bessen. Daartussendoor stond heel veel Postelein, hier en daar wat Zeegroene ganzenvoet, en veel plukken Kleine majer met een bijzonder mooi streeppatroon op de bladeren.

Na afloop van het struinen gingen we naar “Stroom” en hebben daar zeer genoegelijk en lekker gegeten en zowel over floristische als meer persoonlijke zaken bijgepraat. Ook is er afgesproken dat we ook dit jaar weer meedoen aan de Eindejaarsplantenjacht. Tussen kerst en 7 januari zullen we weer een uur lang op zoek gaan naar bloeiende planten, samen met iedereen die mee wil. Deze keer waarschijnlijk in de omgeving van Alexanderpolder.

Tekst: Willemien Troelstra | Foto’s: Josée van Oers

Plantenwandeling op Open dag Nivon Rotterdam

Zaterdag 14 september 2019, half vier. Mooi weer.

De RFWG is uitgenodigd om acte de présence te geven op een dag waarop allerlei organisaties die een link hebben met Nivon Rotterdam zich hebben gemeld om meer bekendheid te krijgen. Ondergetekende heeft zich aangeboden om een rondleiding van vijftig minuten te geven.

Daags ervoor heb ik het stukje stad verkend en vastgesteld dat je maar een paar meter hoeft te lopen of het uur is vol. Oude stadsgrond, leuke planten.

Ik ben op tijd! Er zijn bij elkaar zo’n 25 mensen. Er is koffie. Ik meld dat ik er ben. Ik praat met een mevrouw die de fijnschildercursus aanprijst. Ze meldt me dat die helaas al vol is. Ik vind dat ook spijtig. Ze heeft besjes geschilderd en grijs email. Dat heeft ze best goed gedaan.
Dan is er het moment van aankondiging. Ik ga naar de grote zaal, waar alternatieve godsdiensten zich aanprijzen. Tegelijk met mij is er een cursus spreken in het openbaar die wel vaker gegeven wordt. Ik moet opstaan en mijn naam uitspreken. De mensen bekijken me. Je kunt zien dat het lastig kiezen is. Maar ik ben er niet voor niets, twee mensen hebben belangstelling. De man is een duitser die al langer in Nederland woont, de vrouw is heel bij de tijd en werkt mee in diverse aktiviteiten.  Dan blijkt dat de man die de zaken leidt ook meegaat, drie personen dus, meer dan niks.
Het Nivon huist in het enige oude gebouw van het straatje. Op de stoep begin ik met de planten die zich in de stoep gevestigd hebben: de gewone dus, maar meteen opzij Knopig helmkruid. De stoep heeft zo’n 15 verschillende planten, waarvan ik er een tiental benoem en wat bijzonderheden vermeld. We gaan de Jonker Fransstraat oversteken en meteen zien we bij een lantaarnpaal een Zonnebloem. Aan de overkant vinden we tussen de fietsen en een afvoer Peterselie, dat is met recht zeldzaam. We gaan naar links. Helaas staat maar weinig in bloei, maar ze klagen niet. We lopen nu door naar het water, ondertussen hebben we onder meer niet bloeiend Biggekruid en bloeiend Klein streepzaad gezien. Het water heeft van de gemeentelijke plantsoenendienst matten met waterplanten gehad en de bosbies staat er uitgebloeid nog markant te zijn. Waterpeper proeven is een must.  Een eind verderop vinden we de Watermunt. Altijd verrassend. Het beeld van de man in het water staat er mooi bij.

Je kunt in Rotterdam van de straat eten: links hazelnoten van de Boomhazelaar (ook wel Turkse hazelaar genaamd), rechts Peterselie die bij een lantaarnpaal stond.

 Het Heinekengebouw heeft zijn eerste Muurvarens en Tongvarens en het straatje erachter is door de bewoners omgetoverd in een bloemenlusthof. De wilde planten hebben er het nakijken.
We gaan naar de Noorderbrug en weer terug langs het water. In de walkant staat een mooi exemplaar van het Wilgeroosje, dat je in de stad toch maar zelden ziet. Een eindje verderop is een uiterst zeldzaam verwilderd exemplaar van de Siernetel  en we passeren een Tomaat. Muurpeper en Fijnstraal maken duidelijk dat het er droog is. Het Nivongebouw doemt weer op. Rechts van het gebouw groeit nog Citroenmelisse en een niet bloeiend Havikskruid. Maar ook een plant met sterk behaarde grondstandige bladeren die kleven als kleverig kruiskruid. Zand en aarde kleeft eraan. Die plant ken ik niet. Zeer waarschijnlijk nieuw voor Nederland.

De mensen zijn me dankbaar. Ze zeggen het, maar ik voel het ook. Ze krijgen onze folder en het plantenblad.  Ik fiets met een zeldzaam gelukkig gevoel naar huis. Plantjes…

Tekst: Arend Knibbe.
Foto’s: Nivon (overgenomen van de Facebookpagina van het Nivon)