Eindejaarsplantenjacht Akkerdistel bloeit

Eindejaarsplantenjacht 2020-2021 anders-dan-anders

Traditiegetrouw doet de Rotterdamse Flora Werkgroep mee met de door FLORON georganiseerde landelijke Eindejaarsplantenjacht. Het gaat hierbij om het noteren van bloeiende wilde en verwilderde planten gedurende een één uur durende wandeling in de periode 25 december tot 4 januari.

Normaal verzamelden we op één punt en gingen in groepjes van vier-vijf op pad. Na afloop vergeleken we de lijstjes en dronken we samen wat. Maar dit keer moest het vanwege de coronarichtlijnen noodgedwongen anders: alleen of hoogstens met z’n tweeën op pad. Om toch het saamhorigheidsgevoel te bewaren riepen we wel alle groepsleden op om mee te doen en hebben we de lokale lijsten verzameld.

De resultaten

Er werden door onze groepsleden en andere Rotterdammers samen 22 plantenjachten ingevoerd waarbij we samen 140 soorten noteerden. Twee wandelingen met slechts 1-2 soorten hebben we niet meegeteld omdat we niet wisten of dat wel echte lijsten waren. Hieronder de top 13.

SoortnaamAantal x in/bij
rotterdam
Rang in/bij
rotterdam
rang
landelijk
Klein kruiskruid 22 (van de 22) 1 3
Madeliefje 20 2 1
Straatgras 19 3 2
Canadese fijnstraal 17 4 13
Gewone melkdistel 16 5 9
Grote brandnetel 15 6a 20
Herderstasje 15 6b 5
Paarse dovenetel 15 6c 6
Paardenbloem 14 9 7
Tuinwolfsmelk 12 10 12
Vogelmuur 12 11a 4
Duizendblad 11 11b 8
Witte dovenetel 10 13 10
De 13 soorten die het meest werden aangetroffen bij de eindejaarsplantenjachten in de Rotterdamse regio. In de tweede kolom het aantal keer dat de plant op een lijst stond. In de derde kolom hoe hoog de soort daardoor in de ranglijst staat. In de laatste kolom de plaats van de soort op de landelijke ranglijst op basis van 1697 plantenjachten.

De talrijkste soorten: Klein kruiskruid, Madeliefje en Straatgras kunnen het hele jaar door bloeiend worden waargenomen. Alleen in koude winters met vorstdagen laten ook zij het afweten. Deze staan dan ook ieder jaar hoog in de ranglijst. Opvallend is dat Grote brandnetel en Canadese fijnstraal in de Rotterdamse regio een aanmerkelijk hogere plaats in nemen (plek 4 tov 13 en 6 tov 20) dan landelijk. Vogelmuur daarentegen was veel minder vertegenwoordigd dan landelijk (11 tov 4).

Een selectie van 21 soorten die tijdens de Eindejaarsplantenjacht in Rotterdam en omgeving zijn gevonden.
1 Klein glaskruid, Herik, Kruipklokje, Zwarte nachtschade, Kaal knopkruid, Akkerdistel, Gehoornde klaverzuring,
2 Boerenwormkruid, Rode klaver, Avondkoekoeksbloem, Muurleeuwenbek, Watermuur, Paarse dovenetel, Klein kruiskruid,
3 Ronde ooievaarsbek, Akkerviooltje, Komkommerkruid, Madeliefje, Grote brandnetel. Stinkende gouwe, Grote ereprijs.

Echte voorjaarsbloeiers waren er niet veel. Dat is ook wel logisch want kort voor kerst was het weliswaar mild met slechts een incidentele plaatselijke nachtvorst maar ook niet bijzonder zacht. Van de karakteristieke voorjaarsbloeiers was Kleine veldkers met 7 vondsten de talrijkste. Andere voorjaarsbloeiers waren Grote maagdenpalm (1), Maarts viooltje (1), Gewoon speenkruid (2), Vroegeling (1), Zandraket (1). Van de winterbloeiende bomen werden Hazelaar (1x) en Zwarte els (2x) bloeiend gespot.

Hoeveel bloeiende soorten we vonden?

Het gemiddeld aantal soorten bij de RFWG was bijna 24. Dat gemiddelde is een beetje opgekrikt door de langste lijst met wel 77 soorten, die werd ingevoerd door Karel Gort. Hij verkende Hoek van Holland en had zijn plantenjacht terdege voorbereid met een uitgekiende route langs zo veel mogelijk verschillende biotopen, waaronder betrekkelijke bloemrijke, recent aangelegde bermen en plaatsen met tuinafval. Mogelijk speelt het feit dat een droge zandige bodem eerder opwarmt dan een vochtige kleibodem of natte veengrond ook een rol.

Wie deden mee in Rotterdam (en omgeving)

Lijsten werden ingevoerd door: Celeste, Peter van Dalen, Esmeralda, Ernst Eijkelenboom, Karel Gort, Dick Hoek, Josien Hofs, Arend Knibbe, Mara, Marjolein Moejes, Priscelline van de Pas, Astrid Priester, Willemien Troelstra. Er zijn meer mensen op pad geweest want in ieder geval waren de volgende mensen medewaarnemer bij een van de plantenjachten: Josée van Oers, Ine Troelstra en Jacqueline Veltman.

tekst: Dick Hoek en Willemien Troelstra
foto’s: Dick Hoek, Josée van Oers, Priscelline van der Pas en Willemien Troelstra.


Stoute schoenen in Vlaardingen

Aanvullend verslag van Priscelline van der Pas, lid van de Rotterdamse Florawerkgroep, over een plantenjacht in Vlaardingen:

We verzamelden om twee uur aan de Broekpolderweg in de buurt van de Manege Die Flardingha Ruiters in Vlaardingen. We waren met zijn vieren, te weten Jos, Suzan, Ria en ik. Langs de Watersportweg had ik al geel bloeiend spul gezien. Dat bleek Bolletjesraket, Boerenwormkruid en Raapzaad te zijn. Tot mijn verbazing bleek bij het invoeren, dat er ook een Overblijvende bolletjesraket bestond, maar die kon ik niet terug vinden in de Flora.

Geel bloeiende Mahonie. Tja, wat doe je daarmee. Ook wel duidelijk aangeplant. Toen bekroop mij een eigenaardige drang tot overtreding en ook bij de anderen kwam die aan het licht. Want niemand had er moeite mee om ook de Grote maagdenpalm met een duidelijke bloem maar op te nemen. Bij het invoeren trok ik toch na enige twijfel de stoute schoenen aan. Nog nooit in mijn leven beging ik een overtreding en nu kreeg ik de kans. Vergeef me. Na de miezerige Hoge fijnstraal, gingen we langs een slootje, iets geels. Dat bleek tot onze verrassing Gewoon speenkruid te zijn. Gewone berenklauw,ook hier weer aanwezig. Gericht zochten we naar het vrouwelijke bloempje van Hazelaar en Ria vond er een.

Toen riep Jos enthousiast; “Fladder, fladder, fladder en zweven, een Sperwer” en Suzan vulde aan “en uitgespreide staartveren”. Bofte ik even, dat er vogelaars bij waren. We besloten het moerassige stuk van de Broekpolder in te gaan, daar bij de Vogelhut. Er was weinig bloeiends te vinden. Wel een Reukeloze kamille, een Scherpe boterbloem en op het laatst een Grote ereprijs.

De Schotse Hooglanders liepen vredig te grazen, en gelukkig deden de wandelaars met de honden toen de honden aan de riem, een beetje laat eigenlijk. Het was redelijk druk met wandelaars en ook ruiters. De runderen keken de paarden na. Nu was het uur om, maar uitgewandeld waren we nog niet. We overwogen een tweede jacht in te zetten, maar dat plan lieten we varen, toen we nagenoeg geen bloeiende planten zagen. Wel veel mooie paddenstoelen, mossen en korstmossen. En zo genoten we nog een uur.

Laatste buitenavond: quickscan en eten bij De Esch

Eind augustus werden we benaderd door stichting Groenwaarde, die actief is in de wijk De Esch of wij misschien wisten welke wilde planten er in hun wijk groeien. Groenwaarde wil samen met andere partijen de ecologische waarde van het groen in De Esch te verhogen. Deze wijk kan een belangrijke rol vervullen in de groene verbinding tussen het Kralingse Bos en de Maas.

Van april tot september zijn onze groepsavonden gevuld met de inventarisatie van onze geplande kilometerhokken, maar aan het eind van het seizoen hebben we meestal nog één (korte) avond over. Zo ook dit jaar. Omdat we nog geen andere plannen hadden voor de laatste avond besloten we in te gaan op de vraag van stichting Groenwaarde.

Inventarisatie van het stenen rivieroever-talud; even controleren of het Gewone of Geschubde mannetjesvaren is | foto: Josée van Oers

Zodoende verzamelden zich op dinsdagavond 22 september tien floristen en drie betrokkenen van stichting Groenwaarde bij het Pompgebouw (wijkcentrum). We splitsten ons en verkenden drie verschillende stukken:

  • de begroeide ‘binnendijk’ met fietspad bovenop parallel aan de trambaan.
  • de begroeide ‘binnendijk’ met voetpad die de scheiding vormt tussen woonwijk en de ‘Polder De Esch’
  • een stuk basaltstenen talud langs de Maas

We maakten soortenlijsten voor de drie locaties en bespraken met de meelopende bewoners onze indruk van de vegetatie. Ook hebben we wat suggesties gedaan om de biodiversiteit en natuurwaarde op deze locaties te versterken:

Middelste ganzerik – Potentilla intermedia bovenop de dijk/pier die de Maas in steekt. Zonder bloeiwijze kun je hem eigenlijk niet determineren, maar uit andere jaren/seizoenen weten we dat het deze soort is. | foto: Josée van Oers.
  • De dijk langs de trambaan heeft nu een begroeiing van een voedselrijke bodem met veel gras en ruigteplanten zoals brandnetels, akkerdistel en Berenklauw. Er groeien weinig verschillende ‘kruiden’ (niet grassen). Door verschraling (hooien en schapenbegrazing) zal hier meer diversiteit en vooral meer kruiden komen.
  • De muren van de waterbassins zouden (bij een volgende onderhoudsbeurt) meer geschikt gemaakt kunnen worden voor muurplanten (varentjes)
  • Diverse stukken bestrating zouden omgezet kunnen worden in onverhard terrein.
  • Een beschaduwd stuk onder bomen zal niet kruidenrijk worden. Je kunt daar wel meer biodiversiteit creëren door te stoppen met maaien en inheemse struiken op te laten komen/aan te planten.
  • Hondenuitlaatplekken worden extra ‘bemest’ door de urine (en eventueel niet opgeruimde poep). Daardoor verruigen de plekken waar veel honden plassen sneller met brandnetels en andere ruigte. Door die plekken te beheren als gazon beperk je de verruiging.
  • Er zijn stukken langs de oever die zich lenen voor getijdenatuur (ondiepe slikkige oever die bij eb droogvalt en bij vloed grotendeels onderloopt).
  • De stenen taluds dreigen vol te groeien met houtige gewassen die de boel kunnen gaan domineren waardoor de kruiden en varens die er ook groeien overschaduwd worden. Met name de Hemelboom en Dijkviltbraam vormen hierin een gevaar. Zorg dat deze regelmatig gesnoeid/verwijderd worden.
  • Bovenop de ‘uitstekende dijk / pier’ langs de rivier groeit een leuke soort: Middelste ganzerik. Die doet het goed, hij komt er al meer dan tien jaar voor en lijkt te zijn uitgebreid. We adviseren het beheer van deze bovenkant niet aan te passen.

Toen het rond acht uur donker werd keerden we terug naar het Pompgebouw en hebben we genoeglijk in het wijkcentrum na kunnen praten onderwijl onze maag vullend met een Chinese (afhaal)maaltijd en drankjes aangeboden door stichting Groenwaarde.

De stukjes van de wijk De Esch waar we hebben rondgekeken.

Negen spotters op pad

Verzamelplaats: de spotplek voor vliegtuigen, aan de noordrand van vliegveld R’dam/The Hague airport. Wij spotten echter vanavond geen vliegtuigen, maar (niet allemaal) wilde planten in kilometerhok 90-442. Ik liep voor het eerst mee met de Rotterdamse Florawerkgroep, die zich richt op planten binnen de Rotterdamse stadsgrens, wat – zeker deze avond – niet hetzelfde is als gericht op Stadsplanten.

In twee kleine groepjes gingen we op pad, zoveel mogelijk volgens de coronaregels. Mijn groepje begon langs een zeer gevarieerde berm met allemaal echte wilde (niet ingezaaide) planten. De diversiteit van de eerste paar honderd meter (bv Driebloemige nachtschade, Handjesgras), werd zeker ook beïnvloed door het opgebrachte zand ten behoeve van (wegen)bouwwerkzaamheden. Door alle variatie schoot het in afgelegde afstand niet erg op, waardoor we al snel last kregen van de invallende schemering.

Drie soorten tandzaad: Zwart tandzaad, Smal tandzaad en Driedelig tandzaad. In het veld makkelijker uit elkaar te halen dan op deze foto: Zwart tandzaad heeft als enig tandzaad ongevleugelde bladstelen, de bloemhoofdjes van Smal tandzaad hebben vier tot zes omwindselblaadjes zonder wimpers. Veerdelig tandzaad heeft meer omwindselblaadjes met wimpers.

Soorten waar we wat langer bij stil hebben gestaan: Grijze versus Zwarte mosterd, Bolletjesraket, de diverse tandzaden (Veerdelig, Smal en Zwart), Groot moerasscherm versus Kleine watereppe, Uitstaande melde (is die hoek van de bladbasis nou kleiner dan 145 of groter dan 160 graden??) en Smalle waterweegbree (eerste vondst voor de RFWG!) Na een paar honderd meter berm en omstreken sloegen we ter hoogte van de Belevenisboerderij Schieveen een zijpad in. Hier vonden we ook enkele soorten die het gevolg zijn van ingezaaide bermen in de omgeving, zoals Dagkoekoeksbloem en Grijskruid, om vervolgens in het bijna donker (Heelblaadjes en Cichorei waren nog net te onderscheiden) door de polder weer terug te lopen naar het startpunt.

We vonden bijna evenveel soorten als het andere groepje: 145. Later bleek dat op onze twee lijsten samen 202 verschillende soorten vonden.

tekst: Els Huijvenaar | foto’s: Michiel Boulogne en Willemien Troelstra

Watermuur – Stellaria aquatica | Basterdklaver – Trifolium hybridum | Driebloemige nachtschade – Solanum triflorum. Deze nachtschade zal zijn meegekomen met bouwzand.

Een winderige avond op Laag Zestienhoven (km-hok 90.440)

Na een behoorlijk natte dag op 25 augustus blijkt de vooravond van de voorspelde zeer ontstuimige 26ste augustus alles mee te vallen. Wel al veel wind maar we hielden het droog. Negen floristen verzamelden zich aan de rand van de nieuwe wijk Park Zestienhoven om de zeer dynamische flora aldaar onder de loupe te nemen. 

In twee groepjes gingen we op pad. Onze groep bekeek eerst een vers gemaaide berm tussen fietspad en weg. Voor mij als beginner is het dan verbazingwekkend hoe snel de minimale overblijfselen toch op naam gebracht worden. Zeker voor de grassen zal dat nog wel even duren voor ik dat allemaal door heb.

Vervolgens de oversteek naar een eldorado: een omheind terrein dat bouwrijp gemaakt wordt en waar veel grond is aangevoerd.  De grote hoogteverschillen en ook de vele waterpartijen leveren een zeer grote variatie aan groeicondities met een groot scala aan allelei pionierplanten. De families van de ganzevoeten en de duizendknopen waren met veel, niet altijd gemakkelijk uit elkaar te houden soorten vertegenwoordigd.

Heksenmelk – Euphorbia esula | foto: Wim de Kan

Het is een heel groot terrein en Dick stelde voor om ons verder op te splitsen waarbij Willemien en ik als uitdaging meekregen de Zandweegbree op te sporen. Een voor mij onbekend plantje waar mijn oog op viel bleek hem te zijn. Een flinke pluk van wat eerst een ontsnapte leeuwebeksoort leek te zijn had toch nog wat bloempjes verstopt en bleek iets heel anders: Heksenmelk, een wolfsmelksoort. Pas op met dat sap van de wolfsmelkfamilie, je moet het niet per ongeluk in je ogen krijgen weet ik uit ervaring. 

Een bijzondere plant die hier in flinke aantallen voorkwam was de fors uitgevallen Late stekelnoot (Xanthium strumarium, zie foto bovenaan dit bericht).  Ook de Driebloemige nachtschade zagen we een aantal keer en mooie Teunisbloemen, maar was het nu de Zandteunisbloem of toch een andere? Ook een geslacht waar onze drang om er het juiste etiketje aan te hangen wel wat hoofdbrekens op kan leveren.

Een Teunisbloem, waarschijnlijk Zandteunisbloem | foto: Wim de Kan

Weer terug naar de woonwijk waar tussen de stenen allerlei leuke plantjes groeien zoals Straatwolfsmelk en de zeer succesvolle Gehoornde klaverzuring. Het is al eind augustus waardoor het al snel aan de donkere kant werd om nog verrassende ontdekkingen te doen. De andere ploeg had blijkbaar toch wat betere ogen want ze raadden ons aan maar niet op hen te wachten.

tekst: Wim de Kan | foto’s: Wim de Kan en Willemien Troelstra

Gronddepot herbergt de leukste soorten in hok 90-438

Deze elfde augustus waarop wij weer samenkomen om een kilometerhok te inventariseren, blijkt voor Nederland de warmste dag ooit gemeten. Nou hebben we al vaker hittegolven beleefd maar wat deze anders maakt, is dat ook de nachten uitzonderlijk warm blijven en voor de meesten van ons komt dat een goede nachtrust niet echt ten goede. We accepteren daarom van elkaar dat we soms wat aangebrand reageren.

Ook in de wijk Blijdorp doet Klein glaskruid – Parietaria judaica het goed. | foto: Dick Hoek

Gelukkig is er het grondige voorwerk van Dick Hoek. In zijn uitnodigingsmail voorspelde hij ons een grote afwisseling van biotopen: waterpartijen, een kanaal, twee kleine jachthavens, een camping, een gronddepot, een groot stadspark, spoorlijnen, oudere woonwijken met plaatselijk veel geveltuintjes en snippergroen, ingezaaide en ‘ecologisch’ beheerde bermen, interessante muurvegetaties en parkeerterreinen.  Het volkstuinencomplex en diergaarde Blijdorp laten we buiten beschouwing. Maar, de delen die we wel inventariseren liggen wat uit elkaar en er blijft genoeg over om de avond te vullen.

We zijn met zes deelnemers en splitsen ons in twee groepjes van drie. Ik ga mee op pad met Dick en André en heb de eer om de kaart te mogen lezen. Op één van de eerste stoepranden vinden we naast gebruikelijke soorten een Fraaie vrouwenmantel. Ik leid mijn reisgenoten door de Blijdorpse straten, maar hoor vrij snel de verbaasde uitroep van Dick: ‘Hé, we zijn uit het hok!’ Mijn kaartleesvaardigheid blijkt even niet optimaal, maar ik verdedig me dat het natuurlijk aan de warmte ligt. Eenmaal terug op de juiste route vinden we leuke soorten als Stijf hardgras, Gevlamde fijnstraal (die steeds gewoner lijkt te worden) en een zaailing van een Gevederde esdoorn.

André is weer van de partij hier samen met Dick aan de rand van het Vroesenpark. | foto: Josée van Oers

Een week eerder waren Dick en ik elkaar toevallig tegen gekomen op de Stadhoudersweg en hadden we ons vergaapt aan zeven schitterende, zeldzame Schubvarentjes tussen de vele Tongvarens op de muur van diergaarde Blijdorp. Leuk om deze nu aan André te tonen. Hij kijkt echter grondiger, want hij telt er acht en wijst ons op een wat verstopte Steenbreekvaren die wij over het hoofd hadden gezien. We duiken daarna in een rijk bloeiend veld naast de hoofdingang van de dierentuin en kunnen onder meer Gele ganzenbloem, Grote kaardenbol, Sint-Janskruid en Kardoen op onze lijst zetten. Het lijdt geen twijfel dat hier één en ander is ingezaaid. 

Wie hier vaker meeleest, herinnert zich wellicht het bezoek aan een opgespoten stuk land bij Zestienhoven met veel bijzondere soorten dat wij toen ‘Dick’s walhalla’ hebben gedoopt. Nu zegt Dick tussen neus en lippen door dat het misschien wel leuk is om nog even te kijken bij het gronddepot links van de Daltonlaan. Hier wordt door de gemeente overtollige grond afkomstig van diverse plaatsen gestort, waardoor er een soort heuvelachtig landschap is ontstaan. Dit blijkt een ware plantenhemel! Onze ‘ooh’s’ en ‘jee, kijk nou eens’ zijn niet van de lucht terwijl we klimmen en dalen over de bergjes van zand en puin en elkaar wijzen op onder meer Alsemambrosia, Tomaat overvol met nog niet rijpe vruchten, Stekelige hanenpoot, Zeegroene ganzenvoet, Goudbes, Zonnebloem, een tweede Gevederde esdoorn, Driebloemige nachtschade, Pompoen en Chia. Zo komen we deze avond met een glimlach van oor tot oor aan nagenoeg 200 soorten en ach dan neem je een warme nacht gewoon op de koop toe. 

tekst: Josée van Oers

Goudbes – Physalis peruviana, een van de verrassende soorten op het gronddepot | foto: Josée van Oers

Levensgenieters en Muurleeuwenbek in Delfshaven

Dinsdagavond 28 juli inventariseerden we kilometerhok 90.436. We verzamelden bij Metrostation Delfshaven voor natuurvoedingswinkel An-dijvie in de Jan Kruijffstraat. Dick schreef in de aankondiging, dat het km-hok bestaat uit oudere woonwijken met plaatselijk veel bloembakken en geveltuintjes, een brede, groene singel, kaden met muurvegetaties en snippergroen. We gingen in twee groepjes op pad.

Bij het startpunt groeide om de fietsbeugels heen volop Gevlamde fijnstraal  met daartussen een enkele Canadese fijnstraal en Steenkruidkers. Het Prachtklokje sprong eruit op deze rommelig aandoende plek. We snuffelden wat in een zijstraat, de Spanjaardstraat. Dat leverde behalve Veldbeemdgras (bladeren met evenwijdige  zijden en een topkapje) nog wat plantjes op zoals Harig vingergras, Schijfkamille en Kleine varkenskers. Op de Schiedamseweg vonden we één Postelein, een paar Vertakte leeuwentanden en veel Hertshoornweegbree.

Muurleeuwenbek – Cymbalaria muralis | foto: Willemien Troelstra

Daarna sloegen we rechtsaf de Aelbrechtskolk in. Hier vonden we aan de kademuren veel Muurleeuwenbek alsook Muurvaren en Gewoon langbaardgras; maar slechts één polletje Steenbreekvaren. We moesten wel wat hinderlijk tussen de mensen door scharrelen, die hier aan piepkleine tafeltjes hun eten genoten. Beneden langs het water konden we niet zoeken, want die strook was afgesloten maar in de diepte herkenden we wel Moerasandoorn, Gele lis, Haagwinde en Klimop.

Direct links de brug over belandden we even buiten het kilometerhok; maar links liepen we het hok weer in en daar groeide op diverse plekken Kransmuur; eentje zelfs op de kademuur en een fraaie Bleekgele droogbloem. Daarna stuitten we op een soort geveltuintje van uitsluitend Zegekruid, een fraaie begroeiing. Bij Achterwater een Mannetjesvaren op de muur.

Op de kademuur Kransmuur (Polycarpon tetraphyllum) en links een Muurvarentje (Asplenium ruta-muraria) | foto: Priscelline van de Pas

Wachtend op de Lage Erfbrug die open ging, bekeken we de grasstrook al daar. Dat leverde diverse soorten op, inclusief een raadselachtig gras, dat in ieder geval een harig tongetje had: Pluimgierst of Groene naaldaar?  Na de brug vonden we op de Nieuwe binnenweg vooral veel kiemplantjes van de Hemelboom, die in die straat is aangeplant; daarnaast slechts eenmaal Geel nagelkruid en een exemplaar van Muursla.

Na het water gingen we linksaf de Heemraadsingel op waar we kroos opvisten: Klein en Veelwortelig, maar ook Bultkroos. Thuis bleek in de krooskluwen ook Colombiaanse wolffia te zitten. Ik probeerde de tip om de bijna onzichtbare nerven van kroos tevoorschijn te toveren: eventjes in spiritus leggen.

Links Colombiaanse wolffia, In het midden Klein kroos en Colombiaanse wolffia, rechts in spiritus geweekte kroosschijfjes waar de drie nerven te zien zijn. Ze komen allemaal bij het worteltje uit en twee nerven lopen heel krom. | foto: Priscelline van de Pas

Verder was op de Heemraadsingel het aantal wilde planten beperkt. Karel vond slechts één exemplaar van Zomprus. Verder wat Ridderzuring, Hondsdraf, Peen en Gewoon timoteegras. Een verruigd veldje leverde wat meer op: Reukeloze en Echte kamille, Grijze mosterd, Grote ereprijs en Harig wilgenroosje. Het begon al een beetje donker te worden en sommigen van ons roken de stal. We gingen terug naar het andere groepje. Helaas konden we hen niet helpen met de puzzels die ze hadden meegenomen; Dick moest ze dus toch zelf thuis uitzoeken. Omgekeerd hielp Dick ons wel met het op naam brengen van het Hemelboomkiemplantje (foto bovenaan bericht)

tekst: Priscelline van de Pas

Handjes of Gladde vingers en een rare ‘muurvaren’

Kilometerhok 90.434, gelegen in het noordoostelijke deel van de Waalhaven, bestaat uit twee brede ‘pieren’ die de haven insteken, vol met bedrijfspanden, parkeerterrein en straten met in de bestrating ingebed een paar weinig gebruikte spoorlijnen. En één braakliggend terrein. Dit bebouwde geheel wordt omringd door basalt glooiingen langs het water. Ondanks dreigende luchten bleef het dit keer gelukkig droog!

Op het afgesproken verzamelpunt bij de bushalte, net buiten het hok, zagen we al twee leuke soorten: Kaal breukkruid en Klein glaskruid, soorten die we later ook binnen het hok tegenkwamen; Klein glaskruid zelfs massaal. Zoals gebruikelijk gingen we in twee groepjes op pad om aan het einde van de avond weer bij het beginpunt samen te komen en wetenswaardigheden uit te wisselen. Ons groepje van drie (Karel, Han en Dick) verkende eerst de kleinste pier en later, in overleg met de andere groep, een deel van de grotere, noordelijke pier.

Het zeer stenige omgeving van de ‘kleine pier’ (Kesterenstraat) | foto: Dick Hoek

De kleine pier viel wat tegen. De mogelijkheden voor spontane plantengroei waren beperkt tot hier en daar minimale randjes langs de bebouwing en tussen de klinkers. Plek voor dwergen zoals Liggende vetmuur, Kransmuur en Hertshoornweegbree. Waarschijnlijk liggen de leukste plekken daar langs het water, voor ons onbereikbaar verborgen achter gesloten hoge hekken. De enige bereikbare groene plek langs het water aan de westpunt was pas gemaaid. Toch vonden we op het schiereiland bijna 80 soorten waaronder massaal Gevlamde fijnstraal, één van de recent ingeburgerde fijnstraalsoorten uit Noord-Amerika die vooral in een stenige omgeving gedijt. Hij is tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de roodachtige top van de omwindselbladeren. Een verrassende eenling was Stijf havikskruid, helaas nog niet bloeiend en daarom moeilijk op naam te brengen. Karel kende de soort echter goed. Enkele jaren geleden was in de Waalhaven ook al een groeiplaats van deze in Rotterdam zeldzame plant ontdekt.

Op de noordelijke pier hadden we meer geluk: een groot braak liggend terrein zag eruit als een bloemenzee en we konden daar wel bij het water. Het blauw van het Slangenkruid vermengde zich met het geel van bloeiend Bezemkruiskruid, Jakobskruiskruid, Keizerskaars, verschillende soorten Teunisbloemen, een enkele Koningskaars en Sint Janskruid. Ook vonden we hier de vrij zeldzame Mierikswortel, een kruisbloemige met grote wortelbladen die doen denken aan de bladeren van een grote zuring. De meeste van deze soorten zijn hier ooit uitgezaaid. In een drooggevallen poeltje groeiden Oeverbies, Grote kattenstaart en Riet.

Braakliggend terrein langs de Sluisjesdijk met een prachtig bloeiende mix van ingezaaide en spontane soorten zoals Slangenkruid, Teunisbloemen, Jakobskruiskruid en Bezemkruiskruid. Links midden de bladeren van Mierikswortel. | foto: Dick Hoek

De andere groep vond als bijzonderheden Zandweegbree (in en naast de rails van de spoorlijn) en Adelaarsvaren (tussen de voegen van een muur!). De exemplaren waren nauwelijks herkenbaar in deze miezerige vorm, totaal anders dan de soms twee meter hoge planten elders (zie foto bovenaan dit bericht). De Waalhaven is één van de twee groeiplaatsen van Adelaarsvaren in Rotterdam. Een tweede groeiplaats is het Schapeneiland aan de Bergse Achterplas. De soort is daar waarschijnlijk terecht gekomen met tuinafval. [verwijderd n.a.v. aanvullende informatie, zie reactie bij dit bericht] Adelaarsvaren is algemeen in het oosten van het land en plaatselijk in de duinstreek.

Op de gezamenlijke terugweg naar de bushalte en onze fietsen kwamen we langs een grote groeiplaats van een rijk bloeiend gras waarvan de bloeiwijze wel wat weg heeft van een hand met gespreide vingers. Wij hadden dat gras herkend als Glad vingergras dat in tegenstelling tot het algemene Harig vingergras een vrijwel onbehaarde bladschijf heeft. Willemien was wat in verwarring en twijfelde, nam enkele exemplaren mee naar huis en mailde al snel: het is Handjesgras! Hét verschil is duidelijk: Vingergrassen hebben een vliezig tongetje en Handjesgras heeft op die plaats korte haartjes, geflankeerd door bosjes langere haren.

tekst: Dick Hoek | foto’s: Dick Hoek en Willemien Troelstra

Handjesgras – Cynodon dactylon, er stond een hele strook van het veld mee vol en het kroop tussen de stoeptegels ernaast. | foto’s: Dick Hoek en Willemien Troelstra

Door en door nat op Waalhaven Zuid

Dinsdagavond 30 juni zou de regen wegtrekken; mocht het bij de start van de inventarisatieavond, om half zeven, nog regenen dan zou het een half uur later wel droog zijn, aldus een van de vele regenvoorspellingsapps die ons gerust kunnen stellen dat het prima weer is om naar buiten te gaan. De werkelijkheid was dat het die avond af en toe min of meer droog was tussen de regen door en dat ik thuis gekomen mijn kleding kon uitwringen. Maar de vijf groepsgenoten die waren op komen dagen lieten zich hierdoor niet uit het veld slaan en struinden in twee groepjes over bedrijventerrein Waalhaven Zuid (kilometerhok 90-432).

De helling van het stenige talud langs de havenkant, waar ons groepje van drie in het begin langs struinde, was zeer beperkt begroeid. Bovenop, stond wel wat meer tussen de hoekige betonblokken, onder andere wat struikjes zoals Lavendel, Sleedoorn, Spaanse aak, Rode kornoelje, Es, Lijsterbes en Boswilg. Wat betreft de kruidachtige planten groeide er veel Robertskruid, maar ook flink wat Muursla.

Op de parkeerstrook aan de kant van de bedrijven vonden we flink wat soorten tussen de straatstenen zoals Hazepootje, Kransmuur, Stijf straatliefdegras (voorheen heette dat simpelweg Straatliefdegras) en tientallen exemplaren van Stijf hardgras. Ook doken tussen de stoeptegels enkele Maisplanten op; we verbaasden ons erover dat het ze gelukt was om op die plek te kiemen.

Daarna slingerden we via enkele straten over het bedrijventerrein om weer bij ons startpunt uit te komen. In een groene berm en op een paar meer verrommelde voorterreinen van bedrijven sprokkelden we aardig wat soorten bij elkaar. Ik licht er een paar uit:

  • De eerste vondst van Klein liefdegras dit jaar. Klein liefdegras komt veel later tot bloei dan de ‘weilandgrassen’ omdat het een zogenaamde C4 plant is, die kan pas bij hogere temperaturen groeien, maar als het kan doet hij dat ook heel snel.
  • Middelste teunisbloem; meestal komen we de Gestreepte teunisbloem tegen. De Middelste lijkt daar veel op maar die heeft geen rode knobbels en vlekken op de stengel en bloemkelk.
  • Diels cotoneaster; Deze soort hadden we niet eerder (verwilderd) aangetroffen of in ieder geval niet als zodanig gedetermineerd. In de nieuwe Heukels flora zijn de vaak verwilderende cotoneastersoorten opgenomen. Dat is een goeie stimulans om verwilderde cotoneasters bij onze inventarisaties mee te nemen.
  • Een pol rijk bloiende Heelblaadjes, achter het hek onderaan de grote zendmast.
  • Zaailing van ‘Gekweekte kool’ in de goot, waarschijnlijk Rode kool.
  • Kleine leeuwenbek, langs de randen van een verhoogd parkeerplateau.
Middelste teunisbloem – Oenothera biennis | foto: Dick Hoek

Het tweepersoonsgroepje van Bas en Johan had in hun deel van het kilometerhok een strook met bossages. Zij hadden dan ook de veel meer houtige soorten op de lijst staan zoals: Hollandse iep, Amerikaanse vogelkers, Grauwe abeel, Canadapopulier, Ratelpopulier, Hazelaar, Eenstijlige meidoorn, Zwarte bes, Aalbes, Egelantier, Rimpelroos, Schietwilg, Katwilg, Witte esdoorn. Zijn vonden zelfs een soort die nieuw is voor de Rotterdamse Florawerkgroep: Amerikaanse eik, een soort die je vooral op de Zandgronden aantreft.

tekst: Willemien Troelstra | foto’s: Dick Hoek

Een prachtavond met duinflora op 33 km van de kust

Op dinsdagavond 16 juni was het wat druilerig weer, maar het werd toch een prachtige avond. We verzamelden net ten zuiden van vliegveld Zestienhoven, aan de rand van bedrijventerrein Hoog zestienhoven om kilometerhok 90-441 te inventariseren. Jacqueline die voor het eerst meeliep voegde zich bij drie ‘oud-gedienden’. Terwijl Bas zijn enthousiasme uitstortte over Jacqueline en haar onder andere kennis liet maken met de wereld van de groene sprieten (grassen en russen), noteerden Johan en ik de eerste tientallen soorten op de stoep, in de grasberm daarachter en langs de slootkant.

Toortsen naast een bedrijvenloods waar we net niet dicht genoeg bij konden komen om te zien welke soort het is : Stalkaars of Keizerskaars. De wolken kleinere gele bloemetjes zijn van de Zwarte mosterd. | foto: Willemien Troelstra

Vanaf daar liepen we een flink stuk voetpad tussen een boomsingel en de berm/sloot combinatie. Er kwamen regelmatig wat soorten bij in het genre dat je daar verwacht zoals Veldzuring, Zomereik, Spaanse Aak, Gewoon reukgras, Look-zonder-look en Echte Kamille. Bij een toegang naar een loods van een aannemer stonden wat meer ruderale soorten zoals Zwarte mosterd, Melganzenvoet, Paarse dovenetel, Korrelganzenvoet en nog zo wat. Naast de loods, onbereikbaar door sloot en hek stonden een paar toortsen prachtig te bloeien, vermoedelijk Keizerskaars, maar we konden het niet goed genoeg zien om zeker te weten welke soort.

Daarna liepen we het voetpad af tot we bijna het kilometerhok uitliepen. Het begon te regenen, maar gelukkig zette het niet erg door. We kwamen wat meer op het echte bedrijventerrein terecht en konden onze soortenlijst onder andere uitbreiden met stoepplantsoorten van warmere plekjes zoals Gewoon langbaardgras en Zandhoornbloem. Onze aandacht werd getrokken door een nog onbebouwd perceel waarvan de helft binnen het kilometerhok lag. Dit terrein bleek vol te staan met soorten uit de duinen. De zaden zullen zijn meegekomen met het opgebrachte bouwzand: Zandzegge, Gestreepte teunisbloem (zie foto boven bericht), Strandduizendguldenkruid (met relatief grote bloemen en oranje aanlopende onderste bladeren), Duinlangbaardgras, Scheve hoornbloem (zeldzaam, helemaal uitgebloeid want dat is een echte voorjaarssoort) en een paar exemplaren Slangenkruid.

Strandduizendguldenkruid – Centaureum littorale Onder andere te herkennen aan de smalle blaadjes waarvan de onderste oranje verkleuren, de bloemen zijn iets groter dan die van de andere Duizendguldenkruiden. | foto: Willemien Troelstra

Ook al weten we dat deze soorten niet op deze plek zullen blijven groeien, vonden we het toch erg leuk om ze hier tegen te komen en te herkennen. Intussen begon de zon al aardig te zakken en aanvaarden we de terugtocht richting startplaats. We scoorden hier en daar nog wat soorten zoals Heggenduizendknoop (die goed te herkennen was aan de oude resten die in het hek hingen) Hazenpootje en Hemelboom.

Door de invallende schemering konden we eigenlijk al niet zo goed meer speuren, maar toen viel mijn oog op een paar sprieterige rozetten waar ik Glad biggenkruid in herkende: een soort die wij als groep niet eerder in de stad hebben gevonden (wel een keer bij een uitstapje naar de Maasvlakte) en die ook nog eens beschermd is. Een mooie foto zat er niet meer in, alleen al omdat deze soort alleen in de ochtend bloeit, maar dat kon onze pret niet drukken. We gingen vrolijk nagenietend van deze rijke avond naar huis.

tekst: Willemien Troelstra

Glad biggenkruid – Hypochaeris glabra | foto: Willemien Troelstra

De rage van Botanisch stoepkrijten ging niet aan ons voorbij

Botanisch stoepkrijten / Botanical chalking verovert de wereld via de sociale media. Plantenliefhebbers in allerlei landen speuren stoepen af, terwijl ze met stoepkrijt de namen naast stoepplantjes schrijven. Zo kunnen wandelaars gemakkelijk hun plantenkennis bijspijkeren. Nevendoel is de stoepplanten in het zonnetje zetten zodat men ze minder als ‘onkruid’ ziet.

Minstens vier groepsleden haakten aan bij deze rage en maakten eind mei/ begin juni een of meer ommetjes waarbij ze planten van een stoepkrijtnaam voorzagen.

Een impressie van Botanisch Stoepkrijten door leden van de Rotterdamse Florawerkgroep.
In het midden voorziet Priscelline de Wilde lijsterbes van zijn naam.

Het was leuk om te doen; er kwam regelmatig directe respons. Josée schreef daarover: Op de Bergsingel bij het Kruipertje hoorde ik uit een raam boven me: ‘Wat ben je aan het doen?’ Een oude dame in nachtpon luisterde naar mijn uitleg en reageerde: ‘Ik had al lang moeten wieden en snoeien maar ik kan het niet meer zelf, maar ik krijg binnenkort wel hulp.’ Terwijl ik ‘Eendagsbloem’ opschreef, reageerde ze vrij fel: ‘Ja, nou is het wel genoeg hoor!’ Ik heb haar gerustgesteld dat de regen het weer wegspoelt en schoot daarna inwendig giechelend de zijstraat in.

Priscelline krijtte in Vlaardingen en raakte met een passant in gesprek: “Toen ik bezig was bij de Muursla dacht een vrouw dat ik met Pokemon bezig was. Toen ik haar uitlegde dat het om de beschrijving van de Muursla ging bij die lekkende regenpijp, vond ze dat heel leuk.” Jammer genoeg waren de stoepplanten op het schoolplein weggehaald voordat de school weer begon.

Dick krijtte rond de basisschool Park16hoven aan de Tinbergenlaan,

Willemien maakte een keer een ‘blokje om met plantennamen’ in de Kop van het Oude Noorden De andere keer liet ze een spoor van plantennamen achter op haar route van huis (Heer Vrankestraat) naar werk (Botersloot). In beide gevallen waren er weinig mensen op straat en daardoor ook geen directe respons. Via facebook bleek wel dat buurtbewoners het gezien hadden en eentje het hele rondje was gaan lopen.

tekst en foto’s: Dick Hoek, Josée van Oers, Priscelline van der Pas en Willemien Troelstra

Op expeditie naar het plantenwalhalla van Zestienhoven

Op deze zomerse 3de juni verzamelen we met zijn drieën op gepaste afstand aan de Terletweg voor de ingang van volkstuinvereniging ‘Zestienhoven’. In het kilometerhok 90-439 van vandaag zijn meerdere tuincomplexen, die we niet zullen inventariseren omdat we daar voornamelijk aangeplante en ingezaaide soorten zullen aantreffen. Er blijft echter genoeg te beleven in dit gebiedje dat haar naam dankt aan de zestien boerderijen of hoven die hier na de inpoldering aan het einde van de 18de eeuw gevestigd waren. In de uitnodiging beschreef Dick Hoek het als volgt: het bestaat uit de groene woonwijk Park Zestienhoven in ontwikkeling en een karakteristieke stadsrand met oude en jonge bebouwing, paardenweitjes, parkeerterreinen, een mountainbike terrein, autosloperijen, braakliggende terreintjes, sloten, waterpartijen, beboste groenstroken enz.

Geoord helmkruid – Scrophularia auriculata

Dick is er vandaag zelf bij, kent de wijk op zijn duimpje en heeft al een interessante route voor ons uitgestippeld. De slootkanten van de Terletweg leveren ons naast vele grassen als Kweek, IJle dravik, Gewone kropaar en Gestreepte witbol onder meer ook Look-zonder-look, Harig wilgenroosje en Bosandoorn op. Als we de middenbermen bekijken en een zijpad inslaan, ontkomen we niet aan het besef dat we al sinds april te maken hebben met extreme droogte. Het heeft de Zwarte mosterd echter niet beperkt om hoogtes te bereiken van wel zo’n 2,5 meter.

Dick kiest voor het avontuur en leidt ons dwars door dichte bebossing over en door droge greppels naar de rand van een kleine plas en belooft ons een bezoek aan een verderop liggend ‘Walhalla’. Naast meerdere Klaver- en Wikkesoorten vinden we ontsnapte soorten als Slaapmutsje, Tuinakelei en Italiaanse Aronskelk. In de gloeiende zon staren we door onze loepjes naar geplukt blad en zien de kenmerkende gegaffelde haartjes van Kleine Leeuwentand. We passeren een nog niet bloeiende Wespenorchis, zien langs een waterkant het schitterende Geoorde helmkruid om dan tenslotte aan te komen in Dick’s Walhalla.

Links de meer dan manshoge Zwarte mosterd – brassica nigra Rechts Dick Hoek en Liesbeth den Haan | foto: Josée van Oers

Het Walhalla is een nog niet bebouwd, maar wel opgespoten stuk land en onder het genot van de geluidjes van Oeverzwaluwen die verderop in een zandwal hun nestjes bouwen, juichen we bij het vinden van prachtige soorten als Zandhaver, Slangenkruid, Sikkelklaver, Zanddoddegras, Pekbloem en massaal Duinlangbaardgras. Het is moeilijk om te stoppen, maar de tijd zit erop en met een lijst van 168 soorten kunnen we terugzien op een weer zeer geslaagde inventarisatie-ochtend.

De andere helft van het kilometerhok is dinsdagavond al door Bas Kers en Willemien Troelstra onderzocht.

Verwilderde Pekbloem – Silene armeria een van de soorten die we aantroffen in het ‘plantenwalhalla’ (een stuk opgespoten bouwterrein) in de wijk Zestienhoven waar binnenkort huizen komen. | foto: Josée van Oers
Steenkruidkers

Stenig maar toch fleurrijk Rotterdam West

Dinsdagavond 17 mei – deze keer konden we eindelijk weer een beetje opereren zoals we dat vorige jaren gewend waren: in twee groepjes (een van twee en eentje van drie personen) een deel van een hok verkennen en aan het eind nog even napraten over de vondsten en elkaar een paar puzzels voorleggen. Dit lukte prima terwijl we toch afstand hielden. Een derde groepje heeft op woensdagochtend nog een stuk van het hok verkend zodat in totaal 7 mensen op pad zijn geweest.

Ons groepje verkende vooral de woonstraten rond het Burgemeester Meineszplein, in de basis een stenige buurt zonder park of water. Aan het eind van de avond hadden we dan ook veel stoepplanten genoteerd, planten die zich goed tussen de straatstenen weten te handhaven zoals: Kransgras, Steenkruidkers (afbeelding bovenaan deze blog), Gevlamde fijnstraal, Zandraket, Zandhoornbloem, Stinkende gouwe, Schijfkamille, Kransmuur, Straatgras.

Moerasanemoon – Houttuynia cordata | foto: Josée van Oers

Er zijn gelukkig wel veel bewonersinitiatieven die de stenigheid verzachten met plantenbakken en geveltuinen, maar deze tuintjes waren vaak zo goed onderhouden dat er voor ons niet zo veel te scoren viel wat betreft planten die zich daar spontaan in hadden gevestigd. Aan de andere kant verwilderen er soms juist soorten vanuit die bakken. Die twee aspecten leveren samen een belangrijke bijdrage aan de lijst met soorten zoals Paarse dovenetel, Zomereik, Stippelganzenvoet, Kleverig kruiskruid, Oosterse karmozijnbes, Eendagsbloem, Moerasanemoon en Hazenstaart.

En, hoe dan ook was het een mooie avond. In de eerste straat stonden langs de muren en tuinhekjes vrij veel Klein glaskruid; een charmante soort die twintig jaar geleden nog heel zeldzaam was in Nederland, en nu een gangbare stadsplant is geworden. We konden daar ook gelijk een (voor onze groep) nieuwe soort noteren: Paardengras (weliswaar één miezerig polletje, maar hij stond er wel).

Klein glaskruid – Parietaria judaica | foto: Willemien Troelstra

Een attente buurtbewoner zorgde voor een tweede nieuwe soort: ‘Weten jullie dan ook welk leuke plantje daar bij dat fietsenrek staat?’ We hadden zelf over het geel bloeiende Driebladvetkruid heen gekeken. Ik had de soort een keer, niet bloeiend, aangetroffen in een stad in Noord Italië; door het platte blad dat in kransen van drie staat is hij makkelijk te herkennen. Dezelfde bewoner wees ons ook even op het Dalmatiëklokje dat zich in een put had gevestigd en daar tot bloei was gekomen.

Dalmatiëklokje in de put – Campanula portenschlagiana | foto: Willemien Troelstra

Het andere groepje van deze avond had hetzelfde gevoel over de stenigheid van de woonstraten. Maar, zij hadden compensatie door een stuk Heemraadssingel en de Essenburgsingel waar ze een aardig lijstje water(kant)planten scoorden met als bijzonderheid Gekroesd fonteinkruid. En, zij hadden wel drie nieuwe soorten voor de Rotterdamse Florawerkgroep: Cotoneaster divaricatus, Bonte leeuwenbek en Zuidelijke brandnetel. Het was niet meteen duidelijk dat het Zuidelijke brandnetel was, maar hij viel erg op door de opzij stekende aartjes met vruchten, bij de Grote brandnetel hangen die naar beneden. Het is de derde vindplaats van deze soort in Rotterdam.

tekst: Willemien Troelstra

LightBox Active Image
Zuidelijke brandnetel – Urtica membranacea | foto: Bas Kers

Stoepen en kades in Oud Delfshaven (km-hok 90-435)

Woensdagochtend 6 mei tien uur, de zonovergoten Bartel Wiltonkade aan de Maas ligt er verlaten bij. We zijn in Bospolder, een Rotterdamse wijk die op allerlei fronten proeftuin is en als een van de eerste aardgasvrij zal worden. Ik ben mijn krijtjes vergeten en kan dus niet meedoen aan de uit Frankrijk en Engeland overgewaaide nieuwe rage van botanisch stoepkrijten (de aandacht vestigen op stoepplantjes door er de naam bij te schrijven).

Het is prettig toeven aan de Maas waar we leuke vondsten doen zoals Amerikaanse vogelkers, Glad Walstro en Gele waterkers. Na enkele honderden meters eindigt het kilometerhok. We verlaten de kade en belanden in de open binnentuin van een nieuwbouwblok. We puzzelen op een ontsnapte Goudsbloem, die we volgens Heukels Tuingoudsbloem mogen noemen en staren enigszins geschokt naar de gemummificeerde resten van een dood konijn, pal naast een verlaten kinderspeelplaats. Ik heb er melding van gemaakt bij de gemeente en kreeg toegezegd dat het diertje zal worden opgeruimd.

Zoals op bijna al onze inventarisaties vonden we ook nu Grote Weegbree. Bij Vroege Vogels radio hoorde ik dat deze, van oorsprong Europese soort, ook wel ‘White man’s footstep’ wordt genoemd. Het zaad is via de schoenzolen van zeevaarders verspreid en de plant komt inmiddels over de hele wereld voor. Leuk weetje. We verlaten de nieuwbouw en vinden verderop tussen ongebruikte tramrails Hertshoornweegbree in grote getale en Ruige zegge. Als we richting binnenhavens lopen, komen we langs een kleine helling van basaltblokken die berstensvol bloeiende Oosterse morgensterren staat. Zo talrijk hebben wij ze nog nooit gezien en van inzaaien lijkt hier geen sprake.

Zwartsteel – Asplenium adiantum-nigrum | Josée van Oers

Smullen doen we bij het afspeuren van de kademuren van de Voorhaven. Naast overvloedig bloeiende Muurleeuwenbekjes, zien we honderden Steenbreekvarens, enkele Mannetjesvarens en als kers op de taart de zeldzame Zwartsteel. Om de variatie in onderzochte typen terrein hoog te houden, duiken we de zijstraten in. Aan de Schans, op de oude molenromp die luistert naar de prachtige naam: Het Vertrouwen, vinden we, naast Muurvarens en Kompassla, een varen waar we niet direct uitkomen. Foto’s van het blad en van de sporen doen ons later thuis ontdekken dat we ten tweede male een Zwartsteel op ons pad hadden. Leuk!

In de Albregt Engelmanstraat straalt een opzoomersfeer ons tegemoet. Bewoners hebben veel aandacht besteed aan kleurrijke bloembakken en geveltuinen en wij boffen met het kunnen bijschrijven van leuke ontsnapte exemplaren van Groot Trilgras en Hazestaart. De tijd is gevlogen, de drie uur zijn alweer voorbij. Op de terugweg naar onze fietsen ontdekt Dick op de valreep bij de oude tramrails nog een Liggende ganzerik. Zeldzaam én voor onze werkgroep een nieuwe soort. Jippie!
Met een tot ziens aanvaarden we voldaan de fietstocht naar huis.

tekst: Josée van Oers

Liggende ganzerik – Potentilla supina | foto: Dick Hoek