Afwisseling in Capelle West

Ook deze week gingen we in tweetallen op pad, we inventariseerden met twaalf deelnemers in zes groepjes twee kilometerhokken: Capelle-west (98-436) en direct ten noorden daarvan (98-437). 98-436 ligt helemaal op grondgebied van de gemeente Capelle aan den IJssel en is daarom een ‘bonushok’, als we er geen gelegenheid voor hadden in ons jaarprogramma hadden we het hok overgeslagen. Hieronder een verslag van een van de duo’s.

Er stond een stevige wind, er viel af en toe een buitje en het was vooral erg koud voor deze tijd van het jaar, handschoenen meenemen was een goed idee geweest. We hadden van Dick hoek de zuidwesthoek van het hok toebedeeld gekregen, een mix van woonbuurt, bedrijventerrein en dijk. Astrid Priester woonde vroeger in Capelle West waardoor ik met haar snel naar een geschikt startpunt fietste. Aldaar begonnen we met een wegberm die vergeven was van de hondenpoep; het was dan ook een uitlaatzone zonder opruimplicht. Langs dit eerste stukje, inclusief de oeverplanten van de sloot ernaast en de stoepplanten konden we de eerste vijftig soorten noteren.

Daarna doken we de woonwijk in en troffen een paar recent ingerichte plantperken aan met een vrij kale en zeer vochtige bodem. Daar troffen we een paar soorten aan die daar helemaal bij passen zoals Rode waterereprijs, Vreemde ereprijs en Klein bronkruid. Die laatste stond vooral dichtbij de aangeplante bomen; vermoedelijk is het meegekomen van een boomkwekerij; een omgeving waar deze soort vaak voorkomt.

Klein bronkruid – Montia arvensis
In een nieuw plantenperk aan de voet van een boom, waarschijnlijk meegelift van de boomkwekerij

Na nog wat heen en weer geslinger door de woonstraten en achterommetjes konden we via het bedrijventerrein doorsteken naar de dijk. De straat over het bedrijventerrein leverde vooral een hele lijst wilde en verwilderde struiken op zoals Gewone vlier, Struikkamperfoelie, Rode kornoelje, Gewone sneeuwbes en Vogelkers.

De dijk met een mooi breed talud aan de landzijde bood weer een ander assortiment planten. We konden terugzien dat er een keer een typisch dijkmengsel is ingezaaid (Margriet, Knoopkruid, Groot streepzaad). Of ook de Kraailook is ingezaaid weet ik niet, maar die doet het goed: toen we de dofgroene sprieten eenmaal gespot hadden zagen we ze overal.

Tot slot doken we een stukje woonwijk in en konden nog een paar leuke soorten aan onze lijst toevoegen zoals Bermooievaarsbek en een leuk grasje op de stoep dat we niet gelijk herkenden, maar Klein fakkelgras bleek te zijn. Tot nu toe kende ik die alleen in een verder uitgegroeid, bloeiend stadium. De teller kwam uit op 144 soorten, dat zijn er ruim twintig meer dan twee weken geleden. In combinatie met de andere twee duo’s die op pad gingen zijn er iets meer dan 200 soorten gevonden in dit kilometerhok, net als in het andere hok.

Tekst en foto’s: Willemien Troelstra

Rode waterereprijs – Veronica catenata
In een van de recent door de gemeente ingerichte plantenperken

Zes duo’s op plantenjacht in Beverwaard en Nesselande

Veertien floristen van de Rotterdamse Florawerkgroep hadden zich aangemeld om op dinsdagavond 20 april op pad te gaan. Dick Hoek kon daaruit zes duo’s samenstellen. Twee mensen belandden op de reservebank. De zes groepjes mochten aan de slag in twee kilometerhokken: in Beverwaard en in Nesselande. Hieronder een verslag van alle kanten!

Beverwaard

Kilometerhok 98-434 in Beverwaard, verdeeld in drie delen die door een duo werden onderzocht.

1: Wilco Non (op pad met Wim de Kan)
Wim en ik hadden op de dijk, net als groepje 3, leuke soorten: Gevlekte rupsklaver, knolboterbloem, glad walstro en een enkel exemplaar groot streepzaad (die we niet gelijk op naam konden brengen in het prille knopstadium). Ook vonden we aardig wat vergeten wikke. Ik werd me pas later bewust dat de combinatie typisch ingezaaid is…. Het begrip natuurvervaging komen we dus ook tegen in de Beverwaard (waar niet?). Dat deze mooie dijkflora niet spontaan is maakt het achteraf bezien wel net wat minder leuk. Leuk was om draadereprijs naast de grote ereprijs te kunnen zien, want die stond beiden veel in het hok: de Draadereprijs is wat fijner, heeft meer ronde blaadjes met kruipende stengel en wortelend op de knopen. Van Draadereprijs is geen vruchtzetting bekend in Nederland. Grote ereprijs daarentegen vormt heel vaak zaden. We hebben ook een Raapzaad met de Heukelsflora bekeken. Hoewel we al dachten dat het raapzaad was, was het toch interessant om de kenmerken nog eens te checken. We vonden het kenmerk van de kelkbladen (die soms afstaan en soms rechtopstaan) het hardste / beste kenmerk. En natuurlijk ook het ezelsbruggetje wat ik ooit van Priscelline heb geleerd: Voor raapzaad moet je rapen naar de bloemknoppen. Bij koolzaad steken de bloemknoppen boven de bloemen uit. Ook goed te herkennen.) Kortom het was botanisch een leuke avond.

Knolboterbloem – Ranunculus bulbosus | foto: Willemien Troelstra

2: Han van Hulzen (op pad met Bas Kers)
Beverwaard is een beetje stenige jaren tachtig wijk, met voor een florist gelukkig rommelige slecht onderhouden stukken gemeentegroen. De tuinen zijn net zo; stenig met veel onkruid. Dus, na het enigszins somber vooruitzicht dat we hadden bij aankomst om hier nog iets bijzonders te kunnen vinden, werden we gedurende de route toch wat vrolijker. Maar ook alledaagse soorten zijn natuurlijk prachtig en soms weet je ze ook niet meteen. Zo bleek groot rood drijvend blad Gele plomp te zijn en moesten we even de app raadplegen voor het Maarts viooltje, Akkerklokje, Kantige Basterdwederik en de Zandhoornbloem. In een bosachtig stukje vonden we nog de Gewone Vogelkers, Bosandoorn, Tros- en Spaanse Hyacint. We vroegen een voorbijgangster of ze Daslook wilde proeven maar dat durfde ze niet.

Zandhoornbloem – Cerastium semidecandrum | foto: Willemien Troelstra, (niet van deze avond)

3: Willemien Troelstra (op pad met Astrid D.)
Op de dijk bloeide en groeide van alles; Margriet, Groot streepzaad, Gewone veldbies, Gevlekte rupsklaver etc. Gezien de soortencombinatie is hij een paar jaar geleden ingezaaid. Misschien is zelfs de door ons gevonden karakteristieke dijksoort Knolboterbloem, daar niet spontaan terecht gekomen. In de woonwijk konden we daarna nog zo’n veertig soorten erbij schrapen. Twee typische voorjaarssoorten maakten mooie vlekken in de grasvelden: de lila Draadereprijs en de bleekgeelgroene Duinvogelmuur.

3: Astrid D. (op pad met Willemien Troelstra)
Ik loop nog niet zo lang mee (tenminste, wat het meelopen met de Flora Werkgroep betreft). Twee weken geleden met Dick langs allerlei ‘uitlaatzones’ in Zevenkamp op ontdekkingsreis (Deens Lepelblad en Hoenderbeet!) en op deze tweede avond ben ik met Willemien op de Beverwaardse dijk. Blij met elke plant die ik zelf herken (Vossenstaart!). Opgetogen met mij nog onbekende gele bloeiers (Gevlekte Rupsklaver en Knolboterbloem!) Onwetend als ik een spriet met bolletjes zie. “Is dit een bloeiwijze van vorig jaar?’ vraag ik (Gewone veldbies!) en even later “Hebben we deze al? “Ja”, lacht Willemien betekenisvol, “Deze hebben we al”. Als ik door de loep kijk zie ik mini-hartjes….. Ja, deze hadden we al.

Gewone veldbies – Luzula campestris op de dijk |foto: Willemien Troelstra

Nesselande

1: Karel Gort (op pad met Anja Vonk)
We stonden tot 18.00 uur te wachten op de ander deelnemers van de deelgebieden maar die hadden blijkbaar een ander tijdstip of startplek gepland. Ik had gehoopt dat Dick of Joost nog even uitleg kon geven over NOVA, het was weer zo’n tijd geleden. Ook hadden we de uitdraai van het gebied niet bij ons. Dus zijn we maar op de gok gegaan en alles via waarneming.nl ingevoerd. Achteraf redelijk goed gelopen. Onder het metrostation loopt een watertje waar het Harig wilgenroosje al kopjes kwam geven en heel veel Draba plantjes die we allemaal “gewoon” Vroegeling hebben genoemd. We zijn de wijk ingegaan en vonden grasbetontegels met allerlei groen erin. Goed voor de afwatering en de floristen. We vonden onder meer Zandhoornbloem, Muurpeper, Veldereprijs maar ook Behaard breukkruid. Behaard breukkruid is bij waarneming.nl sinds kort verplaatst van inheems (Native) naar ingeburgerd (Naturalized) samen met zeker nog 100 andere soorten. In de wijk kwamen we nog een watertje tegen en vonden veel Oeverzegge. In een korte wandeltocht hadden we 70 soorten.

Harig breukkruid – Herniaria hirsuta | foto: Karel Gort

2: Joost Buiks (op pad met Josée van Oers)
Een goede voorbereiding is het halve werk… mijn brede driewielerfiets moest namelijk bij het afspreekpunt in Nesselande nog een bruggetje met haakse bocht over. Maar, een half uur later dan gepland konden we toch aan de slag. Aangezien we in ons stuk met één doorlopende weg te maken hadden, besloten we één kant op te lopen en mijn fiets als tafeltje voor de flora te gebruiken met het idee “we zien wel hoe ver we komen, het is toch grotendeels hetzelfde”. Na een kwartiertje ontstond het idee dat we harder konden gaan lopen, want de grootste variatie lag achter ons… Dat bleek toch anders te liggen. Naast ons ruige dijk- en oeverbiotoop kwamen we een opener “oprit biotoopje” tegen, met Vijfvingerkruid, Kluwenhoornbloem, Vroegeling, Herderstasje en Muurpeper. De leukste vondst was het onafhankelijk en tegelijkertijd vinden van Dubbelkelk. De verrassing aan het eind was dat we een boompje dat we voor een Iep hadden aangezien was voorzien van een Elzenhaantje en daarmee definitief een Zwarte els bleek. Valideren met insecten, daar zit meer in!

Joost en zijn multifunctionele velomobiel | foto: Josée van Oers

3: Josien Hofs (op pad met met Dick Hoek)
De bouw van de wijk is 20 jaar geleden gestart. Voor zo’n nieuwe wijk behoorlijk stenig, en dat veel bewoners van een onderhoudsarme en kaal geschrobde tuin houden helpt dan ook niet. Nadat we aanvankelijk nog niet erg opgewonden raakten van wat we in de bebouwing aantroffen (en wat een verschrikking die sportvelden met kunstgras) zijn er altijd weer leuke soortjes te zien, zoals Veldereprijs en Uitstaande vetmuur. Maar blij verrast werden we alsnog van de bermen en slootkanten aan de Bermweg, en een verwaarloosd privéterrein is altijd een feestje: o.a. bloeiende Reigersbek en Schijfkamille. De kennelijk nieuwe eigenaar liet ons aarzelend onze gang gaan, bleek dat hij bang was dat we er een zeldzame plant zouden aantreffen wat een grondige herstructurering in de weg zou kunnen staan. Tussen alle Heermoes langs de sloot vonden we ook nog Holpijp (wel even doorgesneden om zeker te zijn) en o.a. Gewone veldsla. Teruglopend naar de metro werden we verrast met een hele rij Moeraszegge langs de Wollefoppenweg. We hebben ons nog even verdiept in de verschillende wikkes die we zagen: Vergeten wikke en Heggenwikke. Halverwege verwachtten we dat niet maar we aan het eind alsnog een mooie oogst van 115 soorten.

Veldereprijs – Veronica arvensis | foto: Dick Hoek

Strepen in een uithoek van Rotterdam

Op 8 april 2021 gingen we voor de eerste keer dit jaar op pad en we inventariseerden het km-hok (98-432) op de grens met Ridderkerk. Vanwege de barre weersomstandigheden met sneeuw en hagel op 6 april weken we uit naar 8 april. Het zonnetje dat we toen hadden, was ook wel nodig om dit hok nog enige allure te geven. Vanwege Corona gingen we met zijn tweeën op pad, ik met Wim de Kan.

We bekeken de oostelijke kant van het hok, de westelijke kant was voor een ander duo. De kaart van klaverblad Ridderkerk beloofde niet veel goeds met al die rode snelwegen van de A15 en A16. Maar we hadden genoeg te doen. Het blijkt dat je er weer even in moet komen. Bovendien zijn veel planten alleen vegetatief te herkennen en vooral voor grassen zag ik daar tegen op. Des te leuker als je er toch een paar kunt benoemen, zoals Rietzwenkgras. Dit gras heeft gewimperde oortjes. Ook Liesgras met zijn tongetje als een accolade schoot weer te binnen.

Draadereprijs – Veronica filiformis

Deze eerste,  wat rommelige berm bevatte drie soorten ereprijs: Grote ereprijs, Draadereprijs en Veldereprijs. Grote ereprijs was wel duidelijk: uitgesproken hartvormige vruchten. Aan de Draadereprijs, die hier nooit vruchten draagt, twijfel ik nog steeds, terwijl we toch de boeken erbij haalden. Een priegelig stukje groen kon ik thuis overtuigd op Schijfkamille zetten na wat zoekwerk. Foto’s blijken hierbij een goed hulpmiddel. Het gootje in het blad van Peen zag ik ook pas thuis, evenals de beharing. Ook de piepkleine blaadjes van Hopklaver, in de zomer niet te missen, werden op naam gebracht middels de foto, waarop ook het uitstekende bladpuntje te zien was. We zien hier voornamelijk ruigteplanten. Gevlekte rupsklaver was goed te herkennen aan het blad met het donkere vlekje.

Gevlekte rupsklaver – Medicago arabica

Het is hier saai en uitgestorven maar dichtbij is een AZC en we ontmoeten een heer die een ommetje maakt, toch een beetje leven. We zitten al vrij snel aan de grens van het hok en rijden even om naar de Bolnesserkade,. Ook hier een rommelige berm langs een slootje, veel vuil ook. Wel vinden we prachtige huisjes van Posthoornslakken en die neem ik mee, zo sierlijk. Een aantal Reuzenberenklauwen, witte dovenetel en wat ooievaarsbekken.

Enorme transportwagens passeren ons.  Hier zetelt een bloementransportbedrijf. Ook het woonhuis staat hier en dat pal naast die lussen van snelwegen. Ook is er de PHV, een vereniging voor het trainen van politiehonden. Goed dat de honden vast zitten, want floristen zijn vaak verdachte wezens. De meest voluit bloeiende bloem is Raapzaad. Onder de snelwegen vinden we nog Winterpostelein. Zo zijn we toch 3 uur aangenaam bezig geweest. Ik loop er wel tegen aan dat ik vaak het verband nog niet ken van de plant met de groeiplaats, want waarom vinden we voornamelijk Zeegroene rus, leuk met die kamertjes, en weinig Pitrus. Maar dat is weer een volgende interessante studie.

tekst & foto’s: Priscelline van der Pas


Naschrift
Vanwege corona-maatregelen konden we alleen in tweetallen op pad. Omdat veel groepsleden op pad wilden konden we vier duo’s vormen die allemaal een half hok voor hun rekening namen. Zo inventariseerden we in één week twee kilometerhokken tegelijk: behalve het hok bij Knooppunt Ridderkerk onderzochten we ook kilometerhok 099-442 bij metrostation De Tochten.

Wildgroei 010 – De film van de Rotterdamse stadsplantenroute

Zomer 2020 verscheen de ‘Stadsflora van de Lage Landen’ van Ton Denters, boordevol stoepplantjes en andere wilde stadsplanten. Rotterdam is natuurlijk een van de steden die wordt uitgelicht, inclusief stadsplantenwandeling. Filmmaker Jeroen Onck ging op pad met de samenstellers van de route: stadsecoloog Remko Andeweg van Bureau Stadsnatuur en Willemien Troelstra van ‘onze’ Rotterdamse Florawerkgroep. Jeroen maakte een smaakmakend filmpje van 15 minuten over de wandelroute en (Rotterdamse) stadsplanten. In samenwerking met het Rotterdams Milieucentrum.

Wil je de Rotterdamse stadsplantenwandeling in alle rust zelf bekijken: De Stadsflora van de Lage Landen is bij iedere boekhandel te koop of te bestellen. En je kunt natuurlijk ook op een dinsdagavond (april -september) een keer meelopen met de Rotterdamse Florawerkgroep.

Stadsflora van de Lage Landen
Eindejaarsplantenjacht Akkerdistel bloeit

Eindejaarsplantenjacht 2020-2021 anders-dan-anders

Traditiegetrouw doet de Rotterdamse Flora Werkgroep mee met de door FLORON georganiseerde landelijke Eindejaarsplantenjacht. Het gaat hierbij om het noteren van bloeiende wilde en verwilderde planten gedurende een één uur durende wandeling in de periode 25 december tot 4 januari.

Normaal verzamelden we op één punt en gingen in groepjes van vier-vijf op pad. Na afloop vergeleken we de lijstjes en dronken we samen wat. Maar dit keer moest het vanwege de coronarichtlijnen noodgedwongen anders: alleen of hoogstens met z’n tweeën op pad. Om toch het saamhorigheidsgevoel te bewaren riepen we wel alle groepsleden op om mee te doen en hebben we de lokale lijsten verzameld.

De resultaten

Er werden door onze groepsleden en andere Rotterdammers samen 22 plantenjachten ingevoerd waarbij we samen 140 soorten noteerden. Twee wandelingen met slechts 1-2 soorten hebben we niet meegeteld omdat we niet wisten of dat wel echte lijsten waren. Hieronder de top 13.

SoortnaamAantal x in/bij
rotterdam
Rang in/bij
rotterdam
rang
landelijk
Klein kruiskruid 22 (van de 22) 1 3
Madeliefje 20 2 1
Straatgras 19 3 2
Canadese fijnstraal 17 4 13
Gewone melkdistel 16 5 9
Grote brandnetel 15 6a 20
Herderstasje 15 6b 5
Paarse dovenetel 15 6c 6
Paardenbloem 14 9 7
Tuinwolfsmelk 12 10 12
Vogelmuur 12 11a 4
Duizendblad 11 11b 8
Witte dovenetel 10 13 10
De 13 soorten die het meest werden aangetroffen bij de eindejaarsplantenjachten in de Rotterdamse regio. In de tweede kolom het aantal keer dat de plant op een lijst stond. In de derde kolom hoe hoog de soort daardoor in de ranglijst staat. In de laatste kolom de plaats van de soort op de landelijke ranglijst op basis van 1697 plantenjachten.

De talrijkste soorten: Klein kruiskruid, Madeliefje en Straatgras kunnen het hele jaar door bloeiend worden waargenomen. Alleen in koude winters met vorstdagen laten ook zij het afweten. Deze staan dan ook ieder jaar hoog in de ranglijst. Opvallend is dat Grote brandnetel en Canadese fijnstraal in de Rotterdamse regio een aanmerkelijk hogere plaats in nemen (plek 4 tov 13 en 6 tov 20) dan landelijk. Vogelmuur daarentegen was veel minder vertegenwoordigd dan landelijk (11 tov 4).

Een selectie van 21 soorten die tijdens de Eindejaarsplantenjacht in Rotterdam en omgeving zijn gevonden.
1 Klein glaskruid, Herik, Kruipklokje, Zwarte nachtschade, Kaal knopkruid, Akkerdistel, Gehoornde klaverzuring,
2 Boerenwormkruid, Rode klaver, Avondkoekoeksbloem, Muurleeuwenbek, Watermuur, Paarse dovenetel, Klein kruiskruid,
3 Ronde ooievaarsbek, Akkerviooltje, Komkommerkruid, Madeliefje, Grote brandnetel. Stinkende gouwe, Grote ereprijs.

Echte voorjaarsbloeiers waren er niet veel. Dat is ook wel logisch want kort voor kerst was het weliswaar mild met slechts een incidentele plaatselijke nachtvorst maar ook niet bijzonder zacht. Van de karakteristieke voorjaarsbloeiers was Kleine veldkers met 7 vondsten de talrijkste. Andere voorjaarsbloeiers waren Grote maagdenpalm (1), Maarts viooltje (1), Gewoon speenkruid (2), Vroegeling (1), Zandraket (1). Van de winterbloeiende bomen werden Hazelaar (1x) en Zwarte els (2x) bloeiend gespot.

Hoeveel bloeiende soorten we vonden?

Het gemiddeld aantal soorten bij de RFWG was bijna 24. Dat gemiddelde is een beetje opgekrikt door de langste lijst met wel 77 soorten, die werd ingevoerd door Karel Gort. Hij verkende Hoek van Holland en had zijn plantenjacht terdege voorbereid met een uitgekiende route langs zo veel mogelijk verschillende biotopen, waaronder betrekkelijke bloemrijke, recent aangelegde bermen en plaatsen met tuinafval. Mogelijk speelt het feit dat een droge zandige bodem eerder opwarmt dan een vochtige kleibodem of natte veengrond ook een rol.

Wie deden mee in Rotterdam (en omgeving)

Lijsten werden ingevoerd door: Celeste, Peter van Dalen, Esmeralda, Ernst Eijkelenboom, Karel Gort, Dick Hoek, Josien Hofs, Arend Knibbe, Mara, Marjolein Moejes, Priscelline van de Pas, Astrid Priester, Willemien Troelstra. Er zijn meer mensen op pad geweest want in ieder geval waren de volgende mensen medewaarnemer bij een van de plantenjachten: Josée van Oers, Ine Troelstra en Jacqueline Veltman.

tekst: Dick Hoek en Willemien Troelstra
foto’s: Dick Hoek, Josée van Oers, Priscelline van der Pas en Willemien Troelstra.


Stoute schoenen in Vlaardingen

Aanvullend verslag van Priscelline van der Pas, lid van de Rotterdamse Florawerkgroep, over een plantenjacht in Vlaardingen:

We verzamelden om twee uur aan de Broekpolderweg in de buurt van de Manege Die Flardingha Ruiters in Vlaardingen. We waren met zijn vieren, te weten Jos, Suzan, Ria en ik. Langs de Watersportweg had ik al geel bloeiend spul gezien. Dat bleek Bolletjesraket, Boerenwormkruid en Raapzaad te zijn. Tot mijn verbazing bleek bij het invoeren, dat er ook een Overblijvende bolletjesraket bestond, maar die kon ik niet terug vinden in de Flora.

Geel bloeiende Mahonie. Tja, wat doe je daarmee. Ook wel duidelijk aangeplant. Toen bekroop mij een eigenaardige drang tot overtreding en ook bij de anderen kwam die aan het licht. Want niemand had er moeite mee om ook de Grote maagdenpalm met een duidelijke bloem maar op te nemen. Bij het invoeren trok ik toch na enige twijfel de stoute schoenen aan. Nog nooit in mijn leven beging ik een overtreding en nu kreeg ik de kans. Vergeef me. Na de miezerige Hoge fijnstraal, gingen we langs een slootje, iets geels. Dat bleek tot onze verrassing Gewoon speenkruid te zijn. Gewone berenklauw,ook hier weer aanwezig. Gericht zochten we naar het vrouwelijke bloempje van Hazelaar en Ria vond er een.

Toen riep Jos enthousiast; “Fladder, fladder, fladder en zweven, een Sperwer” en Suzan vulde aan “en uitgespreide staartveren”. Bofte ik even, dat er vogelaars bij waren. We besloten het moerassige stuk van de Broekpolder in te gaan, daar bij de Vogelhut. Er was weinig bloeiends te vinden. Wel een Reukeloze kamille, een Scherpe boterbloem en op het laatst een Grote ereprijs.

De Schotse Hooglanders liepen vredig te grazen, en gelukkig deden de wandelaars met de honden toen de honden aan de riem, een beetje laat eigenlijk. Het was redelijk druk met wandelaars en ook ruiters. De runderen keken de paarden na. Nu was het uur om, maar uitgewandeld waren we nog niet. We overwogen een tweede jacht in te zetten, maar dat plan lieten we varen, toen we nagenoeg geen bloeiende planten zagen. Wel veel mooie paddenstoelen, mossen en korstmossen. En zo genoten we nog een uur.

Laatste buitenavond: quickscan en eten bij De Esch

Eind augustus werden we benaderd door stichting Groenwaarde, die actief is in de wijk De Esch of wij misschien wisten welke wilde planten er in hun wijk groeien. Groenwaarde wil samen met andere partijen de ecologische waarde van het groen in De Esch te verhogen. Deze wijk kan een belangrijke rol vervullen in de groene verbinding tussen het Kralingse Bos en de Maas.

Van april tot september zijn onze groepsavonden gevuld met de inventarisatie van onze geplande kilometerhokken, maar aan het eind van het seizoen hebben we meestal nog één (korte) avond over. Zo ook dit jaar. Omdat we nog geen andere plannen hadden voor de laatste avond besloten we in te gaan op de vraag van stichting Groenwaarde.

Inventarisatie van het stenen rivieroever-talud; even controleren of het Gewone of Geschubde mannetjesvaren is | foto: Josée van Oers

Zodoende verzamelden zich op dinsdagavond 22 september tien floristen en drie betrokkenen van stichting Groenwaarde bij het Pompgebouw (wijkcentrum). We splitsten ons en verkenden drie verschillende stukken:

  • de begroeide ‘binnendijk’ met fietspad bovenop parallel aan de trambaan.
  • de begroeide ‘binnendijk’ met voetpad die de scheiding vormt tussen woonwijk en de ‘Polder De Esch’
  • een stuk basaltstenen talud langs de Maas

We maakten soortenlijsten voor de drie locaties en bespraken met de meelopende bewoners onze indruk van de vegetatie. Ook hebben we wat suggesties gedaan om de biodiversiteit en natuurwaarde op deze locaties te versterken:

Middelste ganzerik – Potentilla intermedia bovenop de dijk/pier die de Maas in steekt. Zonder bloeiwijze kun je hem eigenlijk niet determineren, maar uit andere jaren/seizoenen weten we dat het deze soort is. | foto: Josée van Oers.
  • De dijk langs de trambaan heeft nu een begroeiing van een voedselrijke bodem met veel gras en ruigteplanten zoals brandnetels, akkerdistel en Berenklauw. Er groeien weinig verschillende ‘kruiden’ (niet grassen). Door verschraling (hooien en schapenbegrazing) zal hier meer diversiteit en vooral meer kruiden komen.
  • De muren van de waterbassins zouden (bij een volgende onderhoudsbeurt) meer geschikt gemaakt kunnen worden voor muurplanten (varentjes)
  • Diverse stukken bestrating zouden omgezet kunnen worden in onverhard terrein.
  • Een beschaduwd stuk onder bomen zal niet kruidenrijk worden. Je kunt daar wel meer biodiversiteit creëren door te stoppen met maaien en inheemse struiken op te laten komen/aan te planten.
  • Hondenuitlaatplekken worden extra ‘bemest’ door de urine (en eventueel niet opgeruimde poep). Daardoor verruigen de plekken waar veel honden plassen sneller met brandnetels en andere ruigte. Door die plekken te beheren als gazon beperk je de verruiging.
  • Er zijn stukken langs de oever die zich lenen voor getijdenatuur (ondiepe slikkige oever die bij eb droogvalt en bij vloed grotendeels onderloopt).
  • De stenen taluds dreigen vol te groeien met houtige gewassen die de boel kunnen gaan domineren waardoor de kruiden en varens die er ook groeien overschaduwd worden. Met name de Hemelboom en Dijkviltbraam vormen hierin een gevaar. Zorg dat deze regelmatig gesnoeid/verwijderd worden.
  • Bovenop de ‘uitstekende dijk / pier’ langs de rivier groeit een leuke soort: Middelste ganzerik. Die doet het goed, hij komt er al meer dan tien jaar voor en lijkt te zijn uitgebreid. We adviseren het beheer van deze bovenkant niet aan te passen.

Toen het rond acht uur donker werd keerden we terug naar het Pompgebouw en hebben we genoeglijk in het wijkcentrum na kunnen praten onderwijl onze maag vullend met een Chinese (afhaal)maaltijd en drankjes aangeboden door stichting Groenwaarde.

De stukjes van de wijk De Esch waar we hebben rondgekeken.

Negen spotters op pad

Verzamelplaats: de spotplek voor vliegtuigen, aan de noordrand van vliegveld R’dam/The Hague airport. Wij spotten echter vanavond geen vliegtuigen, maar (niet allemaal) wilde planten in kilometerhok 90-442. Ik liep voor het eerst mee met de Rotterdamse Florawerkgroep, die zich richt op planten binnen de Rotterdamse stadsgrens, wat – zeker deze avond – niet hetzelfde is als gericht op Stadsplanten.

In twee kleine groepjes gingen we op pad, zoveel mogelijk volgens de coronaregels. Mijn groepje begon langs een zeer gevarieerde berm met allemaal echte wilde (niet ingezaaide) planten. De diversiteit van de eerste paar honderd meter (bv Driebloemige nachtschade, Handjesgras), werd zeker ook beïnvloed door het opgebrachte zand ten behoeve van (wegen)bouwwerkzaamheden. Door alle variatie schoot het in afgelegde afstand niet erg op, waardoor we al snel last kregen van de invallende schemering.

Drie soorten tandzaad: Zwart tandzaad, Smal tandzaad en Driedelig tandzaad. In het veld makkelijker uit elkaar te halen dan op deze foto: Zwart tandzaad heeft als enig tandzaad ongevleugelde bladstelen, de bloemhoofdjes van Smal tandzaad hebben vier tot zes omwindselblaadjes zonder wimpers. Veerdelig tandzaad heeft meer omwindselblaadjes met wimpers.

Soorten waar we wat langer bij stil hebben gestaan: Grijze versus Zwarte mosterd, Bolletjesraket, de diverse tandzaden (Veerdelig, Smal en Zwart), Groot moerasscherm versus Kleine watereppe, Uitstaande melde (is die hoek van de bladbasis nou kleiner dan 145 of groter dan 160 graden??) en Smalle waterweegbree (eerste vondst voor de RFWG!) Na een paar honderd meter berm en omstreken sloegen we ter hoogte van de Belevenisboerderij Schieveen een zijpad in. Hier vonden we ook enkele soorten die het gevolg zijn van ingezaaide bermen in de omgeving, zoals Dagkoekoeksbloem en Grijskruid, om vervolgens in het bijna donker (Heelblaadjes en Cichorei waren nog net te onderscheiden) door de polder weer terug te lopen naar het startpunt.

We vonden bijna evenveel soorten als het andere groepje: 145. Later bleek dat op onze twee lijsten samen 202 verschillende soorten vonden.

tekst: Els Huijvenaar | foto’s: Michiel Boulogne en Willemien Troelstra

Watermuur – Stellaria aquatica | Basterdklaver – Trifolium hybridum | Driebloemige nachtschade – Solanum triflorum. Deze nachtschade zal zijn meegekomen met bouwzand.

Een winderige avond op Laag Zestienhoven (km-hok 90.440)

Na een behoorlijk natte dag op 25 augustus blijkt de vooravond van de voorspelde zeer ontstuimige 26ste augustus alles mee te vallen. Wel al veel wind maar we hielden het droog. Negen floristen verzamelden zich aan de rand van de nieuwe wijk Park Zestienhoven om de zeer dynamische flora aldaar onder de loupe te nemen. 

In twee groepjes gingen we op pad. Onze groep bekeek eerst een vers gemaaide berm tussen fietspad en weg. Voor mij als beginner is het dan verbazingwekkend hoe snel de minimale overblijfselen toch op naam gebracht worden. Zeker voor de grassen zal dat nog wel even duren voor ik dat allemaal door heb.

Vervolgens de oversteek naar een eldorado: een omheind terrein dat bouwrijp gemaakt wordt en waar veel grond is aangevoerd.  De grote hoogteverschillen en ook de vele waterpartijen leveren een zeer grote variatie aan groeicondities met een groot scala aan allelei pionierplanten. De families van de ganzevoeten en de duizendknopen waren met veel, niet altijd gemakkelijk uit elkaar te houden soorten vertegenwoordigd.

Heksenmelk – Euphorbia esula | foto: Wim de Kan

Het is een heel groot terrein en Dick stelde voor om ons verder op te splitsen waarbij Willemien en ik als uitdaging meekregen de Zandweegbree op te sporen. Een voor mij onbekend plantje waar mijn oog op viel bleek hem te zijn. Een flinke pluk van wat eerst een ontsnapte leeuwebeksoort leek te zijn had toch nog wat bloempjes verstopt en bleek iets heel anders: Heksenmelk, een wolfsmelksoort. Pas op met dat sap van de wolfsmelkfamilie, je moet het niet per ongeluk in je ogen krijgen weet ik uit ervaring. 

Een bijzondere plant die hier in flinke aantallen voorkwam was de fors uitgevallen Late stekelnoot (Xanthium strumarium, zie foto bovenaan dit bericht).  Ook de Driebloemige nachtschade zagen we een aantal keer en mooie Teunisbloemen, maar was het nu de Zandteunisbloem of toch een andere? Ook een geslacht waar onze drang om er het juiste etiketje aan te hangen wel wat hoofdbrekens op kan leveren.

Een Teunisbloem, waarschijnlijk Zandteunisbloem | foto: Wim de Kan

Weer terug naar de woonwijk waar tussen de stenen allerlei leuke plantjes groeien zoals Straatwolfsmelk en de zeer succesvolle Gehoornde klaverzuring. Het is al eind augustus waardoor het al snel aan de donkere kant werd om nog verrassende ontdekkingen te doen. De andere ploeg had blijkbaar toch wat betere ogen want ze raadden ons aan maar niet op hen te wachten.

tekst: Wim de Kan | foto’s: Wim de Kan en Willemien Troelstra

Gronddepot herbergt de leukste soorten in hok 90-438

Deze elfde augustus waarop wij weer samenkomen om een kilometerhok te inventariseren, blijkt voor Nederland de warmste dag ooit gemeten. Nou hebben we al vaker hittegolven beleefd maar wat deze anders maakt, is dat ook de nachten uitzonderlijk warm blijven en voor de meesten van ons komt dat een goede nachtrust niet echt ten goede. We accepteren daarom van elkaar dat we soms wat aangebrand reageren.

Ook in de wijk Blijdorp doet Klein glaskruid – Parietaria judaica het goed. | foto: Dick Hoek

Gelukkig is er het grondige voorwerk van Dick Hoek. In zijn uitnodigingsmail voorspelde hij ons een grote afwisseling van biotopen: waterpartijen, een kanaal, twee kleine jachthavens, een camping, een gronddepot, een groot stadspark, spoorlijnen, oudere woonwijken met plaatselijk veel geveltuintjes en snippergroen, ingezaaide en ‘ecologisch’ beheerde bermen, interessante muurvegetaties en parkeerterreinen.  Het volkstuinencomplex en diergaarde Blijdorp laten we buiten beschouwing. Maar, de delen die we wel inventariseren liggen wat uit elkaar en er blijft genoeg over om de avond te vullen.

We zijn met zes deelnemers en splitsen ons in twee groepjes van drie. Ik ga mee op pad met Dick en André en heb de eer om de kaart te mogen lezen. Op één van de eerste stoepranden vinden we naast gebruikelijke soorten een Fraaie vrouwenmantel. Ik leid mijn reisgenoten door de Blijdorpse straten, maar hoor vrij snel de verbaasde uitroep van Dick: ‘Hé, we zijn uit het hok!’ Mijn kaartleesvaardigheid blijkt even niet optimaal, maar ik verdedig me dat het natuurlijk aan de warmte ligt. Eenmaal terug op de juiste route vinden we leuke soorten als Stijf hardgras, Gevlamde fijnstraal (die steeds gewoner lijkt te worden) en een zaailing van een Gevederde esdoorn.

André is weer van de partij hier samen met Dick aan de rand van het Vroesenpark. | foto: Josée van Oers

Een week eerder waren Dick en ik elkaar toevallig tegen gekomen op de Stadhoudersweg en hadden we ons vergaapt aan zeven schitterende, zeldzame Schubvarentjes tussen de vele Tongvarens op de muur van diergaarde Blijdorp. Leuk om deze nu aan André te tonen. Hij kijkt echter grondiger, want hij telt er acht en wijst ons op een wat verstopte Steenbreekvaren die wij over het hoofd hadden gezien. We duiken daarna in een rijk bloeiend veld naast de hoofdingang van de dierentuin en kunnen onder meer Gele ganzenbloem, Grote kaardenbol, Sint-Janskruid en Kardoen op onze lijst zetten. Het lijdt geen twijfel dat hier één en ander is ingezaaid. 

Wie hier vaker meeleest, herinnert zich wellicht het bezoek aan een opgespoten stuk land bij Zestienhoven met veel bijzondere soorten dat wij toen ‘Dick’s walhalla’ hebben gedoopt. Nu zegt Dick tussen neus en lippen door dat het misschien wel leuk is om nog even te kijken bij het gronddepot links van de Daltonlaan. Hier wordt door de gemeente overtollige grond afkomstig van diverse plaatsen gestort, waardoor er een soort heuvelachtig landschap is ontstaan. Dit blijkt een ware plantenhemel! Onze ‘ooh’s’ en ‘jee, kijk nou eens’ zijn niet van de lucht terwijl we klimmen en dalen over de bergjes van zand en puin en elkaar wijzen op onder meer Alsemambrosia, Tomaat overvol met nog niet rijpe vruchten, Stekelige hanenpoot, Zeegroene ganzenvoet, Goudbes, Zonnebloem, een tweede Gevederde esdoorn, Driebloemige nachtschade, Pompoen en Chia. Zo komen we deze avond met een glimlach van oor tot oor aan nagenoeg 200 soorten en ach dan neem je een warme nacht gewoon op de koop toe. 

tekst: Josée van Oers

Goudbes – Physalis peruviana, een van de verrassende soorten op het gronddepot | foto: Josée van Oers

Levensgenieters en Muurleeuwenbek in Delfshaven

Dinsdagavond 28 juli inventariseerden we kilometerhok 90.436. We verzamelden bij Metrostation Delfshaven voor natuurvoedingswinkel An-dijvie in de Jan Kruijffstraat. Dick schreef in de aankondiging, dat het km-hok bestaat uit oudere woonwijken met plaatselijk veel bloembakken en geveltuintjes, een brede, groene singel, kaden met muurvegetaties en snippergroen. We gingen in twee groepjes op pad.

Bij het startpunt groeide om de fietsbeugels heen volop Gevlamde fijnstraal  met daartussen een enkele Canadese fijnstraal en Steenkruidkers. Het Prachtklokje sprong eruit op deze rommelig aandoende plek. We snuffelden wat in een zijstraat, de Spanjaardstraat. Dat leverde behalve Veldbeemdgras (bladeren met evenwijdige  zijden en een topkapje) nog wat plantjes op zoals Harig vingergras, Schijfkamille en Kleine varkenskers. Op de Schiedamseweg vonden we één Postelein, een paar Vertakte leeuwentanden en veel Hertshoornweegbree.

Muurleeuwenbek – Cymbalaria muralis | foto: Willemien Troelstra

Daarna sloegen we rechtsaf de Aelbrechtskolk in. Hier vonden we aan de kademuren veel Muurleeuwenbek alsook Muurvaren en Gewoon langbaardgras; maar slechts één polletje Steenbreekvaren. We moesten wel wat hinderlijk tussen de mensen door scharrelen, die hier aan piepkleine tafeltjes hun eten genoten. Beneden langs het water konden we niet zoeken, want die strook was afgesloten maar in de diepte herkenden we wel Moerasandoorn, Gele lis, Haagwinde en Klimop.

Direct links de brug over belandden we even buiten het kilometerhok; maar links liepen we het hok weer in en daar groeide op diverse plekken Kransmuur; eentje zelfs op de kademuur en een fraaie Bleekgele droogbloem. Daarna stuitten we op een soort geveltuintje van uitsluitend Zegekruid, een fraaie begroeiing. Bij Achterwater een Mannetjesvaren op de muur.

Op de kademuur Kransmuur (Polycarpon tetraphyllum) en links een Muurvarentje (Asplenium ruta-muraria) | foto: Priscelline van de Pas

Wachtend op de Lage Erfbrug die open ging, bekeken we de grasstrook al daar. Dat leverde diverse soorten op, inclusief een raadselachtig gras, dat in ieder geval een harig tongetje had: Pluimgierst of Groene naaldaar?  Na de brug vonden we op de Nieuwe binnenweg vooral veel kiemplantjes van de Hemelboom, die in die straat is aangeplant; daarnaast slechts eenmaal Geel nagelkruid en een exemplaar van Muursla.

Na het water gingen we linksaf de Heemraadsingel op waar we kroos opvisten: Klein en Veelwortelig, maar ook Bultkroos. Thuis bleek in de krooskluwen ook Colombiaanse wolffia te zitten. Ik probeerde de tip om de bijna onzichtbare nerven van kroos tevoorschijn te toveren: eventjes in spiritus leggen.

Links Colombiaanse wolffia, In het midden Klein kroos en Colombiaanse wolffia, rechts in spiritus geweekte kroosschijfjes waar de drie nerven te zien zijn. Ze komen allemaal bij het worteltje uit en twee nerven lopen heel krom. | foto: Priscelline van de Pas

Verder was op de Heemraadsingel het aantal wilde planten beperkt. Karel vond slechts één exemplaar van Zomprus. Verder wat Ridderzuring, Hondsdraf, Peen en Gewoon timoteegras. Een verruigd veldje leverde wat meer op: Reukeloze en Echte kamille, Grijze mosterd, Grote ereprijs en Harig wilgenroosje. Het begon al een beetje donker te worden en sommigen van ons roken de stal. We gingen terug naar het andere groepje. Helaas konden we hen niet helpen met de puzzels die ze hadden meegenomen; Dick moest ze dus toch zelf thuis uitzoeken. Omgekeerd hielp Dick ons wel met het op naam brengen van het Hemelboomkiemplantje (foto bovenaan bericht)

tekst: Priscelline van de Pas

Handjes of Gladde vingers en een rare ‘muurvaren’

Kilometerhok 90.434, gelegen in het noordoostelijke deel van de Waalhaven, bestaat uit twee brede ‘pieren’ die de haven insteken, vol met bedrijfspanden, parkeerterrein en straten met in de bestrating ingebed een paar weinig gebruikte spoorlijnen. En één braakliggend terrein. Dit bebouwde geheel wordt omringd door basalt glooiingen langs het water. Ondanks dreigende luchten bleef het dit keer gelukkig droog!

Op het afgesproken verzamelpunt bij de bushalte, net buiten het hok, zagen we al twee leuke soorten: Kaal breukkruid en Klein glaskruid, soorten die we later ook binnen het hok tegenkwamen; Klein glaskruid zelfs massaal. Zoals gebruikelijk gingen we in twee groepjes op pad om aan het einde van de avond weer bij het beginpunt samen te komen en wetenswaardigheden uit te wisselen. Ons groepje van drie (Karel, Han en Dick) verkende eerst de kleinste pier en later, in overleg met de andere groep, een deel van de grotere, noordelijke pier.

Het zeer stenige omgeving van de ‘kleine pier’ (Kesterenstraat) | foto: Dick Hoek

De kleine pier viel wat tegen. De mogelijkheden voor spontane plantengroei waren beperkt tot hier en daar minimale randjes langs de bebouwing en tussen de klinkers. Plek voor dwergen zoals Liggende vetmuur, Kransmuur en Hertshoornweegbree. Waarschijnlijk liggen de leukste plekken daar langs het water, voor ons onbereikbaar verborgen achter gesloten hoge hekken. De enige bereikbare groene plek langs het water aan de westpunt was pas gemaaid. Toch vonden we op het schiereiland bijna 80 soorten waaronder massaal Gevlamde fijnstraal, één van de recent ingeburgerde fijnstraalsoorten uit Noord-Amerika die vooral in een stenige omgeving gedijt. Hij is tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de roodachtige top van de omwindselbladeren. Een verrassende eenling was Stijf havikskruid, helaas nog niet bloeiend en daarom moeilijk op naam te brengen. Karel kende de soort echter goed. Enkele jaren geleden was in de Waalhaven ook al een groeiplaats van deze in Rotterdam zeldzame plant ontdekt.

Op de noordelijke pier hadden we meer geluk: een groot braak liggend terrein zag eruit als een bloemenzee en we konden daar wel bij het water. Het blauw van het Slangenkruid vermengde zich met het geel van bloeiend Bezemkruiskruid, Jakobskruiskruid, Keizerskaars, verschillende soorten Teunisbloemen, een enkele Koningskaars en Sint Janskruid. Ook vonden we hier de vrij zeldzame Mierikswortel, een kruisbloemige met grote wortelbladen die doen denken aan de bladeren van een grote zuring. De meeste van deze soorten zijn hier ooit uitgezaaid. In een drooggevallen poeltje groeiden Oeverbies, Grote kattenstaart en Riet.

Braakliggend terrein langs de Sluisjesdijk met een prachtig bloeiende mix van ingezaaide en spontane soorten zoals Slangenkruid, Teunisbloemen, Jakobskruiskruid en Bezemkruiskruid. Links midden de bladeren van Mierikswortel. | foto: Dick Hoek

De andere groep vond als bijzonderheden Zandweegbree (in en naast de rails van de spoorlijn) en Adelaarsvaren (tussen de voegen van een muur!). De exemplaren waren nauwelijks herkenbaar in deze miezerige vorm, totaal anders dan de soms twee meter hoge planten elders (zie foto bovenaan dit bericht). De Waalhaven is één van de twee groeiplaatsen van Adelaarsvaren in Rotterdam. Een tweede groeiplaats is het Schapeneiland aan de Bergse Achterplas. De soort is daar waarschijnlijk terecht gekomen met tuinafval. [verwijderd n.a.v. aanvullende informatie, zie reactie bij dit bericht] Adelaarsvaren is algemeen in het oosten van het land en plaatselijk in de duinstreek.

Op de gezamenlijke terugweg naar de bushalte en onze fietsen kwamen we langs een grote groeiplaats van een rijk bloeiend gras waarvan de bloeiwijze wel wat weg heeft van een hand met gespreide vingers. Wij hadden dat gras herkend als Glad vingergras dat in tegenstelling tot het algemene Harig vingergras een vrijwel onbehaarde bladschijf heeft. Willemien was wat in verwarring en twijfelde, nam enkele exemplaren mee naar huis en mailde al snel: het is Handjesgras! Hét verschil is duidelijk: Vingergrassen hebben een vliezig tongetje en Handjesgras heeft op die plaats korte haartjes, geflankeerd door bosjes langere haren.

tekst: Dick Hoek | foto’s: Dick Hoek en Willemien Troelstra

Handjesgras – Cynodon dactylon, er stond een hele strook van het veld mee vol en het kroop tussen de stoeptegels ernaast. | foto’s: Dick Hoek en Willemien Troelstra

Door en door nat op Waalhaven Zuid

Dinsdagavond 30 juni zou de regen wegtrekken; mocht het bij de start van de inventarisatieavond, om half zeven, nog regenen dan zou het een half uur later wel droog zijn, aldus een van de vele regenvoorspellingsapps die ons gerust kunnen stellen dat het prima weer is om naar buiten te gaan. De werkelijkheid was dat het die avond af en toe min of meer droog was tussen de regen door en dat ik thuis gekomen mijn kleding kon uitwringen. Maar de vijf groepsgenoten die waren op komen dagen lieten zich hierdoor niet uit het veld slaan en struinden in twee groepjes over bedrijventerrein Waalhaven Zuid (kilometerhok 90-432).

De helling van het stenige talud langs de havenkant, waar ons groepje van drie in het begin langs struinde, was zeer beperkt begroeid. Bovenop, stond wel wat meer tussen de hoekige betonblokken, onder andere wat struikjes zoals Lavendel, Sleedoorn, Spaanse aak, Rode kornoelje, Es, Lijsterbes en Boswilg. Wat betreft de kruidachtige planten groeide er veel Robertskruid, maar ook flink wat Muursla.

Op de parkeerstrook aan de kant van de bedrijven vonden we flink wat soorten tussen de straatstenen zoals Hazepootje, Kransmuur, Stijf straatliefdegras (voorheen heette dat simpelweg Straatliefdegras) en tientallen exemplaren van Stijf hardgras. Ook doken tussen de stoeptegels enkele Maisplanten op; we verbaasden ons erover dat het ze gelukt was om op die plek te kiemen.

Daarna slingerden we via enkele straten over het bedrijventerrein om weer bij ons startpunt uit te komen. In een groene berm en op een paar meer verrommelde voorterreinen van bedrijven sprokkelden we aardig wat soorten bij elkaar. Ik licht er een paar uit:

  • De eerste vondst van Klein liefdegras dit jaar. Klein liefdegras komt veel later tot bloei dan de ‘weilandgrassen’ omdat het een zogenaamde C4 plant is, die kan pas bij hogere temperaturen groeien, maar als het kan doet hij dat ook heel snel.
  • Middelste teunisbloem; meestal komen we de Gestreepte teunisbloem tegen. De Middelste lijkt daar veel op maar die heeft geen rode knobbels en vlekken op de stengel en bloemkelk.
  • Diels cotoneaster; Deze soort hadden we niet eerder (verwilderd) aangetroffen of in ieder geval niet als zodanig gedetermineerd. In de nieuwe Heukels flora zijn de vaak verwilderende cotoneastersoorten opgenomen. Dat is een goeie stimulans om verwilderde cotoneasters bij onze inventarisaties mee te nemen.
  • Een pol rijk bloiende Heelblaadjes, achter het hek onderaan de grote zendmast.
  • Zaailing van ‘Gekweekte kool’ in de goot, waarschijnlijk Rode kool.
  • Kleine leeuwenbek, langs de randen van een verhoogd parkeerplateau.
Middelste teunisbloem – Oenothera biennis | foto: Dick Hoek

Het tweepersoonsgroepje van Bas en Johan had in hun deel van het kilometerhok een strook met bossages. Zij hadden dan ook de veel meer houtige soorten op de lijst staan zoals: Hollandse iep, Amerikaanse vogelkers, Grauwe abeel, Canadapopulier, Ratelpopulier, Hazelaar, Eenstijlige meidoorn, Zwarte bes, Aalbes, Egelantier, Rimpelroos, Schietwilg, Katwilg, Witte esdoorn. Zijn vonden zelfs een soort die nieuw is voor de Rotterdamse Florawerkgroep: Amerikaanse eik, een soort die je vooral op de Zandgronden aantreft.

tekst: Willemien Troelstra | foto’s: Dick Hoek

Een prachtavond met duinflora op 33 km van de kust

Op dinsdagavond 16 juni was het wat druilerig weer, maar het werd toch een prachtige avond. We verzamelden net ten zuiden van vliegveld Zestienhoven, aan de rand van bedrijventerrein Hoog zestienhoven om kilometerhok 90-441 te inventariseren. Jacqueline die voor het eerst meeliep voegde zich bij drie ‘oud-gedienden’. Terwijl Bas zijn enthousiasme uitstortte over Jacqueline en haar onder andere kennis liet maken met de wereld van de groene sprieten (grassen en russen), noteerden Johan en ik de eerste tientallen soorten op de stoep, in de grasberm daarachter en langs de slootkant.

Toortsen naast een bedrijvenloods waar we net niet dicht genoeg bij konden komen om te zien welke soort het is : Stalkaars of Keizerskaars. De wolken kleinere gele bloemetjes zijn van de Zwarte mosterd. | foto: Willemien Troelstra

Vanaf daar liepen we een flink stuk voetpad tussen een boomsingel en de berm/sloot combinatie. Er kwamen regelmatig wat soorten bij in het genre dat je daar verwacht zoals Veldzuring, Zomereik, Spaanse Aak, Gewoon reukgras, Look-zonder-look en Echte Kamille. Bij een toegang naar een loods van een aannemer stonden wat meer ruderale soorten zoals Zwarte mosterd, Melganzenvoet, Paarse dovenetel, Korrelganzenvoet en nog zo wat. Naast de loods, onbereikbaar door sloot en hek stonden een paar toortsen prachtig te bloeien, vermoedelijk Keizerskaars, maar we konden het niet goed genoeg zien om zeker te weten welke soort.

Daarna liepen we het voetpad af tot we bijna het kilometerhok uitliepen. Het begon te regenen, maar gelukkig zette het niet erg door. We kwamen wat meer op het echte bedrijventerrein terecht en konden onze soortenlijst onder andere uitbreiden met stoepplantsoorten van warmere plekjes zoals Gewoon langbaardgras en Zandhoornbloem. Onze aandacht werd getrokken door een nog onbebouwd perceel waarvan de helft binnen het kilometerhok lag. Dit terrein bleek vol te staan met soorten uit de duinen. De zaden zullen zijn meegekomen met het opgebrachte bouwzand: Zandzegge, Gestreepte teunisbloem (zie foto boven bericht), Strandduizendguldenkruid (met relatief grote bloemen en oranje aanlopende onderste bladeren), Duinlangbaardgras, Scheve hoornbloem (zeldzaam, helemaal uitgebloeid want dat is een echte voorjaarssoort) en een paar exemplaren Slangenkruid.

Strandduizendguldenkruid – Centaureum littorale Onder andere te herkennen aan de smalle blaadjes waarvan de onderste oranje verkleuren, de bloemen zijn iets groter dan die van de andere Duizendguldenkruiden. | foto: Willemien Troelstra

Ook al weten we dat deze soorten niet op deze plek zullen blijven groeien, vonden we het toch erg leuk om ze hier tegen te komen en te herkennen. Intussen begon de zon al aardig te zakken en aanvaarden we de terugtocht richting startplaats. We scoorden hier en daar nog wat soorten zoals Heggenduizendknoop (die goed te herkennen was aan de oude resten die in het hek hingen) Hazenpootje en Hemelboom.

Door de invallende schemering konden we eigenlijk al niet zo goed meer speuren, maar toen viel mijn oog op een paar sprieterige rozetten waar ik Glad biggenkruid in herkende: een soort die wij als groep niet eerder in de stad hebben gevonden (wel een keer bij een uitstapje naar de Maasvlakte) en die ook nog eens beschermd is. Een mooie foto zat er niet meer in, alleen al omdat deze soort alleen in de ochtend bloeit, maar dat kon onze pret niet drukken. We gingen vrolijk nagenietend van deze rijke avond naar huis.

tekst: Willemien Troelstra

Glad biggenkruid – Hypochaeris glabra | foto: Willemien Troelstra