Slotavond: struinen en smikkelen bij de Lloydpier

Dinsdag 24 september was de laatste avond van ons planten-inventarisatie-seizoen. Het was maar goed dat we alle kilometerhokken die we wilden doen al hadden geïnventariseerd want het was erg regenachtig en daardoor extra vroeg donker. We konden dus vrij kiezen waar we deze avond eens rond zouden struinen.

Kleine majer met een opvallende bladtekening | foto: Josée van Oers

Onze keus voor de avond viel op een braakliggend terrein op de Lloydpier waar voorheen de “Tuin op de Pier” was. Het is jammer dat deze buurttuin weg is, maar het was nu wel een leuk terrein om pioniers te vinden. Aan de rand begon het met Smal vlieszaad; een paar meter verderop stonden een paar prachtige Doornappels. Iets minder opvallend maar bij nadere beschouwing ook erg mooi waren de drie Nachtschades: Beklierde, Driebloemige en de voor de meeste aanwezigen nieuwe Glansbes-nachtschade, met wat lichter gekleurd blad en een soort gemarmerde bessen. Daartussendoor stond heel veel Postelein, hier en daar wat Zeegroene ganzenvoet, en veel plukken Kleine majer met een bijzonder mooi streeppatroon op de bladeren.

Na afloop van het struinen gingen we naar “Stroom” en hebben daar zeer genoegelijk en lekker gegeten en zowel over floristische als meer persoonlijke zaken bijgepraat. Ook is er afgesproken dat we ook dit jaar weer meedoen aan de Eindejaarsplantenjacht. Tussen kerst en 7 januari zullen we weer een uur lang op zoek gaan naar bloeiende planten, samen met iedereen die mee wil. Deze keer waarschijnlijk in de omgeving van Alexanderpolder.

Tekst: Willemien Troelstra | Foto’s: Josée van Oers

Plantenwandeling op Open dag Nivon Rotterdam

Zaterdag 14 september 2019, half vier. Mooi weer.

De RFWG is uitgenodigd om acte de présence te geven op een dag waarop allerlei organisaties die een link hebben met Nivon Rotterdam zich hebben gemeld om meer bekendheid te krijgen. Ondergetekende heeft zich aangeboden om een rondleiding van vijftig minuten te geven.

Daags ervoor heb ik het stukje stad verkend en vastgesteld dat je maar een paar meter hoeft te lopen of het uur is vol. Oude stadsgrond, leuke planten.

Ik ben op tijd! Er zijn bij elkaar zo’n 25 mensen. Er is koffie. Ik meld dat ik er ben. Ik praat met een mevrouw die de fijnschildercursus aanprijst. Ze meldt me dat die helaas al vol is. Ik vind dat ook spijtig. Ze heeft besjes geschilderd en grijs email. Dat heeft ze best goed gedaan.
Dan is er het moment van aankondiging. Ik ga naar de grote zaal, waar alternatieve godsdiensten zich aanprijzen. Tegelijk met mij is er een cursus spreken in het openbaar die wel vaker gegeven wordt. Ik moet opstaan en mijn naam uitspreken. De mensen bekijken me. Je kunt zien dat het lastig kiezen is. Maar ik ben er niet voor niets, twee mensen hebben belangstelling. De man is een duitser die al langer in Nederland woont, de vrouw is heel bij de tijd en werkt mee in diverse aktiviteiten.  Dan blijkt dat de man die de zaken leidt ook meegaat, drie personen dus, meer dan niks.
Het Nivon huist in het enige oude gebouw van het straatje. Op de stoep begin ik met de planten die zich in de stoep gevestigd hebben: de gewone dus, maar meteen opzij Knopig helmkruid. De stoep heeft zo’n 15 verschillende planten, waarvan ik er een tiental benoem en wat bijzonderheden vermeld. We gaan de Jonker Fransstraat oversteken en meteen zien we bij een lantaarnpaal een Zonnebloem. Aan de overkant vinden we tussen de fietsen en een afvoer Peterselie, dat is met recht zeldzaam. We gaan naar links. Helaas staat maar weinig in bloei, maar ze klagen niet. We lopen nu door naar het water, ondertussen hebben we onder meer niet bloeiend Biggekruid en bloeiend Klein streepzaad gezien. Het water heeft van de gemeentelijke plantsoenendienst matten met waterplanten gehad en de bosbies staat er uitgebloeid nog markant te zijn. Waterpeper proeven is een must.  Een eind verderop vinden we de Watermunt. Altijd verrassend. Het beeld van de man in het water staat er mooi bij.

Je kunt in Rotterdam van de straat eten: links hazelnoten van de Boomhazelaar (ook wel Turkse hazelaar genaamd), rechts Peterselie die bij een lantaarnpaal stond.

 Het Heinekengebouw heeft zijn eerste Muurvarens en Tongvarens en het straatje erachter is door de bewoners omgetoverd in een bloemenlusthof. De wilde planten hebben er het nakijken.
We gaan naar de Noorderbrug en weer terug langs het water. In de walkant staat een mooi exemplaar van het Wilgeroosje, dat je in de stad toch maar zelden ziet. Een eindje verderop is een uiterst zeldzaam verwilderd exemplaar van de Siernetel  en we passeren een Tomaat. Muurpeper en Fijnstraal maken duidelijk dat het er droog is. Het Nivongebouw doemt weer op. Rechts van het gebouw groeit nog Citroenmelisse en een niet bloeiend Havikskruid. Maar ook een plant met sterk behaarde grondstandige bladeren die kleven als kleverig kruiskruid. Zand en aarde kleeft eraan. Die plant ken ik niet. Zeer waarschijnlijk nieuw voor Nederland.

De mensen zijn me dankbaar. Ze zeggen het, maar ik voel het ook. Ze krijgen onze folder en het plantenblad.  Ik fiets met een zeldzaam gelukkig gevoel naar huis. Plantjes…

Tekst: Arend Knibbe.
Foto’s: Nivon (overgenomen van de Facebookpagina van het Nivon)

Een mooie afsluiting met de kleinste plantjes van Nederland

Dinsdag 10 september, onze laatste inventarisatieavond van het seizoen, was het lekker druk. Als ik goed heb geteld waren we met zijn dertienen om kilometerhok 93-442 aan de noordrand van Schiebroek te inventariseren. Vanwege de vroeg invallende schemering begonnen we om zes uur en splitsten we ons snel op in twee groepjes om op pad te gaan. Al inventariserend probeerde ons groepje nog steeds de vaart erin te houden. Maar, dat is knap lastig met een groep floristen die door al die groene sprieten en spruiten en zelfs door gemaaid hooi worden afgeleid en alles een naam willen geven.

Wat ook onze aandacht opeiste waren alle kroosjes die in en op het water dreven. We begonnen met de drijvende schijfjes van Veelwortelig-, Bult-, Klein- en Dwergkroos; allemaal in dezelfde sloot. Tussen de schijfjes dreven ook nog duizenden speldenknopgrote korreltjes van Colombiaanse wolffia èn Smalle wolffia. Colombiaanse wolffia vinden we in bijna ieder kilometerhok; en sinds 2017 vinden we af en toen ook Smalle wolffia. Die soort is in 2013 voor het eerst gevonden in Pijnacker en is nu in snel tempo Nederland aan het veroveren. In de volgende sloot, vijftig meter verder, haalde Arend weer zijn stok door het water kon ik Puntkroos toevoegen aan de lijst. Nog eens vijftig meter verder viste Arend nogmaals in de sloot die daar was bedekt met groene spikkeltjes. Ik inspecteerde de oogst aan groene korreltjes en tot mijn grote verbazing vond ik tussen de honderden Smalle en Colombiaanse wolffia een paar exemplaren van de derde soort: Wolffia arrhiza, De enige Wolffia met een goeie Nederlandse naam: Wortelloos kroos. Wortelloos kroos komt al sinds 1860 voor in Nederland. In 2013 kwamen floristen erachter dat er intussen twee extra soorten Wolffia in Nederland voorkwamen. De Colombiaanse bleek toen zelfs ongemerkt al erg ver te zijn ingeburgerd en met name in het westen van Nederland Wortelloos kroos te hebben vervangen. En Smalle wolffia is zich nu heel sterk aan het uitbreiden; misschien is dat over een paar jaar wel de algemeenste Wolffia in Rotterdam.

Wollffia’s zijn de kleinste plantjes van Nederland. Linksboven een Colombiaanse wolffia op een vingertop. Linksonder twee exemplaren van Smalle wolffia, min of meer van opzij gefotografeerd, het doorzichtige deel is de diepe ‘kiel’ die in het water hangt, het groende deel is wat je van boven ziet als ze in het water drijven. Rechtsboven Wolffia’s tussen Veelwortelig en Klein kroos. Rechtsonder Colombiaanse wolffia tussen de vrij grote schijfjes van Veelwortelig kroos.
foto’s: linksonder van André de Jong, de andere drie van Willemien Troelstra

Onze loopsnelheid ging er helemaal uit toen we op een grappig klein verwaarloosd terreintje stuitten. Maar in ruil daarvoor werd de lijst wel snel aangevuld met interessante soorten zoals Bleekgele droogbloem, Alsemambrosia, Herfstaster, Peterseliehaagbraam en Tengere rus. Ik ging daar ook door de knieën voor Liggende vetmuur dat tussen een paar straatstenen groeide, en daarbij viel mijn oog op wat uitgebloeide plantjes. Ze leken verdacht veel op Dwergviltkruid; maar die ‘hoort’ op de hei of in de duinen, of misschien op een spoorwegemplacement, maar niet in een verwaarloosde tuin. Ik vroeg me daarom nog even af of het een ander Viltkruid zou zijn, maar de rozetjes voor de bloeistengels van volgend jaar lieten zien dat het toch echt om Dwergviltkruid gaat.

Dwergviltkruid, links en rechts zoals aangetroffen in Rotterdam op een verwaarloosd plekje tussen oude bestrating. Links uitgebloeid, rechts de jonge kiemplantjes die volgend jaar gaan bloeien. In het midden het beeld van (bijna) bloeiend Dwergviltkuid. foto’s: Willemien Troelstra

Kortom, we hadden er zeker geen spijt van om daar lekker even rond te hebben gesnuffeld. Maar, om nog wat meer van het kilometerhok te zien liepen we stevig door richting een volkstuincomplex. Daar konden we onze lijst mooi aanvullen met zo’n veertig soorten zoals Groot hoefblad, Tijmereprijs, Aardpeer (verwilderd), Zomerfijnstraal en Geelrode naaldaar. De nieuwe woonwijk die we, terwijl het al begon te schemeren, daarna nog even doorstaken leverde vrijwel geen extra soorten op. Maar, intussen waren we de 150 soorten al gepasseerd en konden we tevreden terug keren naar ons startpunt bij zorgcentrum Akropolis alwaar we nog even nakletsten met de andere groep die enthousiast vertelden over hun vondst van Ruige fijnstraal.

Tekst: Willemien Troelstra

Hartje Crooswijk

Rond half zeven verzamelt de bonte groep florakenners en enthousiastelingen zich op de hoek Crooswijkseweg / Crooswijksestraat. Het ‘vooraf’ gesprek gaat vaak over lokale en net opgedane vondsten; ook nu weer. Zo leer ik het verschil tussen Groene en Kransnaaldaar. Al vergeet ik de details al snel, wat ik wel onthoud is dat deze soorten op elkaar lijken en dus moet opletten als ik een van deze twee vind. Dat vergeten is geen desinteresse, meer een vol hoofd. Hoe meer ik weet, des te meer besef ik wat ik allemaal nog niet weet. Ik begrijp ook steeds beter waarom ervaren floristen gereserveerd zijn bij een melding van een plantensoort op een onlogische plek: zij weten beter welke vergissingen mogelijk zijn. Geldt dit al voor bloemplanten, mogelijk nog wel sterker voor grassen en Russen!

Hazenpootje (Trifolium arvense) en op de voorgrond Witte honingklaver (Melilotus albus) in een niet bijgehouden moestuintje. | foto: Joost Buiks

We gaan op pad. Maar niet zonder eerst het ritueel van het verdelen van de aanwezigen over twee zo logisch mogelijke halve vierkante kilometers. Soms werkt dit ritueel op de lachspieren. Het begin blijkt deze keer extra sappig: niemand heeft een voldoende opgeladen mobiele telefoon met de invoerapp NOVA. Maar, niet getreurd: we krijgen een printje van André als oplossing tegen het verdwalen en gelukkig heeft Dick altijd wel wat papieren streeplijsten op zak. En dan blijkt na 5 minuten dat onze groep het stuk van de andere groep doet. Opnieuw beginnen dus. Aan de andere kant, zij staan nog steeds in hetzelfde gemaaide parkje, dus veel lopen we niet achter. Voor het donker klaar halen we wel.

Goudzuring – Rumex maritimus langs de waterkant van een gemaaid grasveld| foto: Joost Buiks

Qua biotopen is het hok mager bedeeld: geen ruderale plekken, bosjes, volkstuinen, kerkhoven of waterpartijen. Wel kunnen we scoren in niet goed onderhouden plantsoenen, grasvelden en ruigtes. Zo noteren we bijvoorbeeld soorten zoals Grote engelwortel, Gewone hennepnetel, Stokroos en Schijfkamille. Opvallend was het alom aanwezige Klein streepzaad, die profiteerde van de droogte van de afgelopen twee zomers waardoor er in de bermen minder concurrentie van grassen is. En natuurlijk zijn er altijd ook wat bijzonderheden. Voor mij sprongen eruit: Duinkruiskruid, Kleine majer en Goudzuring.

tekst en foto’s : Joost Buiks

Kleine majer – Amaranthus blitum, met de opvallende inkeping in de top van het blad | foto: Joost Buiks

Langs kades en havens van historisch Rotterdam

Als je denkt dat de floristen elkaar ergens treffen en dan zomaar in de wilde weg zoveel mogelijk wilde planten gaan scoren dan heb je het mis. Zo’n tweewekelijkse inventarisatieavond wordt zeer degelijk voorbereid. André trakteert ons vooraf met een grondig voorbereid plan over hoe er te komen, hoe het gebied is ingericht plus wat leuke wetenswaardigheden en deelt ter plekke kaartjes uit. De OV-reisplanner en de VVV zouden hem graag in dienst nemen.

Op deze zwoele zomeravond verzamelen we langs de Maaskade op het Noordereiland. Een kilometerhok met vooral veel oude kades en nostalgische gevoelens opwekkende stadsgezichten. We verdelen ons zoals gewoonlijk in twee groepen met ieder een persoon die de planten invoert in de database van FLORON , de landelijke organisatie van wilde planten verspreidingsonderzoek. In mijn groepje is dat Dick, voor wie er nauwelijks nog geheimen bestaan als kenner van wilde planten. Met drie vrouw en vijf man sterk verkennen we eerst de oostelijke punt van het Noordereiland. We vinden veel leuks tussen de keien langs de kade, en ik leer dat Heen, een mooie hoog opgaande grasachtige brakwatersoort in de laatste flora van het geslacht Scirpus naar Bolboschoenus verhuisd is. ‘Ruik ’ns’ zegt Dick; Grote zandkool oftewel wilde rucola, het staat er vol mee. André balanceert als een acrobaat gevaarlijk dicht langs de rand van de meters hoge kademuren om maar niks te missen van het vijftal varen-soorten en Muurleeuwenbek die we daar vinden. Sommigen krijgen er plaatsvervangende hoogtevrees van.

Mooi gestreept blad van de Wilde sorgo – Sorghum halepense langs de Prins Hendrikkade (op het Noordereiland).
foto: Dick Hoek

Omdat dit kilometerhok twee kanten van de maas omvat fietsen we de Willemsbrug over en verdelen ons. Ik loop met Anton langs de Wijnhaven waar ze driftig bezig geweest zijn met schuurmachines en branders zodat er op het eerste gezicht een kale boel is. Maar wie zoekt die vindt! Hadden we al Groot glaskruid gescoord nu vinden we ook nog Klein glaskruid zoals Joost in een mail vooraf al voorspeld had. Als beloning stoot ik ongenadig hard mijn hoofd terwijl aan de stenen brugrand terwijl ik door de gaten van dit ornament een foto van onze trofee probeer te maken. Gelukkig heb ik een pet op, dus de schade valt mee.

De decennia oude appelboom langs de Wijnhaven, in het hoekje bij de Wijnbrug. Keer op keer gespaard voor de kap.
foto: Han van Hulzen

Op de hoek van Wijnbrug Wijnhaven staat de beruchte wilde appel vlak langs het water, waarvoor door wethouder Arno Bonte een enorme strijd schijnt te zijn gevoerd om hem te behouden. Het zou gaan om een zeldzame wilde soort, die volgens Anton niet meer is dan een gebruiksappel uit een pitje van door een toerist achteloos weggegooid klokhuis. Het maakt mij niet uit, ik vind het schitterend exemplaar, deze boom die er uit ziet als door oorlogsgeweld gehavend, zelfs met verband om sommige takken, maar wel vol met appels. Een symbool van de strijd om meer (wild) groen zou ik zeggen. Er is ook een heel klein verwilderd tuintje omheen waar we Blauw glidkruid vinden. We eindigen langs de maas bij de Boompjes, met als kers op de taart,  toen we niks meer verwachtten: Kleverig kruiskruid.

tekst: Han van Hulzen | foto’s Han van Hulzen (incl. de uitgelichte foto) en Dick Hoek

Rondom de Maashaven

16 juli 2019 – Kilometerhok 093-434

André had bij zijn voortreffelijke voorbereiding bedacht dat we elkaar bij het metrostation zouden ontmoeten. Voor velen is dat een heel snelle reis, zo ook voor mij, in een half uurtje ben ik er. En samen met José vind ik de groep al bijna compleet met rugzakken en met zware schoenen. Het is een zomeravond haast zonder wind, waarbij je de temperatuur vergeet. De hemel is hoog en de wolken zijn ver. De wereld is licht.

We verdelen ons in twee groepen. Een groep met Dick en een met Willemien. Ik sluit me aan bij Willemien en we draaien richting de kade. Het water is zwart en ziet er levenloos uit. Ergens wat onaantrekkelijke alg en tientallen meters bijeengedreven drijvend plastic vuil. Alles in het water gevallen. Ik ben blij dat het hier drijft, de rest en het gezonkene gaat mee naar zee of vervuilt de bagger. Dit hier zal wel opgevist worden.

Deze kade was een hotspot voor graanadventieven, planten die waren meegelift met het graan. Daar zagen we niets meer van terug; we vonden alleen maar planten die we elders ook aantreffen.

Tussen de straatstenen de gewone bekende planten. Onze hoop is gevestigd op de kade die uit namaakbasaltblokken is opgebouwd. Je kunt goed zien dat er eb en vloed is, naar beneden neemt de plantengroei af. Op dit moment is het blijkbaar eb. Echte rivierplanten laten zich niet zien. Meer een rommeltje van planten die deze kade vers in beslag heeft genomen. Een plant is altijd een wonder ook als hij zeer algemeen is. Dus we genieten van de wonderen en José maakt er plaatjes van. Er groeit bijvoorbeeld Bermooievaarsbek. Ik zie hem zonder de bloemen eerst voor Ronde ooievaarsbek aan. Maar de bloemen lijken niet op die van Glanzige ooievaarsbek, dus een misser van mij. Volgens mij groeit die plant daar ook bij vergissing. Het is geen berm. Spannender dan Akkerwinde wordt het hier niet. En eigenlijk is het ook geen akker.

Akkerwinde – Convolvulus arvensis langs de Maashaven foto: Josée van Oers

Er volgt een ruderaal stukje omheind land. We turen door het hek om iets zeldzaams te zien. We zien de wildernis van ongeveer twee jaar oud. Manshoog. Wel een kleine man dan. Onze zucht naar zeldzaam wordt niet bevredigd. Dat komt omdat we nu leven. In het jaar nul zou dit een wonder zijn. Allemaal planten die de zeer zeldzame voedselrijkdom van vroeger op prijs stellen. En het Rotterdam van nu is voedsel.

Er vertrekt iemand uit ons groepje. Nu zijn we nog met drie. Maar we raken elkaar telkens kwijt. Als ik rechtuit loop gaan de andere twee de hoek om. Als we nagenieten van Kleverig kruiskruid en Raapzaad is Willemien nergens meer te bekennen. Ze is al weer ver weg bij de Meneba, er vast van overtuigd dat wij niets interessants zullen zien. En dat klopt ook.

We duiken de straten in. Geen voortuinen. Geen tarwe ook in deze Tarwewijk. Het doet kaal aan. Maar toch, een enkel Liefdegrasje, een reeks Zwenkdravik, Harig vingergras, Hanepoot, ze zijn er. De wijk is niet uitnodigend. Zelfs het stukje trambaan in het gras dat we volgen heeft nagenoeg niets te bieden. Maar op het einde vinden we de door André beloofde Brede raket in grote aantallen op een nogal doodse weg langs een dode muur. Brede raket is zeldzaam. De exemplaren zijn uitgebloeid en slordig. Zelfs een hond zou er geen aandacht aan besteden. Maar wij wel. We kijken. De Muurvarentjes die André ook aankondigde hebben we niet gezien.

Brede raket – Sisymbrium irio, vrijwel helemaal uitgebloeid; massaal langs de muur van de Menebafabriek.
foto: Willemien Troelstra

De andere groep heeft een paar polletjes Laksteeltje gevonden op een vers onooglijk kaal terreintje ergens nergens. Wat die plantjes daar uitvoeren of hoe ze er gekomen zijn is een raadsel. Dick bezweert dat hij ze er niet uitgestrooid heeft als zaad, wat zijn gewoonte is. Heeft altijd laksteeltjeszaad bij zich. Zijn oude tuin staat vol met Laksteeltje. Zijn nieuwe ook.

En ook nog een Kiwiplant. Nieuw Zeeland op Zuid. Dat misten we nog. Gekker moet het niet worden.

Tekst: Arend Knibbe | Foto’s: José van Oers & Dick Hoek & Willemien Troelstra

Kiwi – Actinidia deliciosa gevonden op het Afrikaanderplein waar vaak wel meer groenten en fruit verwilderingen te vinden zijn, maar dankzij een recente onkruidborstelbeurt was er nu weinig te spotten. | foto: Dick Hoek